RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/872 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], gemeente [gemeente], eiseres (gemachtigde: C. Poen), en de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente], verweerder (gemachtigde/taxateur: [taxateur]). Procesverloop 1.1 In de beschikking van 25 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres 1] te [woonplaats], gemeente [gemeente] (de woning) voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 385.000,- naar de waardepeildatum 1 januari
- Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenares van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. 1.2 Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 8 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd. 1.3 Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de digitale zitting van 23 augustus
- De gemachtigde van eiseres en [taxateur], taxateur van de heffingsambtenaar, hebben deelgenomen aan de zitting. Overwegingen Feiten
- De woning is een in 1977 gebouwde hoekwoning met een tuinhuis/blokhut van 9 m² en een vrijstaande garage van 15 m². De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 131m2 en is gelegen op een perceel van 293 m
- Geschil
- De vastgestelde WOZ-waarde van € 385.000,- per waardepeildatum 1 januari 2022 is niet meer in geschil. In geschil is de vraag of eiseres beroep in had moeten stellen om de onderbouwing in bezwaar te kunnen controleren en daardoor recht heeft op een vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Beoordeling van het geschil
- Eiseres stelt dat doordat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar een nieuwe referentiewoning heeft gebruikt, zij genoodzaakt was om beroep in te stellen om deze referentiewoning te kunnen controleren en de daarvoor benodigde gegevens boven water te krijgen. Daarnaast stelt eiseres dat de heffingsambtenaar in bezwaar de WOZ-waarde gebruikt om de waarde te onderbouwen en dat de onderbouwing daardoor nog minder inzichtelijk is. 4.1 De heffingsambtenaar heeft op de zitting aangegeven dat voor de vaststelling van de WOZ-waarde de verkoopcijfers zijn gebruikt en niet – zoals eiseres stelt – de WOZ-waarden. Daarnaast voert de heffingsambtenaar aan dat zij alle gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde in bezwaar – waaronder de taxatieverslagen van de in de uitspraak op bezwaar gebruikte referentiewoningen – tegelijk met de uitspraak op bezwaar aan eiseres hebben toegezonden. Ook was al vóór de uitspraak op bezwaar [adres 2] één van de referentiewoningen. Deze referentiewoning ligt in dezelfde straat als de woning van eiseres. Ondanks dat de kwaliteit van deze referentiewoning in de loop van de procedure anders gekwalificeerd werd, had de gemachtigde van eiseres hieruit kunnen concluderen dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld. Daarnaast wordt in het woningwaarderapport van eiseres [adres 3] als referentiewoning genoemd. De verkoopprijs van deze door gemachtigde van eiseres gebruikte referentiewoning ligt veel hoger dan de vastgestelde waarde van de woning. Daaruit volgt volgens de heffingsambtenaar ook dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. 4.2 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de gegevens in de uitspraak op bezwaar en de bijgeleverde onderliggende stukken voldoende inzicht gegeven in de onderbouwing van de vastgestelde WOZ-waarde van de woning en de gebruikte referentiewoningen. Dat de heffingsambtenaar in beroep ten opzichte van de uitspraak op bezwaar en de taxatieverslagen met een aangepaste en verder uitgewerkte onderbouwing van de vastgestelde waarde komt, maakt dat niet anders. De heffingsambtenaar mag in elke fase van de procedure zijn onderbouwing aanpassen. De stelling van eiseres dat de onderbouwing niet inzichtelijk is omdat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden van de referentiewoningen zou gebruiken in plaats van de verkoopcijfers kan de rechtbank niet volgen. De WOZ-waarden staan weliswaar genoemd in de taxatieverslagen, maar er is gerekend met de verkoopcijfers. Tenslotte acht de rechtbank in dit verband van belang dat de onderbouwing van de vastgestelde waarde in het taxatieverslag en in de uitspraak op bezwaar voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de onderbouwing van de vastgestelde waarde in een taxatieverslag. Met deze gegevens had eiseres de vastgestelde WOZ-waarde kunnen controleren. Het instellen van beroep is hiervoor niet nodig. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 20 lid 2 van de Wet WOZ, artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing waardebepaling Wet WOZ en artikel 6 en bijlage 4 van de Uitvoeringsregeling Instructie waardebepaling Wet WOZ.