RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/5267 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2024 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), verweerder (gemachtigde: mr. M.J.H. Langendoen). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 28 oktober 2023 omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 16 juni 2023 om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Op 15 januari 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn verzoek of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Eiser heeft bij brief van 28 oktober 2023 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op zijn Woo-verzoek heeft genomen.
- Verweerder stelt in zijn verweerschrift van 15 januari 2024 dat er geen sprake is van niet tijdig beslissen. Verweerder heeft bij besluit van 13 juli 2023 namelijk tijdig en volledig beslist op het Woo-verzoek van eiser. Volgens verweerder heeft eiser een beroep niet-tijdig ingesteld, omdat eiser van mening is dat er geen uitvoerbaar Woo-besluit is genomen, vanwege de niet aanklikbare links op Rijksoverheid.nl.
- In reactie op het verweerschrift stelt eiser dat het besluit van 13 juli 2023 niet geldt als een definitieve besluitvorming, omdat het document vol met niet-bruikbare links staat. Daarnaast heeft eiser een zeer moeizaam traject doorlopen met verweerder om de links wel te laten werken.
- De rechtbank stelt vast dat met het besluit van 13 juli 2023 sprake is van een inhoudelijke beslissing op de aanvraag van eiser en dat het beroep van eiser nadien is ingesteld. Deze vaststelling leidt tot het oordeel dat op het moment dat eiser het onderhavige beroep wegens het niet tijdig beslissen indiende, er geen sprake was van een situatie waarin het bestuursorgaan weigerachtig was te beslissen. De omstandigheid dat een aantal van de in de bijlage het besluit genoemde links niet direct werkend was, doet hier niet aan af. Door middel van een beroep wegens het niet tijdig beslissen kan immers niet opgekomen worden tegen de wijze waarop de verzochte document openbaar gemaakt worden. Daarbij geldt dat de door eiser gevraagde documenten volgens verweerder grotendeels al openbaar waren. De rechtbank heeft wel begrip voor eisers frustratie op het punt van de eigenlijke openbaarmaking via de door verweerder genoemde links in de bijlage van het besluit; uit het dossier blijkt dat het enige tijd heeft geduurd voordat (een deel van de) door hem verzochte documenten ook daadwerkelijk toegankelijk waren via de website van Rijksoverheid.nl. Dit maakt haar oordeel echter niet anders.
- Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan behandelen.
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober
- De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.