RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/670 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2024 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres (gemachtigde: mr. J.W. Vugts) en de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente 1] , de heffingsambtenaar. Inleiding 1.1 In de beschikking van 25 februari 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de niet-woning voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 357.000,- naar de waardepeildatum 1 januari
- 1.2 Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en verzocht om een schriftelijke hoorzitting. In de uitspraak op bezwaar van 24 november 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd. Er heeft geen schriftelijke hoorzitting plaatsgevonden. 1.3 Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 Partijen hebben toestemming verleend om uitspraak te doen zonder zitting. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft daarop het onderzoek gesloten. Overwegingen Het geschil
- In geschil is de vraag of sprake is geweest van een overeengekomen datum dat eiseres de grieven voor de hoorzitting aan zou leveren bij de heffingsambtenaar, namelijk uiterlijk op 6 oktober
- Eiseres stelt dat dat niet het geval is. Eiseres stelt dat niet duidelijk was dat het hier ook ging om een hoorzitting voor de gemeente [gemeente 1] , en niet alleen een hoorzitting voor de gemeente [gemeente 2] . Uit de e-mailcorrespondentie zou namelijk niet blijken dat het daarin ook over de gemeente [gemeente 1] ging. Daarom verzoekt eiseres om terugverwijzing naar de bezwaarfase, zodat zij alsnog gehoord kan worden.
- Over de afgesproken datum van 6 oktober 2023 brengt de heffingsambtenaar het volgende in. In een e-mail van 27 juni 2023 aan eiseres is door de heffingsambtenaar de datum van 6 oktober 2023 voorgesteld als uiterlijke datum om het volledige dossier, inclusief de schriftelijke hoorzitting, aan te leveren. Daarop heeft eiseres in een e-mail van 5 juli 2023 akkoord gegeven. Daaruit zou blijken dat er wel degelijk sprake was van een overeengekomen datum voor het aanleveren van de grieven.
- De heffingsambtenaar licht verder in het verweerschrift toe dat in brieven en e-mails die worden verzonden naar inwoners, bedrijven en instellingen een ‘disclaimer’ is toegevoegd onderaan de correspondentie. In deze disclaimer staat dat de gemeenten [gemeente 1] en [gemeente 2] samenwerken en dat de organisatie van [plaats] voor beide zelfstandige gemeenten werkt. Vanwege die samenwerking wordt geen onderscheid gemaakt tussen bezwaarschriften voor gemeente [gemeente 2] en voor gemeente [gemeente 1] . De heffingsambtenaar benoemd hierbij dat andere professionele bezwaarmakers die voor gemeente [gemeente 2] en gemeente [gemeente 1] bezwaarschriften indienen, hier geen problemen mee hebben gehad. Beoordeling van de rechtbank 5.1 Uit e-mailcorrespondentie tussen de heffingsambtenaar en eiseres blijkt dat eiseres op 5 juli 2023 heeft ingestemd met de afgesproken datum van 6 oktober
- In deze mail staat namelijk: “Ik ga akkoord met de datum. Naar welk e-mailadres kunnen de schriftelijke hoorzittingen gestuurd worden?” Daaruit blijkt dat eiseres en de heffingsambtenaar overeen zijn gekomen om voor 6 oktober 2023 de grieven van de schriftelijke hoorzitting aan te leveren. Daarnaast blijkt uit de stukken dat zowel onderaan alle e-mails van de heffingsambtenaar, als onderaan de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift en de informatiebeschikking, staat vermeld dat de gemeenten [gemeente 1] en [gemeente 2] samenwerken en dat de organisatie [plaats] werkt voor beide zelfstandige gemeenten. De rechtbank is van oordeel dat daarom, zeker voor een professioneel gemachtigde die meerdere bezwaar- en beroepsprocedures heeft lopen bij onder andere de gemeenten in kwestie, voldoende duidelijkheid bestond over de samenwerking van de gemeenten [gemeente 2] en [gemeente 1] . De beroepsgrond slaagt niet. 5.2 Het beroep is ongegrond. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Bij deze uitkomst is geen ruimte voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.