RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Voorzieningenrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11307282 \ UV EXPL 24-201 VL/58599 Vonnis in kort geding van 18 oktober 2024 in de zaak van De heer [eiser] , H.O.D.N. [handelsnaam], wonend in [woonplaats] , eiser in conventie, gedaagde in reconventie, hierna te noemen: [handelsnaam] , gemachtigde: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen, tegen [gedaagde] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. R.R. Surquin. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van [handelsnaam] met 3 producties; de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van [gedaagde] met 9 producties; de conclusie van antwoord in reconventie van [handelsnaam] ; de aanvullende verklaring van [handelsnaam] ; de mondelinge behandeling van 4 oktober 2024. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling was de heer [eiser] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Beiersbergen van Henegouwen. Namens [gedaagde] was haar bestuurder de heer [A] aanwezig. Daarnaast waren aanwezig mevrouw [B] , de vrouw van de heer [A] , en mevrouw [C] , secretaresse bij [gedaagde] . [gedaagde] werd bijgestaan door mr. Surquin. 2De kern van de zaak 2.1. [handelsnaam] huurde vanaf 21 augustus 2019 van [gedaagde] bedrijfsruimtes [letter/nummeraanduiding 1] en [letter/nummeraanduiding 2] (hierna: de bedrijfsruimtes) aan de [adres] te [plaats] . [gedaagde] heeft de huurovereenkomst opgezegd tegen 1 september 2024. [gedaagde] heeft echter al vanaf 21 augustus 2024 [handelsnaam] de toegang tot de bedrijfsruimtes ontzegd door de sloten te vervangen en de toegangscodes aan te passen. [handelsnaam] wil zijn eigendommen verhuizen naar een nieuwe locatie en vordert daarom onvoorwaardelijke toegang tot de bedrijfsruimtes en tot het magazijn. [gedaagde] wil ook dat [handelsnaam] verhuist, maar vordert in reconventie dat hij verhuist binnen drie dagen en tijdens kantoortijden. Daarbij vordert [gedaagde] een voorschot op achterstallige huur, servicekosten, verschuldigd geworden boetes en buitengerechtelijke incassokosten en een gebruiksvergoeding. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [handelsnaam] grotendeels toe en wijst de vorderingen van [gedaagde] af. 3De beoordeling In conventie en reconventie [gedaagde] moet [handelsnaam] onvoorwaardelijke toegang geven tot de bedrijfsruimtes 3.1. [gedaagde] moet [handelsnaam] voor een periode van veertien dagen de onvoorwaardelijke toegang geven tot het de bedrijfsruimtes om zijn bezittingen en eigendommen uit de bedrijfsruimtes te verhuizen. [handelsnaam] heeft namelijk recht op onvoorwaardelijke toegang tot de bedrijfsruimtes. De huurovereenkomst is weliswaar geëindigd per 1 september 2024 door de opzegging van [gedaagde] , maar [handelsnaam] heeft niet de verplichting tot ontruiming omdat de ontruiming niet is aangezegd. [gedaagde] is echter niet gehouden [handelsnaam] voor zijn verhuizing toegang te verlenen tot het magazijn. De voorzieningenrechter zal dit hierna toelichten. Huurovereenkomst is geëindigd door opzegging, maar er is geen verplichting tot ontruiming van de bedrijfsruimtes voor [handelsnaam] 3.2. De huurovereenkomst tussen [gedaagde] en [handelsnaam] is op 1 september 2024 geëindigd. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst namelijk in haar brief van 10 april 2024 rechtsgeldig opgezegd per 1 september 2024. Weliswaar moet de opzegging op grond van artikel 3.4 van de toepasselijke algemene voorwaarden per deurwaardersexploot of aangetekende brief worden verstuurd, maar het enkele feit dat daar niet aan is voldaan doet niet af aan de geldigheid van de opzegging. Het doel van deze bepaling is namelijk dat de opzegging de andere partij bereikt en het staat vast dat [handelsnaam] de opzegging van [gedaagde] heeft ontvangen en gelezen. [handelsnaam] heeft dit namelijk per e-mail bevestigd. 