RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer: 11116849 \ AC EXPL 24-1274 ABK 62937 Vonnis van 25 september 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V., gevestigd in Leiden, eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis , gemachtigde: Flanderijn & Van Eck, tegen [gedaagde] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.
- Daarna is bepaald dat in deze zaak een vonnis zal worden uitgesproken. 2De kern van de zaak 2.
- [gedaagde] had in 2023 een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. In deze procedure vordert Zilveren Kruis betaling van een zorgkostennota (€ 216,48) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 48,40). Volgens [gedaagde] klopt het openstaande bedrag, maar hoeft hij geen incassokosten te betalen. De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. 3De beoordeling [gedaagde] moet de hoofdsom betalen 3.
- De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt toegewezen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] aan Zilveren Kruis een zorgkostennota van 28 juni 2023 nog gedeeltelijk, namelijk tot een bedrag van € 216,48, moet betalen. [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen 3.
- De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Er is namelijk niet gebleken dat [gedaagde] een aanmaning heeft ontvangen die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. 3.
- Zilveren Kruis stelt dat zij op 29 februari 2024 een zogenoemde ‘veertiendagenbrief’ heeft gestuurd. [gedaagde] heeft de ontvangst van de veertiendagenbrief betwist. 3.
- Omdat Zilveren Kruis een beroep doet op het rechtsgevolg van de veertiendagenbrief moet Zilveren Kruis stellen (en zo nodig bewijzen) dat de veertiendagenbrief door [gedaagde] is ontvangen. Dat heeft Zilveren Kruis onvoldoende gedaan. Dat de gemachtigde van Zilveren Kruis een veertiendagenbrief heeft verstuurd naar het juiste adres is namelijk onvoldoende om vast te stellen dat de brief daar daadwerkelijk door [gedaagde] is ontvangen. Uit het feit dat eerdere brieven van Zilveren Kruis zelf, van 23 oktober 2023 en 3 november 2023, wél zijn aangekomen op dat adres, volgt dat ook niet. Zilveren Kruis heeft er (overigens zonder enige onderbouwing) nog op gewezen dat in 2023 gemiddeld 89% van alle poststukken de geadresseerde heeft bereikt, maar dat onderstreept juist dat de mogelijkheid bestaat dat een poststuk zoek raakt. [gedaagde] moet wettelijke rente betalen 3.
- [gedaagde] heeft de zorgkostennota niet op tijd betaald en daarom moet hij daarover rente betalen. 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - rente t/m datum dagvaarding € € 216,48 11,38 - buitengerechtelijke incassokosten € 0,00 + totaal € 227,86 [gedaagde] moet proceskosten betalen 3.
- [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,39 - griffierecht € 130,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 367,39 Uitvoerbaar bij voorraad 3.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals Zilveren Kruis heeft gevraagd. Dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 227,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 216,48 met ingang van 14 mei 2024 tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 367,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.