RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 10.067343.24, 16.166269.23, 16.128772.23, 02.066562.23, 10.099251.23, 15.052059.22 (vord. tul) (gev.ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 3 december 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2007] te [geboorteplaats] , wonende [adres] te [woonplaats] , hierna te noemen: [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek met gesloten deuren op de terechtzitting van 19 november
(2)jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd * meewerkt aan een jeugdreclasseringsmaatregel Toezicht en Begeleiding, waarvan ten minste zes maanden in het kader van ITB-Harde Kern; * meewerkt aan Elektronische Monitoring, uitgevoerd door Reclassering Nederland, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; * meewerkt aan een dagbesteding bij ROC-Top of een soortgelijke onderwijsinstelling; * zich inzet voor een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport; * meewerkt aan de uithuisplaatsing bij [instelling] en meewerkt aan de behandeling die geboden wordt, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht. Verdachte houdt zich ook aan de afspraken die gelden binnen de instelling, danwel een soortgelijke woonvorm, die nodig wordt geacht door de jeugdreclasseerder; * meewerkt aan een behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, zowel systemisch als individuele therapie/behandeling als dit wordt geïndiceerd; * op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboren op [1988] , [medeverdachte 2] , geboren op [2000] en [medeverdachte 3] , geboren op [2001] ; * zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling te weten Samen Veilig Flevoland, en met de voorwaarden dat hij zich conform het deeladvies van Reclassering Nederland: - zich ter controle van het locatiegebod onder elektronische toezicht zal stellen, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; - en zich ter controle van het locatieverbod onder elektronische toezicht zal stellen van bovengenoemde gecertificeerde instelling. waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Samen Veilig Flevoland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; Benadeelde partij – [benadeelde 1] - wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 450,-; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 450,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling. - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij – [benadeelde 3] - wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 318,90; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [benadeelde 3] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 318,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2023 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling; - legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 318,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2023 tot de dag van de volledige betaling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij – Coöperatieve Rabobank U.A. - wijst de vordering van Coöperatieve Rabobank U.A. toe tot een bedrag van € 860,-; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Coöperatieve Rabobank U.A. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [slachtoffer 4] - wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 4.466,-, bestaande uit € 1.466,- materiële schade en € 3.000,- immateriële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [slachtoffer 4] wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 4.466,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling. - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [minderjarige 1] - wijst de vordering van [minderjarige 1] toe tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [minderjarige 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [minderjarige 1] wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [minderjarige 1] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [minderjarige 2] - wijst de vordering van [minderjarige 2] toe tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [minderjarige 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [minderjarige 2] wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [minderjarige 2] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [minderjarige 3] - wijst de vordering van [minderjarige 3] toe tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [minderjarige 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [minderjarige 3] wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [minderjarige 3] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [minderjarige 4] - wijst de vordering van [minderjarige 4] toe tot een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [minderjarige 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; wijst de vordering van [minderjarige 4] wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [minderjarige 4] aan de Staat € 1.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting, in verband met de minderjarigheid van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, niet worden aangevuld met gijzeling. - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(
- s)op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 02.066562.23 - verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging. Voorlopige hechtenis - heft op het – reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. S.C. Hagedoorn en L.A. Witten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.S. Salet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 december 2024. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat: 02-066562-23 1 hij op of omstreeks 11 januari 2023 te Waalwijk, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten twee bankpassen (respectievelijk van de Rabobank en/of ING-bank), door zich voor te doen als koerier, namems de fraudedesk van de ING-bank, om voornoemde bankpassen op te halen; ( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 11 januari 2023 te Waalwijk twee geldbedragen van elk 450 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door (een) geldopname(
