Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer: 573230 HA RK 24-70 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 9 april 2024 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van: mr. D.A.N. Bartels MRE, gevestigd te Utrecht, (hierna: verzoeker). 1De procedure 1.
- De wrakingskamer heeft op 9 april 2024 het verzoek tot wraking ontvangen in de zaken met zaaknummers: UTR 22 / 543, UTR 22 / 2684, UTR 22 / 2705, UTR 22 / 2906, UTR 22 / 2917 , UTR 22 / 3595, UTR 22 / 3692, UTR 22 / 4358, UTR 22 / 4359, UTR 22 / 4360, UTR 22 / 4361, UTR 22 / 546, UTR 22 / 4362, UTR 22 / 4363, UTR 22 / 5800, UTR 22 / 5976, UTR 23 / 2105, UTR 23 / 2164, UTR 23 / 2196, UTR 23 / 3003, UTR 23 / 3016, UTR 22 / 547, UTR 22 / 548, UTR 22 / 551, UTR 22 / 553, UTR 22 / 555, UTR 22 / 975, UTR 22 / 1064 WOZ T1 (hierna: de hoofdzaken). 1.
- De beslissing van de wrakingskamer is bepaald op vandaag. De wrakingskamer heeft aanleiding gezien het verzoek zonder zitting af te doen. 2Het wrakingsverzoek 2.
- Het verzoek is gericht tegen mr. B. van Walderveen (hierna: de rechter). De rechter is de behandelend rechter in de hoofdzaken. In de hoofdzaken is de mondelinge behandeling gepland op vandaag. Verzoeker heeft kort voor aanvang van die mondelinge behandeling de rechter gewraakt. De rechter heeft de behandeling van de hoofdzaken vervolgens geschorst. 2.
- Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Verzoeker heeft eerder in 113 andere zaken wrakingsverzoeken ingediend tegen de rechter. Voor een toelichting van het onderhavige wrakingsverzoek verwijst verzoeker naar de inhoud en strekking van deze eerdere wrakingsverzoeken. 3De beoordeling 3.
- Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:16, tweede lid, van de Awb volgt dat het wrakingsverzoek gemotiveerd moet worden gedaan. 3.
- Naar het oordeel van de wrakingskamer kan het wrakingsverzoek niet worden aangemerkt als een gemotiveerd verzoek, zoals bedoeld in de wet. Verzoeker heeft namelijk geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waardoor volgens hem de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De verwijzing naar eerdere wrakingsverzoeken is onvoldoende. 3.
- De wrakingskamer ziet aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, van de Awb. Een volgend wrakingsverzoek van verzoeker, betrekking hebbend (één van) de hoofdzaken met de onder 1.1 genoemde zaaknummers, zal niet in behandeling worden genomen. Uit het wrakingsverzoek leidt de wrakingskamer af dat verzoeker in deze zaken, maar ook in de zaken waarnaar door verzoeker wordt verwezen, uitstel van behandeling wil bewerkstelligen. Dat is misbruik van het wrakingsmiddel. In het belang van de voortgang van de procedures moet worden voorkomen dat verzoeker door (een) hernieuwd(e) wrakingsverzoek(en) opnieuw misbruik maakt van het wrakingsmiddel. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 4.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank; 4.
- bepaalt dat de hoofdzaken moeten worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek; 4.
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in (één van) de hoofdzaken met de onder 1.1 genoemde zaaknummers niet in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. D. Wachter en mr. P.M. Leijten als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.