RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/1060 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college, (gemachtigde: E.H. Siemeling). Inleiding en verloop van de procedure
- Eiseres heeft op 1 juli 2022 energietoeslag aangevraagd voor het jaar
- Met het besluit van 4 oktober 2022 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 12 januari 2023 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 1.
- Op 17 februari 2023 heeft de gemachtigde van eiseres, [functie] van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), een pro forma beroepschrift ingediend tegen het besluit van 12 januari
- 1.
- Op 15 mei 2023 heeft de rechtbank eiseres gevraagd om binnen vier weken de gronden van beroep mee te delen. 1.
- Met het besluit van 31 mei 2023 heeft het college alsnog aan eiseres een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend. 1.
- Op 19 september 2023 heeft de rechtbank eiseres gevraagd om binnen twee weken te laten weten of zij het wel of niet eens is met dit besluit. Hierop is geen reactie gekomen zodat de rechtbank er vanuit gaat dat eiseres haar beroep wil handhaven. 1.
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 12 januari 2023
- Het beroep van eiseres heeft automatisch ook betrekking op de beslissing van 31 mei 2023 van het college om haar alsnog de energietoeslag toe te kennen. Dat staat in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Het is niet gesteld en ook niet gebleken dat eiseres nog procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 12 januari
- De rechtbank verklaart het beroep voor zover nog gericht tegen laatstgenoemd besluit dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 31 mei 2023
- Het college heeft met het besluit van 31 mei 2023 alsnog een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend. Gesteld noch gebleken is dat eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep gericht tegen dit besluit. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit om alsnog energietoeslag toe te kennen daarom ook kennelijk nietontvankelijk. De proceskostenveroordeling en het griffierecht.
- De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank van 28 mei 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:3892).
- De rechtbank draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Het college heeft eiseres immers nadat zij beroep had ingesteld alsnog een eenmalige vergoeding toegekend. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 12 januari 2023 nietontvankelijk; - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 31 mei 2023 nietontvankelijk; - wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af; - draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden; Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus
- Griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.