RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16.337258.23 en 16.243165.23 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] , gedetineerd in [verblijfplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 september en 2 oktober 2024. Op laatstgenoemde datum is enkel het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.P. Jansen en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.F.M. Meles, advocaat te Almere, alsmede mr. L. Noordanus, advocaat te Lelystad , namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er op neer dat verdachte: Parketnummer 16.337258.23 feit 1 op 19 december 2023 te [woonplaats] [slachtoffer 1] heeft vermoord dan wel gedood. Parketnummer 16.243165.23 feit 1 (hierna: feit 2) op 22 september 2023 te [woonplaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.feit 2 (hierna: feit 3)op 22 september 2023 te [woonplaats] een ruit van [slachtoffer 2] heeft vernield. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de onder 1 tenlastegelegde doodslag wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte dient partieel te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde voorbedachte raad. De officier van justitie acht het onder 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor de onder 1 ten laste gelegde voorbedachte raad en zich ten aanzien van de doodslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft zich eveneens ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen feit 1 1. Uit een Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven: [slachtoffer 1] is levenloos aangetroffen aan [adres] in [woonplaats] op 19 december 2023. Uit- en inwendige schouwing I. Steekletsel waarbij vitale structuren waren geraakt: Aan het linkerschouderblad was één steekletsel met een onderwaarts, naar rechts en voorwaarts gericht steekkanaal met perforatie van het onderhuids vet- en spierweefsel, de onderrand van het linkerschouderblad, de onderrand van de linker 5e rib, de 5e tussenribruimte en de bovenkwab van de linkerlong. Er was een klaplong links. In de linkerborstholte was een grote hoeveelheid lucht en circa 10 ml bloed. II. Steek- en snijletsels waarbij geen vitale structuren waren geraakt: Aan de nek rechts, de linkerschouder, de linkerbovenarm, hoog aan de rug links, de achterzijde van de linkerschouder, het linkerschouderblad en de rug rechts waren in totaal 10 steekletsels met wisselend georiënteerde steekkanalen zonder beschadiging van belangrijke organen of structuren. Aan het hoofd, de nek, de hals, het rechtersleutelbeen, rechterschouder, de rechterhand, de linkeroksel, linkerarm, linkerhand en de rug links waren 35 snijletsels met wisselende oriëntatie, zonder beschadiging van belangrijke organen of structuren. Interpretatie van resultaten Steek- en snijletsels Aan het lichaam waren in totaal 11 steekletsels en 35 snijletsels ontstaan door krachtinwerking met één of meerdere scherprandige voorwerpen (zoals een mes). Bij het steekletsel aan het linkerschouderblad was er onder meer perforatie van de linkerborstholte en de linkerlong. Hierbij was uitgebreide luchtophoping in de borstholte met een klaplong van de linkerlong, tekenen van hoge druk in de linkerborstholte en verplaatsing van het borstmiddenschot en het hart naar rechts; een zogenoemde spanningsklaplong. Hierbij zijn long- en ademhalingsfunctiestoornissen even als hartpompfunctiestoornissen te verwachten op basis waarvan het overlijden volledig kan worden verklaard. Bij de overige steek- en snijletsels aan het hoofd, de romp en ledematen was er geen beschadiging van belangrijke structuren of organen. Deze letsels hebben geen rol van betekenis gespeeld ten aanzien van het overlijden. Er was een beperkte mate van bloedverlies (sub B4), zonder relevantie ten aanzien van het overlijden. Conclusie Mevrouw [slachtoffer 1] , 55 jaar oud, is overleden aan de gevolgen van één steekletsel aan het linkerschouderblad. De overige 45 steek- en snijletsels hebben geen rol van betekenis gespeeld ten aanzien van het overlijden. De vooraf bestaande ziekelijke longafwijkingen kunnen aan (de snelheid van) het overlijden hebben bijgedragen. 