RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-700732-12 (vordering verlenging tbs en vordering wijziging voorwaarden) Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 16 december 2024 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] , hierna te noemen: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 17 oktober 2019 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld, omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan de doodslag van haar zoon; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden is ingegaan op 17 december 2020; de beschikking van deze rechtbank van 8 september 2022 waarbij de vordering tot omzetting van terbeschikkingstelling met voorwaarden naar terbeschikkingstelling met dwangverpleging is afgewezen; de tussenbeslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 november 2022 waarbij de zaak is heropend en geschorst voor onbepaalde tijd; de beslissing van deze rechtbank van 28 november 2022 waarbij de termijn van terbeschikkingstelling met voorwaarden is verlengd met twee jaar; de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 januari 2023 waarbij de beslissing van deze rechtbank van 8 september 2022 is bevestigd met aanvulling van gronden; de vordering van de officier van justitie van 31 oktober 2024 die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar; de vordering van de officier van justitie van 31 oktober 2024 die strekt tot wijziging van de voorwaarden; het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 15 oktober 2024 opgemaakt door D. Goet (reclasseringswerker), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar en het wijzigen en toevoegen van voorwaarden; het Pro Justitia-rapport van 19 juli 2024 opgemaakt door J. Heerschop (GZ-psycholoog); de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene over de periode 23 mei 2023 tot en met mei 2024. 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 2 december 2024 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: de officier van justitie, mr. L. van der Veldt; de betrokkene, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. I.A.C. van Mulbregt, advocaat te Den Haag; de deskundige [deskundige] . 3Het standpunt van de reclassering Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Mocht het huidige kader en begeleiding wegvallen dan zal dit risico snel oplopen tot hoog. Het advies luidt de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen voor de duur van twee jaar. 4Het standpunt van de deskundige De deskundige J. Heerschop, GZ-psycholoog, heeft geen advies gegeven, omdat betrokkene heeft geweigerd aan het onderzoek mee te werken. 5Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar en haar vordering strekkende tot wijziging van de voorwaarden gehandhaafd. 6Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair verzocht om de beslissing aan te houden zodat er onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijkheid van een zorgmachtiging. Subsidiair is verzocht om verlenging van de maatregel met één jaar. Ten aanzien van de voorwaarde waarin een locatieverbod wordt gevorderd, heeft de verdediging gesteld dat deze eerder niet is verzocht en opgelegd en ook niet is onderbouwd waarom deze thans wel noodzakelijk zou zijn. De verdediging heeft bezwaar tegen het toevoegen van deze voorwaarde omdat het voor betrokkene emotioneel belastend is. 7Het oordeel van de rechtbank Stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een licht verstandelijke beperking, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een persisterende depressieve stoornis. Recidivegevaar Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als verhoogd ingeschat. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over. Afwijzing verzoek tot onderzoek naar zorgmachtiging Het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid van een zorgmachtiging wordt afgewezen gelet op het feit dat uit de rapportage van de reclassering blijkt dat er een positieve lijn zichtbaar is, maar de stapjes nog erg klein zijn. Er zal volgens de reclassering nog veel tijd nodig zijn voor de behandeling van betrokkene. Daarnaast wijst de rechtbank op hetgeen hierna wordt overwogen ten aanzien van de behandeling en het recidiverisico van betrokkene. Verlenging Gelet op het advies van de reclassering en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat betrokkene vanaf januari 2023 op een Very Intensive Care afdeling binnen [locatie 1] verblijft. De behandeling verloopt wisselend en het contact kenmerkt zich door haar stemmingswisselingen. Betrokkene had nog steeds stiekem contact met mannelijke medecliënten. Vanaf december 2023 is er een lichte vooruitgang zichtbaar. Betrokkene maakt meer gebruikt van de begeleiding, geeft haar hulpvragen aan, is meer open over haar contact met anderen en geeft haar grenzen beter aan. Betrokkene volgt daarnaast therapieën en gaat naar arbeid. De huidige therapieën zijn nog niet afgerond en binnenkort zullen er nieuwe therapieën starten. De behandeling is daarmee nog niet afgerond. De leefgebieden ‘relatie partner, gezin en familie’ en ‘psychosociaal functioneren’ worden gezien als delictgerelateerd. De komende periode zullen de behandelingen worden voortgezet. Gezien de lage responsiviteit en de complexe problematiek van betrokkene acht de reclassering het nodig de maatregel te verlengen voor de duur van twee jaar. Betrokkene is nog te veel afhankelijk van begeleiding en externe structuur om de risico’s laag te houden. Een beëindiging van de maatregel zou een directe verhoging van de risico’s betekenen. De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van betrokkene om de termijn van terbeschikkingstelling vooralsnog met één jaar te verlengen. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. De rechtbank stelt op basis van het verlengingsadvies en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting vast dat niet te verwachten is dat binnen één jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden zou rechtvaardigen en een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar zou bij betrokkene de verwachting kunnen wekken dat dit wel het geval zou zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding een vinger aan de pols te houden en er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een verlenging met één jaar vereist. Het motiveren van betrokkene is niet een dergelijke uitzondering. De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen. Wijziging voorwaarden De rechtbank wijzigt de voorwaarde die ziet op de time-out zodat deze in overeenstemming is met de huidige rechtspraak. De rechtbank wijst af de toevoeging van de voorwaarde van een locatieverbod in de Wijk [locatie 2] te [plaats] . De rechtbank overweegt hiertoe dat dit locatieverbod bij vonnis niet is opgelegd, de verdediging hier bezwaar tegen heeft en thans onvoldoende is gemotiveerd waarom de reclassering en de officier van justitie daar nu wel een reden voor zien. 8De beslissing De rechtbank wijst af het verzoek tot aanhouding teneinde het doen onderzoeken van de mogelijkheid van een zorgmachtiging. De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van [betrokkene] met twee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.