RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16-029893-24 en 16-263143-23 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 27 augustus 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (Syrië), wonende aan de [adres] , [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 augustus
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 16-029893-24 op 26 januari 2024 in Maarssen samen met een ander 67,5 gram cocaïne en 8,02 gram heroïne in zijn bezit had; 16-263143-23 op 24 april 2023 in Bunnik 3,78 gram cocaïne en 1,33 gram heroïne heeft vervoerd dan wel in zijn bezit had. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 16-029893-24 ten laste gelegde, omdat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. Voor zover van belang worden de standpunten van de verdediging over het bewijs hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 16-029893-24 Bewijsmiddelen De verklaring van verdachte ter terechtzitting Ik wist dat er drugs op zolder lag, omdat mijn broer (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) en ik het erover hebben gehad hoe wij van de drugs af konden komen. De doorzoeking op het woonadres van verdachte Op vrijdag 26 januari 2024 was ik belast met een doorzoeking in de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Aangetroffen goederen zolder Op de zolderkamer bevond zich op de grond in het midden van de kamer een zwart schoudertasje. In dit tasje werden meerdere verpakkingen aangetroffen met daarin witte en bruine substantie waarvan de inhoud waarschijnlijk harddrugs betrof. Tevens werden er in dit tasje meerdere blauwe en doorzichtige plastic zakjes, witte papieren envelopjes, een lepeltje en een schaar aangetroffen. Op hetzelfde bureau werd in een Apple Iphone doosje, een blauw papieren envelopje met daarin een witte poeder substantie aangetroffen welke mogelijk harddrugs betrof. Verder werden er op de zolderkamer de volgende goederen aangetroffen: - een digitaal weegschaaltje met daarop een witte poeder substantie - een plaat met daarop een doosje van een digitale weegschaal, een schaar en meerdere kleine afgeknipte plastic zakjes - een bankpas ter name van [verdachte] , met rekeningnummer [rekeningnummer] en met pasnummer [pasnummer] Aangetroffen goederen schuur voortuin De schuur in de voortuin werd doorzocht. In de schuur werden in een laptoptas twee kleine doorzichtige zakjes met daarin korrelig wit poeder en een klein envelopje met goudkleurige letter "pony-pak" aangetroffen. Het verhoor van de vader van verdachte (als getuige) Kunt u mij zeggen wie er gebruik maken van de zolder van deze woning? Ik hoorde [getuige 1] zeggen dat zijn kinderen deze ruimte gebruiken. Het verhoor van getuige [getuige 2] Uit het notitieblok welke in beslaggenomen was, stonden telefoonnummers. Eén van deze telefoonnummers betrof: [getuige 2] ( [getuige 2] ). Op woensdag 31 januari 2024 heb ik [getuige 2] bij zijn woning gesproken. Ik heb op mijn diensttelefoon een SKDB foto laten zien van [verdachte] . Deze SKDB foto is gemaakt op 27 januari
- Ik gaf mijn diensttelefoon aan [getuige 2] . Ik hoorde [getuige 2] het volgende zeggen: "Hij heeft wel een heel bekend gezicht. Ik denk dat ik wel een keer aantal keer cocaïne bij hem heb gekocht". Ik heb op mijn diensttelefoon een SKDB foto laten zien van [medeverdachte] . Deze SKDB foto is gemaakt op 27 januari
- Ik gaf mijn diensttelefoon weer aan [getuige 2] . Ik hoorde [getuige 2] het volgende zeggen: "Ja die herken ik meteen. Van hem heb ik cocaïne gekocht. Hij is die jonge jongen. Hij kwam vaak met die jongen die je eerst liet zien. Hij noemde zichzelf ' [bijnaam] '". Het onderzoek naar de drugs PL0900-2024026617-201043 9 gele bolletjes met 0,70 gram wit poeder/brokjes AARK5197NL Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201044 AARK5199NL l koffiefilter met witte brokjes 16,68 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201046 AARK5200NL 29 bolletjes met witte brokjes 18,42 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201047 AARK5201NL
- plastic zakje wit brokjes 1,28 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201056 AARK5203NL 2 zakjes met 0,69 gram wit poeder/brokjes Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201057 AARK5204NL
- wikkel met 0,35 gram wit poeder Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201059 AARK5208NL 9 bolletjes met witte brokjes 0,76 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201060 AARK5205NL
- wikkel met witte brokjes 0,51 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201061 AARK5207NL 3 bolletjes met witte brokjes 0,45 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201062 AARK5209NL 49 bolletjes met witte brokjes 13,41 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-201063 AARK5202NL 52 bolletjes met witte brokjes 14,25 gram Bevat cocaïne PL0900-2024026617-3288853 AAQT2014NL Wit poeder op de weegschaal Ruybal: positief voor cocaïne PL0900-2024026617-201045 AARK5198NL
- plastic zakje met bruine brokjes 7,54 gram Bevat heroïne PL0900-2024026617-201058 AARK5206NL
- gripzakje met bruin poeder/brokje 0,48 gram Bevat heroïne Bewijsoverweging De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 januari 2024 in zijn woning opzettelijk 67,5 gram cocaïne en 8,02 gram heroïne aanwezig had. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er drugs op zolder lagen. De vader van verdachte heeft verklaard dat zowel verdachte als zijn broer/de medeverdachte gebruik maakte van de zolder. Op de zolder is een nieuwe bankpas van verdachte aangetroffen. De rechtbank maakt hieruit op dat verdachte op de zolder kwam, zoals vader ook verklaart. Op de foto’s in het dossier is te zien dat de aangetroffen drugs op de zolder niet verstopt lagen, maar juist in het zicht lagen. Daarnaast verklaart getuige [getuige 2] dat beide broers hem in het verleden drugs hebben verkocht. Verdachte heeft ook verklaard dat hij samen met zijn broer een plan probeerde te bedenken om van de drugs af te komen. De rechtbank concludeert op basis hiervan dat verdachte niet alleen wist van de drugs op zolder, maar hier ook beschikkingsmacht over had. Bovendien blijkt hieruit een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten waardoor ook het medeplegen bewezen wordt verklaard. 16-263143-23 Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 augustus 2024; een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 8 mei 2023, genummerd PL0900-2023119933-5, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 5; een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 22 mei 2023, genummerd PL0900-2023119933-9, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 10-13 met als bijlage de NFI uitslagen, doorgenummerde pagina’s 15-
