RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/577200 / HA ZA 24-326 Vonnis van 18 december 2024 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. G. de Gelder, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. N. Baouch. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 juni 2024,- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van 6 augustus 2024,- de conclusie van antwoord in reconventie van 17 september 2024, - de mondelinge behandeling van 5 november 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is bepaald dat er vandaag een vonnis wordt uitgesproken. 2De kern van de zaak 2.1. [eiseres] en [gedaagde] zijn sinds 2006 buren van elkaar. Partijen hebben ter beëindiging van een geschil over de erfgrens en de erfafscheiding een vaststellingsovereenkomst gesloten. [eiseres] vordert medewerking van [gedaagde] aan de uitvoering van die vaststellingsovereenkomst. Partijen verschillen van mening over hoe de vaststellingsovereenkomst moet worden uitgelegd. [gedaagde] stelt daarnaast dat sprake is van bedrog. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] moet meewerken aan de in de vaststellingsovereenkomst neergelegde grensreconstructie, waarbij de rechtbank uitlegt hoe die grens precies loopt. 3. De beoordeling in conventie en in reconventie [gedaagde] moet meewerken aan de grensreconstructie 3.1. [eiseres] en [gedaagde] hebben eerder twee procedures gevoerd over de erfgrens en de erfafscheiding (waaronder het met hedera begroeide hekwerk en zes leilindes), zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De feitelijke situatie is als volgt (zie de plattegrond hieronder): vanaf de straatkant gezien, staat het huis van [eiseres] links en het huis van [gedaagde] rechts. In de lengte tussen de percelen loopt een met hedera begroeid hekwerk dat de percelen van elkaar scheidt. Ook staat op het perceel van [eiseres] rechts achterin een garage. Het met hedera begroeide hekwerk stopt daar waar de garage begint. Tussen partijen staat vast dat een klein deel van de garage en het met hedera begroeide hekwerk over de kadastrale erfgrens staat. De feitelijke situatie ziet er als volgt uit, waarbij de verticale streep in het midden de kadastrale grens is: 3.2. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep op 19 december 2023 een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van hun geschil. Deze is vastgelegd in een proces-verbaal. In punt 2 van de vaststellingsovereenkomst staat: “Het kadaster zal op verzoek van beide partijen een grensreconstructie uitvoeren waarbij de nieuwe kadastrale grens zal worden getrokken vanaf de ijzeren buis aan de voorzijde van het perceel van [eiseres] (productie 4 conclusie van antwoord in eerste aanleg) tot aan de houten paal aan de achterzijde (zie de foto memorie van grieven productie 12) doorlopend naar de achterzijde via de muur van de garage. De kosten hiervan komen voor rekening van partij [eiseres] . Daarna zullen partijen ervoor zorgen dat deze grensreconstructie in het register van het kadaster wordt ingeschreven, zodat duidelijk is dat de nieuwe perceelgrens loopt tot vermelde nieuwe grens. Dit betekent dat [eiseres] eigenaar wordt van de in deze procedure betwiste strook grond. De kosten van inschrijving in het kadaster komt ook voor rekening van [eiseres] .” 3.3. Tussen partijen bestaat discussie over hoe de nieuwe grens precies moet lopen. De uitleg en de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst moet worden bepaald aan de hand van de Haviltexnorm (ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Bij de uitleg van een bepaling in een overeenkomst is de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, beslissend. 3.4. De rechtbank stelt vast dat partijen met ‘ijzeren buis aan de voorzijde van het perceel van [eiseres] ’ hebben bedoeld de ijzeren buis aan de straatzijde (die ook te zien is op de eerste foto in productie 9 bij dagvaarding). Dit hebben partijen ter zitting aangegeven. Vast staat dus dat zij dezelfde ijzeren buis hebben bedoeld. 3.5. Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat partijen met ‘tot aan de houten paal aan de achterzijde’ hebben bedoeld het punt, op de houten paal rechts naast de voorzijde van de rechter zijmuur van de garage (gezien vanaf de straatkant), waar het hekwerk aan de houten paal bevestigd is. [eiseres] stelt dat bedoeld is dat de nieuwe kadastrale grens, gezien vanaf de straatkant, loopt tot de rechterbuitenzijde van de houten paal. Dit strookt echter niet met de vaststelling dat partijen met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst bedoeld hebben om de feitelijke erfgrens ook de juridische erfgrens te maken. Dit is door [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling meerdere keren gezegd en door [gedaagde] niet betwist. De rechtbank overweegt dat de feitelijke erfgrens wordt bepaald door het met hedera begroeide hekwerk en niet door de rechterbuitenzijde van de houten paal. De percelen worden namelijk door het hekwerk – en niet door de palen – van elkaar gescheiden. 3.6. De rechtbank oordeelt daarnaast dat ‘via de muur van de garage’ moet worden uitgelegd als ‘langs de muur van de garage’. [gedaagde] stelt weliswaar dat partijen hiermee ‘door de muur van de garage’ hebben bedoeld, maar de rechtbank gaat hier niet in mee. De rechtbank heeft in de eerdere procedure geoordeeld dat [eiseres] door verjaring eigenaar is geworden van de grond onder de garage. Dat partijen dan ook de bedoeling hadden om [eiseres] eigenaar te maken van de grond onder de garage, volgt uit het tweede punt van de vaststellingsovereenkomst: “Dit betekent dat [eiseres] eigenaar wordt van de in deze procedure betwiste stuk grond.” De grond onder de garage was onderdeel van die procedure. [gedaagde] heeft bij de rechtbank immers vervangende schadevergoeding voor het onrechtmatig grondgebruik gevorderd. Aangezien partijen de bedoeling hebben gehad om vast te stellen dat [eiseres] eigenaar is van de grond onder de garage, is het naar het oordeel van de rechtbank ook de bedoeling geweest dat de nieuwe kadastrale grens langs de muur van de garage zal lopen. 3.7. Het voorgaande betekent dat [gedaagde] moet meewerken aan de overeengekomen grensreconstructie, waarbij de nieuwe kadastrale grens zal worden getrokken vanaf de ijzeren buis aan de straatzijde, tot aan het punt op de houten paal (rechts naast de voorzijde van de rechter zijmuur van de garage gezien vanaf de straatkant) waar het met hedera begroeide hekwerk bevestigd is. Vanaf dat punt op de houten paal loopt de nieuwe kadastrale grens tot het hoekpunt aan de voorzijde van de rechter zijmuur van de garage en deze loopt vervolgens naar de achterzijde van het perceel langs de muur van de garage. Dat zou anders zijn als het beroep van [gedaagde] op bedrog (artikel 3:44 lid 2 BW) slaagt, maar dit is niet het geval. De rechtbank licht dit hierna toe. Geen sprake van bedrog 3.8. [gedaagde] beroept zich zowel in conventie als in reconventie op vernietiging van de vaststellingsovereenkomst in verband met bedrog, maar de rechtbank oordeelt dat bedrog niet komt vast te staan. 3.9. Een rechtshandeling kan alleen worden vernietigd op grond van bedrog als aan de volgende voorwaarden is voldaan: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.