3.3. Dat de huurovereenkomst per 1 september 2024 is geëindigd, brengt nog niet mee dat [handelsnaam] de bedrijfsruimtes moet ontruimen. Bij verhuur van een gebouwde onroerende zaak (niet zijnde bedrijfsruimte), kan de verhuurder namelijk de huurder pas verplichten te ontruimen nadat de ontruiming is aangezegd. Het is niet in geschil dat [gedaagde] de ontruiming niet heeft aangezegd (althans niet voor indiening van de eis in reconventie). [handelsnaam] heeft vanaf het moment van aanzegging van de ontruiming twee maanden de tijd om de rechter te verzoeken de termijn te verlengen waarbinnen ontruiming moet plaatsvinden, en in deze twee maanden kan de huurder niet gedwongen worden te ontruimen. Dit is slechts anders als de huurder de huurovereenkomst zelf heeft opgezegd of als hij uitdrukkelijk heeft ingestemd met beëindiging, maar dat is hier niet het geval. [handelsnaam] heeft in reactie op de opzegging alleen gemaild dat hij deze gelezen heeft en dat is geen uitdrukkelijke instemming met de beëindiging. 3.4. [gedaagde] heeft subsidiair nog aangevoerd dat [handelsnaam] de bedrijfsruimtes vanwege een huurachterstand moet ontruimen (vooruitlopend op ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure). Ook op deze grond kan ontruiming niet worden toegewezen. Zoals onder 3.2 is overwogen, is de huurovereenkomst al geëindigd per 1 september 2024. In een bodemprocedure zal daarom niet worden toegekomen aan ontbinding van de huurovereenkomst. 3.5. Gelet op voorgaande kan [gedaagde] niet verlangen dat [handelsnaam] tot ontruiming overgaat. De reconventionele vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen. Dit betekent ook dat [handelsnaam] recht heeft op toegang tot de bedrijfsruimtes om over zijn eigendommen te kunnen beschikken (of in dit geval om zijn eigendommen te kunnen verhuizen). De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de toegang tot de bedrijfsruimtes voor [handelsnaam] te beperken tot kantoortijden. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat verhuizing buiten kantoortijden overlast zal veroorzaken. Dit geldt te meer omdat de bedrijfsruimtes zijn gelegen op een bedrijventerrein. De vordering van [handelsnaam] om [gedaagde] te veroordelen onvoorwaardelijke toegang te verschaffen tot de bedrijfsruimtes en de benodigde sleutels en toegangscodes te verschaffen, wordt dan ook toegewezen. [gedaagde] hoeft [handelsnaam] geen toegang te geven tot het magazijn 3.6. De vordering van [handelsnaam] om [gedaagde] te gebieden ook toegang te geven om eigendommen te verhuizen via het magazijn wordt afgewezen. Hiervoor is namelijk geen rechtsgrond, want het magazijn maakte geen onderdeel uit van de huurovereenkomst en het is ook niet komen vast te staan dat de verhuizing onmogelijk is als [handelsnaam] geen gebruik kan maken van het magazijn. Spoedeisend belang [handelsnaam] 3.7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [handelsnaam] spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. Op dit moment heeft hij geen toegang tot eigendommen die hij nodig heeft voor zijn bedrijf. Het is voor [handelsnaam] daarom van belang dat hij toegang krijgt tot de bedrijfsruimtes om zijn eigendommen te kunnen verhuizen. Dwangsom 3.8. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde dwangsommen en de voorzieningenrechter zal deze dan ook toewijzen zoals gevorderd. Overige vorderingen van [gedaagde] in reconventie 3.9. De vorderingen van [gedaagde] in reconventie tot betaling van een voorschot wegens (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.