RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: C/16/582238 / KL ZA 24-276 Vonnis in kort geding van 26 november 2024 in de zaak van DBA B.V., gevestigd te Almere, eisende partij, hierna te noemen: DBA, advocaat: mrs. B. Wallage en L.M.J. Kooijmans te Utrecht, tegen GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST FLEVOLAND, zetelend te Lelystad, gedaagde partij, hierna te noemen: GGD, advocaat: mr. B.J.P.G. Roozendaal te Breda. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 november 2024 met producties 1 tot en met 14; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 24b;- de akte overlegging productie 15 van DBA. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2024. Namens DBA zijn mevrouw [A] (bestuurder, hierna: [A] ) en mevrouw [B] (bestuurder) met mrs. Wallage en Kooijmans verschenen. Namens GGD zijn mevrouw [C] (senior toezichthouder), mevrouw [D] (senior toezichthouder), mevrouw [E] (manager Toezicht) en de heer [F] (directeur) met mr. Roozendaal verschenen. De spreekaantekeningen die de advocaten hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken is. 1.3. De voorzieningenrechter heeft op de mondelinge behandeling meegedeeld dat op 26 november 2024 vonnis zal worden gewezen. 2De kern van de zaak 2.1. DBA is een zorgaanbieder die onder meer zorg en ondersteuning biedt op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo). De gemeente Almere heeft aan GGD opdracht verstrekt om twee onderzoeken te verrichten naar de door DBA geleverde ondersteuning. DBA stelt dat GGD bij het uitvoeren van één van die onderzoeken onrechtmatig heeft gehandeld. DBA eist – kortgezegd – dat de voorzieningenrechter GGD verbiedt om het conceptrapport van één van de onderzoeken verder te gebruiken, dat GGD een rectificatie verstuurt en dat GGD wordt geboden om te stoppen met de twee onderzoeken of dat een andere GGD wordt belast met het uitvoeren van de twee onderzoeken. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van DBA af. 3De beoordeling De achtergrond van het geschil 3.1. Op grond van artikel 2.1.1 Wmo zijn gemeentes verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en het waarborgen van de kwaliteit van de geleverde voorzieningen. Het college van burgermeester en wethouders stelt toezichthouders aan om toezicht te houden op de naleving van de Wmo. Door gemeente Almere zijn ambtenaren van haar afdeling Werk en Inkomen en GGD als toezichthouders aangewezen. Het toezicht ziet op het toetsen van de verplichting van de Wmo dat de aangeboden zorg van goede kwaliteit is. Daaronder wordt onder meer veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte zorg verstaan (artikel 3.1 Wmo). 3.2. Op 1 augustus 2023 hebben toezichthouders van de afdeling Werk en Inkomen van gemeente Almere een “signaal gestuurd kwaliteitsonderzoek” naar DBA afgerond. Op basis van hun bevindingen hebben deze toezichthouders geconcludeerd dat de geboden ondersteuning door DBA gedeeltelijk voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen uit de Wmo. 3.3. Vanwege nieuwe signalen over de kwaliteit van de geleverde ondersteuning door DBA heeft gemeente Almere begin 2024 aan GGD opdracht gegeven om twee afzonderlijke onderzoeken te verrichten. Uit de opdrachtbevestiging van GGD blijkt dat het eerste onderzoek (met kenmerknummer [nummer] ) betrekking heeft op de kwaliteit van de door GGD geleverde ondersteuning in het algemeen. Het tweede onderzoek (met kenmerknummer [nummer] ) heeft betrekking op de kwaliteit van de ondersteuning die door DBA is geleverd aan één specifieke cliënte (hierna: de cliënte). 3.4. Op 4 september 2024 heeft GGD een brief en het conceptrapport van het onderzoek met kenmerknummer [nummer] (hierna: het conceptrapport) aan GGD en de cliënte gestuurd. In die brief staat dat DBA en de cliënte in de gelegenheid worden gesteld om feitelijke onjuistheden uit het conceptrapport te benoemen en hun zienswijze op het conceptrapport in te dienen. In de brief staat verder dat feitelijke en aantoonbare onjuistheden door GGD zullen worden aangepast. DBA heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen 3.5. Het gaat om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of DBA ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. 