← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:5734

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer: 11019944 \ AC EXPL 24-761 Vonnis van 4 september 2024 in de zaak van UNIGARANT N.V., mede handelend onder de naam ANWB Verzekeren, gevestigd in Den Haag, eisende partij, hierna te noemen: Unigarant, gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen, tegen [gedaagde] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - het e-mailbericht van Unigarant met het verzoek om doorhaling van de procedure; - het e-mailbericht van [gedaagde] waarin hij bezwaar maakt tegen de verzochte doorhaling. 1.
  2. Ten slotte is bepaald dat vonnis wordt gewezen. 2De kern 2.
  3. Unigarant heeft in deze procedure aanvankelijk gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de openstaande premie van € 62,34 voor de afgesloten verzekeringsovereenkomst. [gedaagde] betwist dat partijen deze overeenkomst hebben gesloten en dat hij het polisblad heeft ontvangen (het op het polisblad genoteerde mailadres is volgens [gedaagde] ook foutief). Later heeft Unigarant om doorhaling van de procedure gevraagd, waar [gedaagde] zich tegen heeft verzet. De kantonrechter begrijpt dat Unigarant haar vordering niet langer handhaaft en veroordeelt haar in de proceskosten. De vordering van [gedaagde] tot veroordeling van Unigarant in de werkelijke proceskosten wordt afgewezen. De kantonrechter licht dit hierna toe. 3De beoordeling Op de vordering van Unigarant hoeft niet meer te worden beslist 3.
  4. Unigarant heeft de kantonrechter verzocht om doorhaling van de procedure. Dit kan alleen met instemming van beide partijen (artikel 246 Rv) en [gedaagde] heeft zich hiertegen verzet. Gelet op de strekking van het verzoek tot doorhaling, kan volgens de kantonrechter wel worden aangenomen dat Unigarant haar vordering niet langer wil handhaven. Op de vordering en het door [gedaagde] gevoerde verweer hoeft dan ook niet meer te worden beslist. Unigarant moet de proceskosten betalen, maar niet de werkelijke 3.
  5. Aangezien Unigarant haar vordering niet langer handhaaft, wordt zij in de proceskosten veroordeeld. 3.
  6. [gedaagde] vordert betaling van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Hij heeft namelijk juridische advieskosten gemaakt tot een bedrag van € 60,
  7. Zo’n vordering is alleen toewijsbaar bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van de vordering, gelet op de duidelijke ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Hiervan kan sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel had horen te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure wordt niet snel aangenomen, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM. 3.
  8. De kantonrechter gaat niet over tot een veroordeling van de werkelijke proceskosten, aangezien niet is gebleken dat Unigarant misbruik van het procesrecht heeft gemaakt en/of onrechtmatig heeft gehandeld door het instellen van haar vordering. Dat Unigarant haar vordering mede op een mogelijk foutief e-mailadres van [gedaagde] heeft gebaseerd, impliceert niet dat zij daarmee de gehele vordering heeft gebaseerd op evident onjuiste feiten en omstandigheden. Evenmin is gebleken dat Unigarant [gedaagde] tegen beter weten in geheel onnodig op kosten heeft gejaagd. 3.
  9. Volgens de regels die in het normale geval gelden bij proceskostenveroordelingen, komen kosten voor juridische bijstand alleen (deels) voor vergoeding in aanmerking als die zijn gemaakt door een gemachtigde die voor [gedaagde] in deze zaak optrad. Maar [gedaagde] procedeerde zelf - dus zonder gemachtigde Dit betekent dat de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 0,
  10. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  11. begrijpt het zo dat Unigarant haar vordering niet langer handhaaft, zodat hier niet meer op hoeft te worden beslist, 4.
  12. veroordeelt Unigarant in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 0,
  13. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 4 september
  14. Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.