- s)te verrichten door gebruik te maken van een bankpas (op naam van die [benadeelde 1] ) en/of pincode(s), tot welk gebruik verdachte niet gerechtigd was, te weten een contante geldopnames van ieder EUR 450,00 ; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij in de periode van omstreeks 11 januari 2023 tot en met 7 maart 2023, te Waalwijk en/of Almere, althans in Nederland (van) een twee geldbedragen (van elk 450 euro), althans een of meer voorwerpen Sub a - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden had(den), terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf ( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht ) 16-166269-23 1 hij op of omstreeks 20 maart 2023 te Hilversum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een bankpas en/of identifier, en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de pincode van voornoemde bankpas, door - die [benadeelde 2] een sms-bericht te sturen op/in naam van de ABN Amro bank met het verzoek contact op te nemen met de alarmcentrale van de ABN Amro vanwege een transactie op haar bankrekening, en/of - ( nadat die [benadeelde 2] belt naar een van de in voornoemd sms-bericht genoemde telefoonnummers) in de valse hoedanigheid van een medewerker van de afdeling Fraudezaken tegen die [benadeelde 2] te zeggen dat zij haar pincode moet inspreken en/of dat een persoon langs zou komen om haar bankpas en identifier op te halen, en/of - ( vervolgens) zich te melden bij de woning van die [benadeelde 2] en zich voor te doen als een persoon gestuurd in opdracht van de bank, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens; ( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 20 maart 2023 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag (totaal 1250 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de ABN Amro bank en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door voornoemd geldbedrag op te nemen met een bankpas op naam van die [benadeelde 2] met bijbehorende pincode, in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)niet gerechtigd was/waren; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 18 februari 2023 te Sint Nicolaasga, gemeente De Fryske Marren, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een bankpas en/of Rabobank reader, en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de pincode van voornoemde bankpas, door - die [benadeelde 3] een appje te sturen op/in naam van de Rabobank met het verzoek contact op te nemen met de alarmcentrale van de Rabobank vanwege mogelijke fraude met haar bankrekening, en/of - ( nadat die [benadeelde 3] belt naar het in voornoemd appbericht genoemd telefoonnummer van de alarmcentrale) in de valse hoedanigheid van een bankmedewerker tegen die [benadeelde 3] te zeggen dat zij haar pincode moet inspreken en/of dat een persoon langs zou komen om haar bankpas en reader op te halen, en/of - ( vervolgens) zich te melden bij de woning van die [benadeelde 3] en zich voor te doen als een persoon gestuurd in opdracht van de bank, waardoor die [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens; ( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 4 hij op of omstreeks 18 februari 2023 te Sint Nicolaasga, gemeente De Fryske Marren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag (800 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Rabobank en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door voornoemd geldbedrag op te nemen met een bankpas op naam van die [benadeelde 3] met bijbehorende pincode, in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)niet gerechtigd was/waren; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 16-128772-23 hij op of omstreeks 24 februari 2023 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (Samsung S22 Ultra), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht ) 10-067343-24 1 hij op of omstreeks 7 augustus 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere stukken zwaar vuurwerk, althans een of meer explosieven aan/op de (toegangs)deur van een pand gelegen aan de [adres] te bevestigen/te plakken, althans in de dichte nabijheid van/voor dat/die pand(
- en)te plaatsen en aan te steken, waardoor die/dat stuk(ken) vuurwerk, althans explosie(f)ven tot ontploffing is/zijn gebracht, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor het pand aan de [adres] en/of naast- en/of bovengelegen panden en/of woningen en/of de inboedel/huisraad van dat pand aan de [adres] en/of de inboedel/huisraad van die naast- en/of bovengelegen panden en/of woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten één van de zich in het pand aan de [adres] en/of één van de zich in de naast- en/of bovengelegen panden en/of woningen bevindende pers(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor een ander of anderen te duchten was; ( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 7 augustus 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een of meerdere panden en/of woningen, gelegen aan de [adres] , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 352 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 7 augustus 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door een of meerdere stukken zwaar vuurwerk, althans een of meer explosieven aan/op de (toegangs)deur van een pand gelegen aan de [adres] te bevestigen/te plakken, althans in de dichte nabijheid van/voor dat/die pand(
- en)te plaatsen en aan te steken, waardoor die/dat stuk(ken) vuurwerk, althans explosie(f)ven tot ontploffing is/zijn gebracht; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 10-099251-24 1 hij op of omstreeks 21 september 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op de deur van een pand, gelegen aan de [adres] , een fles met vloeistof, althans een explosieve/brandbare substantie en/of (zwaar) vuurwerk (Cobra 6) en/of stof(fen), tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of auto’s, en/of - levensgevaar en/of gevaar voor lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvond bevonden, te duchten was; ( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 21 september 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] en/of anderen in de woning aanwezig en/of ingeschreven heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een fles met vloeistof, althans een explosieve/brandbare substantie en/of (zwaar) vuurwerk (Cobra 6) en/of stof(fen), te plaatsen op de deur van zijn woning gelegen aan de [adres] , en aan te steken, waardoor de fles met vloeistof, althans een explosieve/brandbare substantie en/of (zwaar) vuurwerk (Cobra 6) en/of stof(fen), tot ontploffing is gebracht; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 3 hij op of omstreeks 21 september 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een woning, gelegen aan de [adres] , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. ( art 352 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 maart 2023, genummerd PL2000-2023017381, opgemaakt door politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, doorgenummerd 1 tot en met 38. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van de terechtzitting op 19 november 2024. Pagina 5 en 6. Pagina 6. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 17 juli 2023, genummerd PL0900-2023184049, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 110. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 1 en 2. Pagina 2. Pagina 44 en 45. Pagina 45. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 9 mei 2023, genummerd PL0900-2023060325, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 39. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 5. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 maart 2023, genummerd PL1700-2023249392, opgemaakt door politie Eenheid Rotterdam, doorgenummerd 1 tot en met 138. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 19 t/m 21. Pagina 30. Pagina 34. Pagina 11. Pagina 19 t/m 21. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 16 maart 2024, genummerd PL1700-2023303693, opgemaakt door politie Eenheid Rotterdam, doorgenummerd 1 tot en met 336. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 8 en 9. Pagina 12. Pagina 8 en 9.