RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/539 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2024 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. D.E. de Hoop), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: R. van den Brink). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Gemeente Utrecht uit Utrecht (de derde partij) (gemachtigde: M.J.A. van den Bogaart). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het Uwv van 24 december
- Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het Uwv op 22 september 2023 een gewijzigde beslissing op het bezwaar van verzoeker heeft genomen. 1.
- De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft hierop niet gereageerd. 1.
- De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
- Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
- De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. 4.
- Op 26 januari 2022 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 24 december 2021, waarin het bezwaar van de derde partij gegrond is verklaard. De zaak is behandeld op de zitting van 31 augustus
- De rechtbank heeft vervolgens een onafhankelijk deskundige benoemd om nader onderzoek te verrichten. Naar aanleiding van de uitkomst van het onderzoek heeft het Uwv op 22 september 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar van verzoeker alsnog gegrond is verklaard en waarin is bepaald dat verzoeker per 3 maart 2021 in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
- De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de kosten met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.187,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor de deelname aan de zitting van de rechtbank en 0,5 punt voor het indienen van de schriftelijke zienswijze op het verslag van het deskundigenonderzoek met een waarde per punt van € 875,-, met een wegingsfactor 1). Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
- De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.. Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.187,50 aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 april
- de griffier is verhinderd griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.