2. [getuige 1] heeft volgens een proces-verbaal van verhoor getuige onder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven: Hij stond ook met een mes in mijn huis. Hij vertelde: mijn moeder was mijn moeder niet, er zat een tattoo op haar hand op de verkeerde plek, haar borsten zaten verkeerd. Hij heeft vaker gezegd van het is mijn moeder niet. Toen kwam het besef een klein beetje terug. Toen hoorde ik hem zeggen, ja ik heb haar dertig keer gestoken. V: Zag je ook bloed bij [verdachte] ? A: Ja bij zijn handen en zijn vest, dat viel wel op. Want toen hij aankwam met de auto zat hij nog in de auto en liep ik ernaar toe, toen zag ik gelijk dat hij onder het bloed zat. 3. Uit een proces-verbaal forensisch onderzoek persoon volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven: Tijdens het ontkleden van de verdachte schoof de rechter broekspijp naar boven en zagen wij de punt van een lemmet op het been. Dit bleek een mes met een totale lengte van ongeveer 17 centimeter te zijn. Het heft van het mes was omwikkeld met een groen koord. Op het mes zagen wij bloed. Dit mes stelden wij veilig. SIN : AAPX6132NL Object : Steekwapen (Mes) Aantal/eenheid : 1 stuks Verpakking : Breathable bag Bijzonderheden : Bebloed mes, op rechterbeen 4. Uit een rapport Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer 1] in [woonplaats] op 19 december 2023 volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven: Mes AAPX6132NL (vanaf been verdachte) Het mes is onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn op het lemmet en op het heft meerdere bloedsporen aangetroffen. Het touw om het heft, en de uiteinden van het touw om het heft van het mes zijn bemonsterd gericht op het verzamelen van DNA van diegene die het mes heeft gehanteerd. Hierbij is getracht het aanwezige bloed te vermijden. Desondanks is in de bemonstering van het touw om het heft bloed aangetroffen. In de bemonsteringen van de uiteinden van het touw om het heft is geen bloed aangetroffen. Deze bemonsteringen zijn als AAPX6132NL#01 en #02 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Twee bloedsporen op het lemmet zijn bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn als AAPX6132NL#03 en #04 veiliggesteld door een DNA-onderzoek. Er kunnen nog meer bloedsporen worden bemonsterd. Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek Mes AAPX6132NL vanaf been verdachte AAPX6132NL#01 touw om het heft DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht: minimaal twee personen: - verdachte [verdachte] - meer dan 1 miljard - slachtoffer [slachtoffer 1] - niet berekend, zie toelichting 1 AAPX6132NL#02 uiteinden van het touw DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht: om het heft minimaal twee personen: - verdachte [verdachte] - zie toelichting 1 - slachtoffer [slachtoffer 1] - zie toelichting 1 AAPX6132NL#03 bloedspoor op punt DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht: lemmet minimaal twee personen: een relatief grote hoeveelheid DNA: - slachtoffer [slachtoffer 1] - meer dan 1 miljard een relatief kleine hoeveelheid DNA: - verdachte [verdachte] - zie toelichting 1 AAPX6132NL#04 bloedspoor op snijrand DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht: lemmet minimaal twee personen: - verdachte [verdachte] - zie toelichting 1 - slachtoffer [slachtoffer 1] - zie toelichting 1 Toelichting: 1. De bewijskracht van deze bemonstering, ten aanzien van de genoemde persoon, is vooralsnog niet gerapporteerd omdat de bewijskracht van een andere bemonstering van hetzelfde stuk van overtuiging al is vermeld. Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek AAPX6132NL#03 (bloedspoor op punt lemmet) Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 1] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen. DNA-mengprofiel AAPX6132NL#03 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer 1] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen. Bewijsoverwegingen feit 1 Overlijden slachtoffer Verdachte komt op 19 december 2023 net na het middaguur onder het bloed aan bij zijn ex-vriendin [getuige 1] . Hij heeft een mes in zijn hand en verklaart tegenover haar dat hij zijn moeder veelvuldig heeft gestoken. Verbalisanten komen vervolgens ter plaatse bij de woning van moeder en treffen haar met veel verwondingen levenloos in de badkamer aan. Nadat verdachte is aangehouden blijkt hij nog een mes op zijn rechter onderbeen te dragen. Van dit mes werd een aantal bemonsteringen genomen. Uit bemonstering AAPX6132NL#03 (bloedspoor op punt lemmet) is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal twee donoren, waaruit een DNA-hoofdprofiel kon worden afgeleid. Het DNA-profiel van het slachtoffer komt overeen met dit profiel. Het DNA-hoofdprofiel uit de bemonstering is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – slachtoffer donor is dan wanneer dat niet zo is. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat het slachtoffer donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op de punt van het lemmet. Uit de forensische rapportage volgt dat het slachtoffer is overleden als gevolg van steekletsel aan haar linkerschouderblad. De forensisch patholoog beschrijft dat hierbij long- en ademhalingsfunctiestoornissen evenals hartpompfunctiestoornissen te verwachten zijn op basis waarvan het overlijden volledig kan worden verklaard. De rechtbank stelt dan ook vast dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat verdachte zijn moeder om het leven heeft gebracht. Hij heeft haar meermaals gestoken, waarbij zij is overleden aan de gevolgen van de messteek in het linkerschouderblad. Geen voorbedachte raad Voor een bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Er heeft uitgebreid opsporingsonderzoek plaatsgevonden in de woning van de ex-vriendin ( [getuige 1] ) van verdachte, aan de mobiele telefoon van verdachte, alsmede een breed forensisch onderzoek in de woning en aan het lichaam van het slachtoffer. Ook zijn verschillende getuigen gehoord. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het opsporingsonderzoek echter geen bevindingen opgeleverd die bewijzen dat verdachte op 19 december 2023 heeft gehandeld na kalm beraad en rustig overleg. Weliswaar blijkt uit het opsporingsonderzoek dat verdachte mogelijk kort voor het tenlastegelegde een mes had aangeschaft en in september 2023 nog had gezegd dat hij iemand ging vermoorden die hij liefhad, maar de rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden onvoldoende concreet zijn om te kunnen bewijzen dat sprake is geweest van voorbedachte raad ten aanzien van het doden van zijn moeder. Verdachte had al enige tijd last van achtervolgingswanen – de rechtbank zal hier verderop in dit vonnis dieper op ingaan – , wat ook kan verklaren dat hij een mes had aangeschaft. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van moord en hem veroordelen voor de impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag. Bewijsmiddelen feit 2 en 3 1. [slachtoffer 2] heeft volgens een proces-verbaal van aangifte onder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven: Ik woon op de [adres] in [woonplaats] . Vrijdag 22 september 2023, heb ik een onverwachts bezoek gehad van mijn ex vriend, [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] mij meteen aanvloog en met zijn arm mij tegen de muur in de hal aanduwde. Ik zag dat hij met zijn rechterhand waarin hij het mes had een steekbeweging in mijn richting maakte. Ik zag dat de mes de bovenkant van mijn borst ternauwernood miste. Vervolgens bleef hij strak met zijn hand en het mes dreigend tegenover mij staan. Ik voelde mij zeer angstig en behoorlijk bedreigd. Ik vreesde op dat moment voor mijn leven, en was bang dat [verdachte] mij daadwerkelijk ging steken. [verdachte] bleef nog in zijn agressie en is vervolgens nog naar mijn voordeur gelopen. Daar heeft hij eerst met zijn vuisten het raam in proberen te slaan. Dat lukte niet waarop hij zijn mes gebruikte. Ik zag dat [verdachte] het raam insloeg en hoorde een hoop glasgerinkel. 2. [getuige 2] heeft volgens een proces-verbaal van verhoor getuige onder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven: Ik zag dat [slachtoffer 2] in de gang tegen de muur stond. Ik zag dat [verdachte] met het mes in zijn rechterhand voor haar stond. Ik zag dat hij het mes met de puntzijde richting de borst van [slachtoffer 2] hield. Ik denk dat er maar een paar centimeter tussen haar borst en het mes zat. Ik zag de angst in de ogen van [slachtoffer 2] . Ik zag dat ze grote waterige ogen had en ze gilde heel hard. Ik denk echt dat ze dacht dat ze vermoord zou worden. Ik zag vervolgens dat hij met dat mes de ruit van de voordeur van [slachtoffer 2] insloeg. 3. Uit een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven: Wij zagen dat het bovenste raam vernield was. Wij zagen dat er zowel buiten als binnen in de woning glasscherven lagen. Wij zagen ook dat er in de woning, op de voordeurmat een mes lag. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op 19 december 2023 te [woonplaats] , gemeente Dronten, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door [slachtoffer 1] meermalen met een mes te steken in het hoofd, in de hals, in de schouders, de armen en de rug. feit 2 op 22 september 2023 te [woonplaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door met een mes, in zijn hand naar die [slachtoffer 2] te wijzen. feit 3 op 22 september 2023 te [woonplaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft vernield. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 doodslag feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling feit 2 vernieling 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat gelet op de rapporten van de psychiater en de psycholoog verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde doodslag volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden verklaard en hij dient te worden ontslag van alle rechtsvervolging. De officier van justitie acht verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging en vernieling in verminderde mate toerekeningsvatbaar. De officier van justitie is van mening dat verdachte ten aanzien van die feiten schuldig dient te worden verklaard zonder oplegging van een straf (artikel 9a Wetboek van Strafrecht). 