RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/4407 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2024 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. C.H. Bijvank), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: mr. [gemachtigde] ). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 21 juni 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 25 januari 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 30 april 2024 een beslissing op bezwaar genomen. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. De rechtbank heeft de verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek. Verweerder heeft de rechtbank op 1 augustus 2024 meegedeeld geen aanleiding te zien voor een veroordeling in de proceskosten. Overwegingen
- De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om een proceskostenveroordeling.
- Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Vergoeding van proceskosten kan na het intrekken van het beroep op de grondslag van artikel 8:75a van de Awb alleen plaatsvinden, als de intrekking is gebeurd omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen. Aan die voorwaarde wordt niet voldaan. Verzoekster heeft beroep vanwege niet tijdig beslissen ingesteld op het moment dat al een besluit was genomen. Van tegemoetkomen aan het beroep is dan ook geen sprake. Er is geen grondslag om proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 augustus
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.