RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/210213-24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 21 november 2024 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [1982] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] , thans gedetineerd in de [verblijfplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 oktober 2024 en 7 november 2024 . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F. Rademaker en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van hetgeen [A] , medewerker van Slachtofferhulp Nederland, namens de benadeelde [slachtoffer] naar voren heeft gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte: Feit 1: op 28 juni 2024 in Amersfoort heeft geprobeerd ambtenaar [slachtoffer] zwaar te mishandelen door haar bij de keel te pakken, haar keel dicht te knijpen en haar in het gezicht te slaan (primair), dan wel haar heeft mishandeld door haar bij de keel te pakken, haar keel dicht te knijpen, haar in het gezicht te slaan en tegen de rug te schoppen (subsidiair); Feit 2: op 28 juni 2024 in Amersfoort [slachtoffer] heeft bedreigd met de woorden 'kankerhoer, ik maak je dood' en 'ben je godverdomme weer de politie aan het bellen? Ik weet je te vinden en ik maak je dood', althans woorden van gelijke aard of strekking; Feit 3: op 28 juni 2024 in Amersfoort de telefoon van [slachtoffer] heeft vernield. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dit betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie acht ook de onder 2 en 3 ten laste gelegde bedreiging en vernieling overtuigend te bewijzen. Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling heeft de raadsman verzocht om verdachte partieel vrij te spreken van het dichtknijpen van de keel en het slaan. Voor wat betreft het schoppen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft verder verzocht om verdachte vrij te spreken van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging. Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde vernieling heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor zover van belang worden de standpunten van de raadsman hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak feit 1 primair De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling heeft begaan en spreekt verdachte hiervan vrij. Bij een poging tot zware mishandeling moet het vereiste opzet gericht zijn op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Naar het oordeel van de rechtbank is hier in deze zaak geen sprake van. Uit de verklaring van aangeefster en de verklaring van getuige [B] blijkt dat verdachte aangeefster bij haar keel heeft gegrepen en in haar gezicht heeft geslagen. In de letselrapportage staat dat aangeefster als gevolg hiervan een roodblauwe verkleuring in de halsstreek en een schram op haar bovenlip en haar kin heeft opgelopen. Verdachte bekent dat hij aangeefster bij haar keel heeft gegrepen, maar ontkent dat hij haar keel heeft dichtgeknepen. Hij zou haar bij haar keel hebben gepakt met de bedoeling om haar opzij te zetten. Deze verklaring van verdachte wordt niet, althans onvoldoende, weersproken door het procesdossier. De rechtbank acht derhalve niet bewezen dat verdachte de bewuste bedoeling (vol opzet) heeft gehad om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank is voorts van oordeel dat ook opzet in voorwaardelijke zin niet kan worden bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er te weinig aanknopingspunten voor de conclusie dat het vastgrijpen van de keel, in combinatie met het slaan en schoppen, een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven heeft geroepen. De rechtbank weegt hierbij mee dat aangeefster heeft verklaard dat zij éénmaal, met één hand, gedurende twee à drie seconden bij haar keel is vastgegrepen. Voorts is niet gebleken dat aangeefster ook geruime tijd na het incident nog last heeft gehad van haar letsel, in het bijzonder van haar nek. Gelet op het vorengaande acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte met zijn gedragingen een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven heeft geroepen. Derhalve zal verdachte worden vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling. Bewijsmiddelen Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , inclusief bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 28 juni 2024 reed ik naar een adres in [plaats] samen met mijn cliënt [B] . Ik werk voor [organisatie] . Ik hoorde [verdachte (voornaam)] zeggen dat [B (voornaam)] niet met mij mee zou gaan en dat hij mij een "kanker hoer" noemde. Ik hoorde dat hij "ik maak je dood" naar mij riep. Ik voelde dat er een hand om mijn keel heen ging. Ik voelde dat mijn keel werd dichtgeknepen. Ik voelde dat ik tegen de muur werd aangeduwd en dat mijn keel omhoog werd geduwd. Ik voelde dat ik ongeveer 2 á 3 seconden werd vastgepakt bij mijn keel. Ik voelde dat er meerdere keren, zo'n twee á drie keer, met een hoge snelheid een voet tegen mijn onderrug aan kwam. Ik zag dat hij mijn telefoon afpakte en deze van de trap af gooide. Ik ben daarna in de auto gestapt en hoorde [verdachte (voornaam)] zeggen: "ben je nou godverdomme weer de politie aan het bellen? Ik weet je te vinden en ik maak je dood." Een geschrift, te weten een letselrapportage opgesteld door [C] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In gelaat op bovenlip een schram, evenzo onder de kin. Hals: wat roodblauwe verkleuring onder niveau van de larynx. Op de rug bilateraal laag thoracaal +/- 5cm van midline schrammen. Miltletsel dan wel vanuit de urinewegen gezien, ook nu bloed in urine. De verklaring van getuige [B] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De medewerker [de rechtbank begrijpt: aangeefster] belde de politie en dit maakte [verdachte (voornaam)] erg boos. Ik zag dat [verdachte (voornaam)] de medewerker met twee handen sloeg. Hij trapte haar ook nog en bleef maar slaan en trappen. Ik zag ook dat [verdachte (voornaam)] de medewerker bij haar keel greep. Ik zag dat zij door de klappen en schoppen letsel had in haar gezicht. Ik zag ook dat haar keel nu rood was. De verklaring van getuige [D] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik zag dat de man met kracht en met beide vuisten de vrouw in het gezicht sloeg. Ik hoorde dat de man zei: "Vuile kankerhoer, bel de politie maar weer. Jij hoort hier niet." Of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat de man de telefoon van de vrouw afpakte en deze vanaf de eerste verdieping naar beneden op de grond gooide. Ik zag toen dat de man de vrouw schopte op haar rug. Ik zag dat de vrouw en de bewoonster wegliepen vanaf de voordeur en dat zij beiden naar een auto liepen. Ik zag dat zij wegreden. Ik zag en hoorde dat de man nog een aantal scheldwoorden richting de auto riep . De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik heb die mevrouw [de rechtbank begrijpt: aangeefster] 2 à 3 seconden bij de nek gepakt en opzij gezet. Ik heb haar niet gewurgd. Ik heb wel haar telefoon weggegooid. Bewijsoverwegingen Ten aanzien van feit 1 subsidiair (mishandeling) De raadsman heeft verzocht om verdachte partieel vrij te spreken van het dichtknijpen van de keel en het slaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft geslagen. Met betrekking tot het dichtknijpen van de keel overweegt de rechtbank als volgt. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet alleen het vastpakken, maar ook het dichtknijpen van de keel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Aangeefster verklaart dat verdachte haar keel heeft vastgepakt en deze ook 2 à 3 seconden heeft dichtgeknepen. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij gedurende 2 à 3 seconden de keel van aangeefster heeft vastgehad. Getuige [B] verklaart dat de keel van aangeefster na het incident rood geworden was en ook de huisarts heeft een roodblauwe verkleuring in de halsstreek van aangeefster waargenomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat deze verkleuring het gevolg is van kracht- en/of drukuitoefening van de hand van verdachte op de keel van aangeefster. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen. Ten aanzien van feit 2 (bedreiging) De raadsman heeft aangevoerd dat de ten laste gelegde uitlatingen slechts volgen uit de verklaring van aangeefster en niet ondersteund worden door andere bewijsmiddelen in het dossier. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de verklaring van aangeefster in voldoende mate ondersteund door de verklaringen van de getuigen. Beide getuigen verklaren dat verdachte erg boos was en volgens getuige [D] heeft verdachte iets als ‘vuile kankerhoer, bel de politie maar weer’, tegen aangeefster gezegd. Ook zou verdachte volgens deze getuige nog een aantal scheldwoorden hebben geroepen op het moment dat aangeefster in de auto zat, hetgeen aangeefster zelf ook verklaart. Naar het oordeel van de rechtbank is het onder deze omstandigheden niet noodzakelijk dat de ten laste gelegde uitlatingen in hun letterlijke bewoordingen gedekt worden door verschillende bewijsmiddelen. Dit brengt de rechtbank tot de slotsom dat de ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend kan worden bewezen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 op 28 juni 2024 te [plaats] , een ambtenaar, [slachtoffer] , gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer] - ( met kracht) bij de keel te grijpen en die keel dicht te knijpen, - meermalen, in het gezicht te slaan, en - meermalen, tegen de rug te schoppen; 2 op 28 juni 2024 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "kankerhoer, ik maak je dood" en "ben je godverdomme weer de politie aan het bellen? Ik weet je te vinden en ik maak je dood"; 3 op 28 juni 2024 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft vernield, Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening; Feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; Feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 weken, met aftrek van het voorarrest, alsmede een contact- en locatieverbod op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van vijf jaren, met een hechtenis van één week per overtreding (zonder maximum). De officier van justitie heeft voorts gevorderd om het contact- en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Ten aanzien van het contact- en locatieverbod heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een ambtenaar, bedreiging en vernieling. Hij heeft geweld gebruikt tegen een medewerker van de [organisatie] , die op de dag van het incident bezig was om de partner van verdachte te begeleiden naar een opname. Verdachte heeft niet alleen de keel van het slachtoffer dichtgeknepen maar haar ook geslagen, geschopt en met de dood bedreigd. Ook heeft verdachte de telefoon van het slachtoffer vernield. Met zijn handelswijze heeft verdachte naast lichamelijk letsel en materiële schade vooral ook hevige angstgevoelens bij het slachtoffer teweeggebracht. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij zich agressief heeft gedragen richting een persoon die is aangesteld om psychische zorg aan kwetsbare mensen te verlenen. De persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 3 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.