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit om verdachte, gelet op de conclusies van de psychiater en de psycholoog, ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar te achten. Verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 7.3 Het oordeel van de rechtbank Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt: - een rapport van 14 maart 2024, opgemaakt door dr. I.F.F.M. Elzakkers, psychiater; - een rapport van 12 maart 2024, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog. Uit de rapporten van de psychiater en psycholoog volgt onder meer het volgende. Diagnostiek Op grote lijnen is er overeenstemming tussen beide deskundigen over de diagnostiek, wel zijn er twee kleine verschillen. De psychiater stelt vast dat bij verdachte sprake is van een psychotische stoornis door amfetamine en GHB, en een licht verstandelijke ontwikkelingsstoornis. Daarnaast is er sprake van een stoornis in gebruik van alcohol en een stoornis in gebruik van GHB en amfetaminen. De psycholoog heeft ook een psychose gediagnosticeerd, maar omschrijft deze als een andere gespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis om de rol van de licht verstandelijke beperking, naast de middelen, te benadrukken. De deskundigen zijn het er over eens dat de psychose een centrale rol heeft in de forensische beschouwing, waarbij de licht verstandelijke beperking, naast het middelengebruik, een belangrijke rol heeft in de psychotische kwetsbaarheid. De psycholoog classificeert verder nog een paniekstoornis. De psychiater is hier meer terughoudend in, omdat het zicht hierop voor wat betreft het afgelopen jaar beperkt is. Er was zodanig veel middelengebruik en angst, voorkomend uit de psychose, dat naar de mening van de psychiater, afgaande op de informatie verstrekt door de verdachte, geen voldoende betrouwbare uitspraak kan worden gedaan. Toerekening Tussen de psycholoog en de psychiater is overeenstemming over de mate van toerekening ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten. Zij komen tot de volgende overwegingen. Bij de ten laste gelegde doodslag was verdachte al enige tijd zeer onder invloed van een paranoïde psychose, waarbij zijn moeder een speciaal figuur was, omdat hij dacht dat zij niet zijn moeder was. Dit psychotische fenomeen heeft verdachte zeer angstig gemaakt. Hoewel moeder zijn voornaamste steunfiguur was, was hij in de periode voor het tenlastegelegde angstig bij haar en poogde hij haar te vermijden. Tevens waren er achtervolgingswanen. Verdachte gebruikte in ieder geval kort voor het tenlastegelegde of de dag ervoor verdovende middelen, met name GHB, alcohol en amfetaminen. Meer precieze informatie hieromtrent ontbreekt. De combinatie van de angst ten gevolge van de psychose en het ontremmende effect van de middelen heeft verdachte in een zodanige gemoedstoestand gebracht dat hij geen zelfcontrole meer kon uitoefenen. Wat precies zijn beweegredenen ten tijde van de ten laste gelegde doodslag waren, is onduidelijk. De psychiater acht het geloofwaardig dat verdachte zich veel niet herinnert gezien de ernst van de psychose destijds en het middelengebruik. Mogelijk spelen schaamte en vermijding nog een rol. Gezien de overheersende invloed van de psychose op het denken, voelen en handelen adviseren beide deskundigen het tenlastegelegde niet toe te rekenen. Ten tijde van de tenlastegelegde bedreiging en vernieling was er eveneens sprake van ernstige psychiatrische problematiek en was verdachte ook onder invloed van middelen. De psychose bestond minder lang dan bij de ten laste gelegde doodslag, maar of deze tijdens de bedreiging en vernieling minder ernstig was is onduidelijk. Het middelengebruik was vermoedelijk wel meer dan bij de ten laste gelegde doodslag. Ook hier was de zelfcontrole van verdachte duidelijk aangedaan. Verdachte werd ook op 22 september 2023 beheerst door een veelheid aan psychiatrische problematiek, in de vorm van achtervolgingsideeën, verslaving en een hoge angstniveaus bij de bestaande licht verstandelijke beperking, wat tot agressieve impulsdoorbraken kan leiden jegens zowel anderen als zichzelf. Verdachte had een mes bij zich om zich te kunnen verdedigen vanuit de paranoïde gedachte dat er elk moment gevaar kon zijn. Wat er precies gebeurd is en wat er door verdachte heen ging, is onvoldoende duidelijk. Gezien de gemoedstoestand van verdachte in deze periode, die wel duidelijk volgt uit de stukken, kan met voldoende betrouwbaarheid gezegd worden dat verdachte zijn denken, voelen en handelen in deze periode ook niet volledig onder controle had. Beide deskundigen adviseren om de ten laste gelegde bedreiging en vernieling, tenminste verminderd toe te rekenen waarbij volledige ontoerekenbaarheid niet wordt uitgesloten. Ontslag van alle rechtsvervolging De rechtbank ziet geen aanleiding om de conclusies van de psycholoog en de psychiater niet over te nemen en maakt hun oordeel tot het hare. De rechtbank oordeelt dan ook dat verdachte ten tijde van de ten laste gelegde doodslag volledig ontoerekeningsvatbaar was. Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging en vernieling komen de deskundigen tot het advies om verdachte ten minste verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren, maar zij sluiten een volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet uit. Daarover overweegt de rechtbank als volgt. Uit de rapporten van de deskundigen volgt dat niet precies is vast te stellen wanneer verdachte in een psychose is beland. Voor de rechtbank is echter duidelijk dat verdachte sinds begin september 2023 al psychotisch was. Dit volgt onder andere uit hetgeen op 4 september 2023 is voorgevallen. Verdachte werd die dag in verwarde toestand van de snelweg gehaald. Hij was angstig, achterdochtig en onder invloed van middelen. Het voorgaande, in samenhang met de adviezen van de deskundigen, maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte 18 dagen later, op 22 september ook psychotisch was en de feiten van die dag niet aan hem kunnen worden toegerekend. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de bewezen verklaarde doodslag, bedreiging én vernieling in het geheel niet aan verdachte kunnen worden toegerekend. Verdachte is derhalve niet strafbaar, zodat hij voor alle ten laste gelegde feiten moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 8OPLEGGING VAN MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit verdachte te veroordelen tot een tbs-maatregel met oplegging van voorwaarden, eventueel in combinatie met een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel. De tbs-maatregel kan daarbij dadelijk uitvoerbaar worden bevolen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich op 22 september 2023 schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn ex-vriendin [slachtoffer 2] en vernieling van haar ruit. [slachtoffer 2] heeft gevreesd voor haar leven op het moment dat verdachte vlak voor haar stond met een mes. Uiteindelijk komt zij met de schrik vrij en loopt geen verwondingen op. Drie maanden later, op 19 december 2023, berooft verdachte zijn moeder op gewelddadige wijze van het leven door haar veelvuldig met een mes te steken, in haar eigen huis. Voor de ernst van zo’n feit, schiet iedere nadere toelichting te kort. Het handelen van verdachte heeft voor de nabestaanden onherstelbaar leed en verdriet veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor de andere zoon van het slachtoffer, en haar twee broers. Uit hun slachtofferverklaringen kon indringend worden vernomen hoe groot hun woede en verdriet zijn. Verdachte heeft ter terechtzitting zijn spijt betuigd tegenover de nabestaanden. En ook hij ervaart pijn door het gemis van zijn moeder, die juist altijd voor hem klaar stond. De harde realiteit is dat verdachte zal moeten leren leven met het feit dat hij zijn eigen moeder heeft gedood, als gevolg van een psychose na jarenlang drank- en drugsgebruik. Verdachte zal voor de rest van zijn leven de onvoorwaardelijke steun van zijn moeder moeten missen. De persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met: - een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 juni 2024. Hieruit volgt dat verdachte niet voor bedreiging of levensdelicten is veroordeeld. Hij is langer geleden veroordeeld voor een vernieling, maar in het grotere geheel van deze zaak, speelt dat voor de rechtbank geen rol. - een reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Fivoor van 21 mei 2024, uitgebracht door L. van Steenbergen, reclasseringswerker, en H. de Jong, unitmanager. Uit het advies volgt dat de reclassering het risico op recidive inschat als hoog. Vooraanstaande criminogene factoren worden gezien in de forse verslavingsgevoeligheid in combinatie met de licht verstandelijke beperking, de beperkte coping en de psychosegevoeligheid. Beschermende factoren zijn er nauwelijks en worden overschaduwd door de ernst van de criminogene factoren. Bovendien is de voornaamste beschermende factor, de steunende en begeleidende rol van zijn moeder, weggevallen. De reclassering adviseert oplegging van de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege. Er