← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:6857

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/569690 / JE RK 24-187 Beschikking van 21 november 2024 in de zaak van: [meerderjarige] , verblijvende in de PI in [verblijfplaats] , hierna te noemen: [meerderjarige] , tegen de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd in Utrecht, hierna te noemen: de GI. 1De procedure 1.

  1. De rechtbank heeft op 5 juli 2024 een beschikking gegeven in deze zaak. Nadien heeft de rechtbank nog de volgende stukken ontvangen: de brief van de GI van 31 juli 2024; de brief van [meerderjarige] van 19 augustus 2024; de brief van de GI van 19 september
  2. 1.
  3. De voortgezette behandeling heeft plaatsgevonden op 4 oktober
  4. Daarbij waren [meerderjarige] en twee vertegenwoordigers van de GI aanwezig. Nadien heeft de rechtbank nog ontvangen: een brief van de GI van 15 oktober 2024; een e-mailbericht van de GI met daarbij een zeer groot aantal kopieën van dossierstukken. 1.
  5. De rechtbank heeft [meerderjarige] verzocht aan te geven of hij zijn verzoek handhaaft of intrekt. Hierop is niets meer van [meerderjarige] vernomen. De rechtbank heeft vervolgens besloten uitspraak te doen. 2Waar gaat het over? 2.
  6. Voor de feiten en het onderwerp van deze procedure verwijst de rechtbank naar de beschikking van 5 juli
  7. 2.
  8. De rechtbank begrijpt uit de beslissing van 16 oktober 2023 van de GI dat het verzoek van [meerderjarige] om inzage in zijn OTS-dossier is aangemerkt als een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). [meerderjarige] heeft hiertegen op 26 oktober 2023, en dus binnen de geldende termijn van zes weken, ‘beroep’ ingesteld. De rechtbank merkt dit ‘beroep’ aan als een verzoekschrift ex artikel 35 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), dat de kennelijke strekking heeft dat de rechtbank de GI beveelt hem alsnog volledige inzage te verstrekken in het dossier, inclusief de zwartgelakte gedeelten. 2.
  9. De GI heeft zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat [meerderjarige] het gehele dossier al heeft ontvangen en er dus geen sprake is van gedeeltelijke afwijzing van zijn verzoek om inzage. De GI heeft verder aangevoerd dat de zwart gelakte gedeelten hetzij betrekking hebben op de zuster van [meerderjarige] hetzij interne informatie betreffen. Zij vraagt dan ook [meerderjarige] niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek. 3De verdere beoordeling 3.
  10. Ter zitting van 4 oktober 2024 heeft de GI meegedeeld dat zij voor de zekerheid nogmaals opdracht heeft gegeven haar archief te doorzoeken op relevante dossierstukken. Bij brief van 15 oktober 2024 heeft de GI de rechtbank meegedeeld dat er bij die zoekslag nog ongeveer achthonderd pagina’s aan dossier zijn gevonden. De GI heeft hierbij toegezegd dat dit aanvullende dossier zal worden gescreend en daarna aan de rechtbank zal worden toegezonden. Nadien heeft de rechtbank per mail nog vele honderden pagina’s dossier ontvangen. Deze zijn door de rechtbank uitgeprint en op 29 oktober 2024 aan [meerderjarige] verzonden. 3.
  11. Met de honderden pagina’s dossier die de GI alsnog via de rechtbank aan [meerderjarige] heeft doen toekomen gaat de rechtbank ervan uit dat aan [meerderjarige] alle op hem betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. [meerderjarige] heeft niet betwist dat de weggelakte gedeelten betrekking hebben op zijn zuster of interne informatie van de GI betreffen. De rechtbank heeft ook geen reden om hieraan te twijfelen. De rechtbank acht het weglakken van de informatie over de zuster van [meerderjarige] gerechtvaardigd ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van zijn zuster zoals bedoeld in artikel 7.3.10 van de Jeugdwet. De rechtbank acht de GI daarnaast niet gehouden interne informatie aan [meerderjarige] te verstrekken. Dit betekent dat de rechtbank ervan uitgaat dat de GI geheel aan het verzoek van [meerderjarige] heeft voldaan. Er is dus geen grond om de GI te bevelen dit alsnog te doen. 3.
  12. De rechtbank ziet geen reden om [meerderjarige] in de proceskosten te veroordelen, omdat de GI pas na het ‘beroepschrift’ geheel aan het verzoek van [meerderjarige] heeft voldaan. 4De beslissing De rechtbank 4.
  13. verklaart het verzoek van [meerderjarige] ongegrond. Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.A.A.T. Engbers, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. M. Hoogeveen-van de Vrede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 november
  14. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.