RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.318712.21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 6 februari 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] (Suriname), wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 augustus 2023, 14 december 2023, 4 januari 2024 en 23 januari
(2)jaren vast; Feit 2: - veroordeelt verdachte voor van het onder feit 2 bewezen verklaarde tot een geldboete van € 400,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 8 dagen. Vordering benadeelde partij wijst de vordering van dhr. [nabestaande] toe tot een bedrag van € 27.170,05; veroordeelt verdachte tot betaling aan € 27.170,05 van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente: * over een bedrag van € 12.170,05 vanaf 4 januari 2023, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2022, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2023, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2024, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2025, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2026, tot de dag van de algehele voldoening; verklaart dhr. [nabestaande] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt verdachte ook in de kosten door dhr. [nabestaande] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van dhr. [nabestaande] aan de Staat € 27.170,05 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente * over een bedrag van € 12.170,05 vanaf 4 januari 2023, * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2022 (eerste jaar inkomstenderving), * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2023 (tweede jaar inkomstenderving), * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2024 (derde jaar inkomstenderving), * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2025 (vierde jaar inkomstenderving), * over een bedrag van € 3.000,- vanaf 19 mei 2026 (vijfde jaar inkomstenderving), tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 170 dagen gijzeling. Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Woudenberg, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Wolters griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 februari
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij, op of omstreeks 19 november 2021, te Woerden, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Hoge Rijndijk en/of de kruising van de Hoge Rijndijk met de Lindenlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - terwijl een voor hem, verdachte, op die weg rijdende fietsster (te weten [slachtoffer] ), welke (duidelijk) (middels het uitsteken van haar (linker)hand/arm) had aangegeven linksaf te willen slaan (teneinde de Lindenlaan in te rijden)) en/of had voorgesorteerd en/of zich (nagenoeg) tegen de as van de rijbaan bevond en/of - ( vervolgens) met onverminderde, althans met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse verantwoord was voornoemde [slachtoffer] links in te halen (daarbij geheel of gedeeltelijk rijdend op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van voornoemde weg) en/of - ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde [slachtoffer] , waardoor hij, verdachte, (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] is aangereden en/of gebotst (waarna die [slachtoffer] ten val is gekomen), waardoor die [slachtoffer] op [2021] is overleden; ( art 6 Wegenverkeerswet 1994 ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 19 november 2021, te Woerden, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Hoge Rijndijk en/of de kruising van de Hoge Rijndijk met de Lindelaan, - terwijl een voor hem, verdachte, op die weg rijdende fietsster (te weten [slachtoffer] ), welke (duidelijk) (middels het uitsteken van haar (linker)hand/arm) had aangegeven linksaf te willen slaan (teneinde de Lindenlaan in te rijden)) en/of had voorgesorteerd en/of zich (nagenoeg) tegen de as van de rijbaan bevond en/of - ( vervolgens) met onverminderde, althans met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse verantwoord was voornoemde [slachtoffer] links heeft ingehaald (daarbij geheel of gedeeltelijk rijdend op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van voornoemde weg) en/of - ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende heeft afgeremd en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde [slachtoffer] , waardoor hij, verdachte, (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] is aangereden en/of gebotst (waarna die [slachtoffer] ten val is gekomen), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; ( art 5 Wegenverkeerswet 1994 ) 2 hij, op of omstreeks 19 november 2021, te Woerden, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), gekentekend [kenteken] , daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Hoge Rijndijk en/of de kruising van de Hoge Rijndijk met de Lindelaan, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden; ( art 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, in of omstreeks de periode van 28 november 2021 tot en met 7 december 2021, te Woerden, althans in Nederland, als degene aan wie voor het motorrijtuig het kenteken [kenteken] was opgegeven, niet heeft voldaan aan de vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 37 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen aan te tonen dat niettemin - ondanks het feit dat uit het door het overheidsorgaan als bedoeld in artikel 13, eerste lid van genoemde wet aangehouden register niet was gebleken dat ten aanzien van dat motorrijtuig met betrekking waartoe gedurende dat tijdvak een verplichting tot verzekering bestond, een verzekering bestond -, aan de verzekeringsplicht voor dat motorrijtuig gedurende dat tijdvak was voldaan; ( art 34 lid 3 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 2 september 2022, genummerd PL0900-2022258996, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van aanrijding, pagina
- Een proces-verbaal van aanrijding, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, pagina
- Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina
- Een ander geschrift, zoals bedoeld in artikel 344, lid 1 onder 5 Wetboek van Strafvordering, betreffende een van [2021] , opgesteld door [B] , pagina 43 en
- HR 1 juni 2004, NJ 2005/252 en HR 5 april 2011, NJ 2011/
- Vgl. concl. A-G Vellinga onder HR 29 april 2008, NJ 2008/440; HR 27 mei 2008, NJ 2008/441 en HR 28 oktober 2008, NJ 2008/
- Een proces-verbaal van aanrijding, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 78.