is sprake van onvoldoende behandelresponsiviteit om aan de tbs-maatregel met voorwaarden te denken. Een langdurig en intensief behandeltraject binnen de veilige marges van de tbs met verpleging van overheidswege binnen één kliniek is noodzakelijk. De reclassering adviseert negatief over de maatregel tbs met voorwaarden. Er is sprake van een forse verslavingscomponent die in combinatie met de licht verstandelijke beperking én psychosegevoeligheid niet gemakkelijk te behandelen is. Naar verwachting zal een intensief en langdurend behandeltraject nodig zijn voor het duurzaam terugbrengen van het recidiverisico. Hoewel verdachte zegt dat hij aan behandeling wil meewerken, wordt vermoed dat hij niet in staat is het geïndiceerde behandeltraject (volledig) te overzien. Tevens lijkt hij zijn middelengebruik te bagatelliseren en zijn grip op dit gebruik te overschatten. - het hierboven al genoemde psychiatrisch rapport van 14 maart 2024, opgemaakt door dr. I.F.F.M. Elzakkers, psychiater, en het psychologisch rapport van 12 maart 2024, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog. De psycholoog en de psychiater zijn het eens over de hoogte van het recidiverisico en het advies met betrekking tot behandeling en het noodzakelijke forensische kader. Recidiverisico Het recidiverisico op gewelddadig gedrag wordt door beide deskundigen als hoog ingeschat. Het meest risicovol is de ernstige verslavingsgevoeligheid in combinatie met de licht verstandelijke beperking, de zeer beperkte coping en de psychose gevoeligheid. Er is sprake van een zorgelijke risicohantering en zeer beperkte beschermende factoren. Verdachte zal vanuit zijn ernstige verslaving en gebrekkige coping snel terugvallen in middelengebruik, waarbij de kans erg groot is dat er opnieuw psychotische klachten zullen ontstaan. Onder invloed van psychotische klachten is verdachte angstig en onberekenbaar, doordat zijn impulscontrole sterk afneemt. Dit kan tot een agressieve impulsdoorbraak naar anderen leiden, maar ook tot zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag, met name als er teleurstelling op zouden treden in het contact met de enig overgebleven steunfiguren. Verder zal de schaamte over doodslag voor verdachte nauwelijks te hanteren zijn. Daarbij is zijn belangrijkste steunfiguur weggevallen. Hij moet haar overlijden een plek geven, en zijn eigen rol daarin. Er is een beperkt inzicht in de stoornis, het risico van gewelddadig gedrag en de noodzaak van behandeling. Advies behandeling en forensisch kader Een langdurende klinische behandeling op een afdeling voor mensen met een licht verstandelijke beperking en ernstig middelenmisbruik met als doel abstinentie en verbeteren van de coping wordt geadviseerd. Een lange resocialisatiefase is voorts het advies, omdat verdachte blijvend kwetsbaar is vanwege de licht verstandelijke beperking en de kans dat hij terugvalt in middelengebruik hoog is. Er dient dan ook op alle levensgebieden ondersteuning te zijn. De deskundigen adviseren aan verdachte de tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen. Deze (zware) maatregel is naar de mening van de deskundigen het enige kader dat de omstandigheden verschaft die in de komende jaren nodig zijn om het recidiverisico te verminderen en verdachte te behandelen. Verdachte is uitermate beperkt zelfredzaam en door de licht verstandelijke beperking en de beperkte coping zeer verslavingsgevoelig. Een ambulante behandeling wordt hierom niet haalbaar geacht. Een klinische behandeling in een voorwaardelijk kader is niet haalbaar. Hij overziet de voorwaarden onvoldoende om zich er goed aan te kunnen houden en ook is zijn ziekte-inzicht niet hoog. Een van de voorwaarden zou waarschijnlijk abstinentie zijn en verdachte zal hier naar het idee van de deskundigen zeer grote moeite mee hebben door zijn beperkte coping. Slechts een zeer gestructureerde setting gedurende lange tijd met een zeer lange resocialisatiefase wordt passend geacht bij de combinatie van het hoge recidive risico en de ernstige beperkingen van verdachte. De beide deskundigen hebben op 9 september 2024 schriftelijk aanvullende vragen van de verdediging beantwoord. Bij de beantwoording van die vragen hebben zij hun adviezen nog nader toegelicht. De adviezen zijn onveranderd gebleven. De op te leggen maatregel Tbs-maatregel met dwangverpleging De rechtbank acht – gelet op al het voorgaande – oplegging van de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege passend en geboden. Aan de voorwaarden voor het opleggen van een dergelijke maatregel is voldaan. Zoals hiervoor is overwogen blijkt uit de rapporten van de deskundigen immers dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.