3.6. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het verweer van GGD dat er geen spoedeisend belang van DBA bij haar vorderingen aanwezig is. Als voldoende aannemelijk is dat GGD onrechtmatig heeft gehandeld en het beginsel van hoor en wederhoor bij de totstandkoming van het conceptrapport geschonden is, kan van DBA niet worden gevergd dat zij het definitieve onderzoeksrapport en de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarmee is het spoedeisend belang van DBA bij haar vorderingen gegeven. GGD heeft in redelijkheid tot het conceptrapport kunnen komen 3.7. DBA legt aan verschillende vorderingen ten grondslag dat het conceptrapport onjuiste informatie en feitelijke onjuistheden bevat. Alvorens de voorzieningenrechter toekomt aan de beoordeling van afzonderlijke vorderingen van DBA, zal eerst worden beoordeeld of daar sprake van is. 3.8. Bij de beoordeling van de stellingen van DBA over de onjuistheid van het conceptrapport wordt het volgende voorop gesteld. Aan de toezichthouder komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe in de beoordeling van de bevindingen op basis van haar professionele deskundigheid. Het bestreden conceptrapport van GGD leent zich slechts voor een zeer beperkte toetsing door de voorzieningenrechter. Voor een rechterlijk ingrijpen kan slechts plaats zijn indien geoordeeld wordt dat GGD in redelijkheid niet tot het bestreden conceptrapport heeft kunnen komen. 3.9. GGD heeft op 4 september 2024 het conceptrapport aan DBA gestuurd en haar de gelegenheid gegeven om feitelijke onjuistheden te benoemen. DBA heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. GGD is bezig met het verwerken van de reactie van DBA in het definitieve rapport. DBA heeft niet gesteld welke onjuiste informatie en feitelijke onjuistheden het conceptrapport zou bevatten. Op uitdrukkelijk verzoek van de voorzieningenrechter om de onjuistheden uit het conceptrapport toe te lichten, heeft [A] op de mondelinge behandeling verklaard dat zij het onbegrijpelijk vindt dat DBA op het onderdeel over de klachtenprocedure een onvoldoende heeft gescoord. Volgens [A] heeft DBA een adequate klachtenprocedure, heeft DBA aan één van haar cliënten mediation voorgesteld en heeft DBA een cliënt doorgeleid naar een klachtencommissie. GGD heeft vervolgens verklaard dat het behandelen van klachten meer inhoudt dan het enkel doorverwijzen naar een klachtenprocedure en dat je met iemand die zijn ongenoegen heeft geuit vroegtijdig in gesprek moet gaan. 3.10. De voorzieningenrechter constateert dat partijen het niet met elkaar eens zijn over de beoordeling en interpretatie van GGD van haar bevindingen. Aan GGD komt op basis van haar professionele deskundigheid en toezichthoudende taak een zelfstandige bevoegdheid tot interpretatie van haar bevindingen toe. In het rapport van 1 augustus 2023, dat is uitgevoerd door de toezichthouders van Gemeente Almere, heeft DBA ook onvoldoende gescoord op het onderdeel klachtbehandeling. Dat DBA niet begrijpt dat haar klachtenprocedure als onvoldoende is beoordeeld, betekent dan ook niet (zonder meer) dat het rapport op dit punt onjuist is. 3.11. In het kader van deze kortgedingprocedure is het daarom voorshands niet aannemelijk dat GGD in het conceptrapport in redelijkheid niet tot een onvoldoende op het onderdeel klachtbehandeling heeft kunnen komen. Het had op de weg van DBA gelegen om in de dagvaarding minstens enkele concrete voorbeelden te geven van onjuistheden in het conceptrapport. Omdat andere onjuistheden door DBA niet zijn gesteld, brengt dat mee dat het in dit kort geding onvoldoende aannemelijk is geworden dat het conceptrapport van GGD onjuiste informatie of feitelijke onjuistheden bevat. 3.12. De voorzieningenrechter merkt op dat zij op de mondelinge behandeling heeft gehoord dat het verstrekken van het conceptrapport aan de cliënte DBA onrechtmatig voorkomt. Het verstrekken van het conceptrapport aan de cliënte maakt echter niet dat het conceptrapport onjuistheden bevat of dat GGD in redelijkheid niet tot het conceptrapport heeft kunnen komen. GGD hoeft geen rectificatie te versturen (vordering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.