- 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 16-029893-24 op 26 januari 2024 te Maarssen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 67,5 gram cocaïne en 8,02 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 16-263143-23 op 24 april 2023 te Bunnik opzettelijk heeft vervoerd, 3,78 gram cocaïne en 1,33 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: 16-029893-24 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; 16-263143-23 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 140 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 70 dagen hechtenis. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging vindt, in geval van bewezenverklaring voor beide feiten, de strafeis passend. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. 8.3.1 De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit en vervoeren van harddrugs. Het is algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de criminaliteit die het gebruik van drugs veelal met zich brengt en het overlast gevende gedrag waaraan gebruikers zich vaak schuldig maken. 8.3.2 De persoonlijke omstandigheden van verdachte Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 24 juli 2024 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Reclasseringsrapport De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 24 juli 2024 opgemaakt door M. van der Flier-van Leuken (reclasseringswerker). Verdachte heeft zich in het gesprek met de reclassering op zijn zwijgrecht beroepen. De reclassering kon daardoor geen delictanalyse doen en ook het recidiverisico niet inschatten. De reclassering adviseert toepassing van het volwassenstrafrecht en ziet geen indicatie voor het inzetten van reclasseringsinterventie. 8.3.3 Conclusie De rechtbank heeft gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS en de strafoplegging in soortgelijke zaken. Voor het aanwezig hebben van drugs in deze hoeveelheid is het oriëntatiepunt een taakstraf van 150 uur. Als er sprake is van dealen, is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat uit het dossier, hoewel niet ten laste gelegd, een dealerindicatie blijkt. Naast de cocaïne en heroïne zijn in het huis en de schuur van verdachte namelijk ook acht telefoons, een weegschaal, een notitieboekje met daarin telefoonnummers, zakjes en verschillende simkaarten en simkaarthouders aangetroffen. Daarnaast heeft een getuige bij de politie verklaard dat hij drugs heeft gekocht bij verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank kan al met al niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Tegelijkertijd acht de rechtbank het niet wenselijk dat verdachte op dit moment (opnieuw) gedetineerd raakt. Het is wel noodzakelijk dat verdachte enige tijd een stok achter de deur heeft. De rechtbank vindt daarom een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen passend en geboden, en legt dit op. De rechtbank verbindt hieraan een proeftijd voor de duur van twee jaar en de algemene voorwaarde dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten mag begaan. Verdachte moet echter wel de consequenties van zijn handelen ervaren. De rechtbank legt daarom ook een taakstraf voor de duur van 140 uren op, met aftrek van het voorarrest. Indien verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, moet verdachte 70 dagen in hechtenis doorbrengen. De rechtbank heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. 9BESLAG 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat op de meeste inbeslaggenomen goederen al op 2 augustus 2024 een beslissing is genomen. De officier van justitie vordert dat de iPhone mini en het notitieboekje verbeurd worden verklaard. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft hetzelfde standpunt ingenomen als de officier van justitie. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank constateert dat er reeds is beslist op de inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van de iPhone mini en het notitieboekje. De rechtbank zal daarom enkel over het beslag van deze twee goederen beslissen. De rechtbank zal de iPhone mini verbeurd verklaren, omdat hier berichten in zijn aangetroffen waarin afspraken met drugsafnemers werden gemaakt. De rechtbank zal het notitieboekje onttrekken aan het verkeer. De informatie die is opgenomen in het notitieboekje is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Het notitieboekje is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen en kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en 2 en 10 van de Opiumwet; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 dagen; bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt daarbij een proeftijd van twee
(2)jaren vast; als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uren; beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 70 dagen hechtenis; bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; Voorlopige hechtenis - heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Beslag - verklaart het volgende voorwerp verbeurd: iPhone mini (G3288816); verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer: notitieboekje (G3288912). Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mrs. S.M. Schothorst en M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 augustus
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16-029893-24 hij op of omstreeks 26 januari 2024 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 67,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of (ongeveer) 8,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 16-263143-23 hij op of omstreeks 24 april 2023 te Bunnik opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3,78 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 1,33 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. (art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 28 januari 2024, 31 januari 2024 en 4 april 2024, genummerd PL0900-2024026617, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 68-
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 317.