RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16.185586-23 (ontneming) (P) Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] , hierna te noemen: [veroordeelde] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 december
- Op deze terechtzitting is gehoord officier van justitie mr. F.E. Leeman. De rechtbank heeft kennisgenomen van: de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht van 25 november 2024; het vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 24 december 2024 met parketnummer 16.185586-23 in de onderliggende strafzaak tegen [veroordeelde] ; het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 1 november 2022 (hierna te noemen: het Rapport); de stukken behorende tot het dossier in de ontnemingszaak met parketnummer 16.185586-23; - de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 16.185586-
- 2VORDERING Bij vordering van 25 november 2024 heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en aan [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, welk voordeel wordt geschat op een bedrag van € 111.746,
- Het bedrag van € 111.746,46 betreft een aan [veroordeelde] toe te rekenen gedeelte van 40% van het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit de exploitatie van een hennepkwekerij aan de [adres 2] in [plaats] van in totaal € 279.366,
- De toerekening van 40% is gebaseerd op het uitgangspunt dat niet alleen [veroordeelde] maar ook anderen betrokken zijn geweest bij de exploitatie van deze hennepkwekerij. Ter terechtzitting van 10 december 2024 heeft de officier van justitie zich op het (gewijzigde) standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van het door [veroordeelde] samen met een of meer anderen exploiteren van de hennepkwekerij, maar dat [veroordeelde] dit alleen heeft gedaan. Om die reden stelt de officier van justitie dat het (totaal)bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel, in het Rapport berekend op € 279.366,15, geheel aan [veroordeelde] dient te worden toegerekend. De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 10 december 2024 de vordering gewijzigd, in die zin dat zij heeft gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en aan [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, welk voordeel thans wordt geschat op een bedrag van € 279.366,
- De officier van justitie heeft tevens gevorderd te bepalen dat [veroordeelde] voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk zal zijn. 3BEOORDELING 3.1 De grondslag van de vordering De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft [veroordeelde] bij vonnis van 24 december 2024 veroordeeld. Bij dit arrest is onder meer bewezen verklaard dat [veroordeelde] : Feit 2 in de periode van 31 december 2020 tot en met 16 december 2021 te [plaats] opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid van in totaal 573 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. Voornoemd feit is gekwalificeerd als: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Dat [veroordeelde] zich schuldig heeft gemaakt aan deze gedragingen blijkt uit de in het vonnis van 24 december 2024 opgenomen bewezenverklaring (zoals hiervoor weergegeven) en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en -overwegingen. Op grond van de stukken van het voorbereidend onderzoek en hetgeen op de terechtzitting van 10 december 2024 naar voren is gebracht, is voldoende aannemelijk geworden dat [veroordeelde] wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van en/of uit de baten van voornoemde gedragingen waarvoor hij bij vonnis van 24 december 2024 is veroordeeld. De grondslag voor de ontnemingsvordering is de veroordeling van [veroordeelde] voor voornoemd strafbaar feit bij vonnis van 24 december
- Voor de ontnemingsvordering betekent dit dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat [veroordeelde] heeft begaan (artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). 3.2 Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank zal op grond van het bepaalde in het vijfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht het bedrag vaststellen waarop het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij in het pand [adres 2] in [plaats] wordt geschat. Daarbij zal de rechtbank uitgaan van de uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen voortvloeiende – als aannemelijk aan te merken – gegevens en rekening houden met de (standaard)berekeningen en normen, opgenomen in het rapport Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, update 1 juni
- Berekening van de officier van justitie De officier van justitie heeft de in het Rapport opgenomen berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 279.366,15 gevolgd. In deze berekening is uitgegaan van twee afzonderlijke kweekruimtes en is per kweekruimte een berekening gemaakt van de opbrengst en de kosten per oogst. Voorts is in de berekening uitgegaan van vijf (reeds eerder) gerealiseerde oogsten. Aldus is het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt berekend: Kweekruimte 1 Opbrengst per oogst: Uitgangspunten: aantal planten: 242; aantal planten per vierkante meter: 13; opbrengst hennep per plant: 29,1 gram; opbrengst hennep per oogst: 7,0422 kilo; opbrengst per kilo: € 4.070,--; Berekening opbrengst per oogst: 7,0422 kilo x € 4.070,-- € 28.661,75 Kosten per oogst: afschrijvingskosten € 200,00 kosten inkoop stekken € 922,02 variabele kosten € 938,96 energiekosten € 4.102,76 kosten knippers € 484,00 huisvestingskosten € -- + Totale kosten per oogst € 6.647,74 -/- Wederechtelijk verkregen voordeel per oogst € 22.014,01 Kweekruimte 2 Opbrengst per oogst: Uitgangspunten: aantal planten: 331; aantal planten per vierkante meter: 16; opbrengst hennep per plant: 27,7 gram; opbrengst hennep per oogst: 9,1687 kilo; opbrengst per kilo: € 4.070,--; Berekening opbrengst per oogst: 9,1687 kilo x € 4.070,-- € 37.316,61 Kosten per oogst: afschrijvingskosten € 250,00 kosten inkoop stekken € 1.261,11 variabele kosten € 1.284,28 energiekosten € -- kosten knippers € 662,00 huisvestingskosten € -- + Totale kosten per oogst € 3.457,39 -/- Wederechtelijk verkregen voordeel per oogst € 33.859,22 Kweekruimtes 1 en 2: Wederrechtelijk verkregen voordeel: per oogst: € 22.014,01 + € 33.859,22 € 55.873,23 uit vijf oogsten: 5 x € 55.873,23 € 279.366,15 Berekening van de rechtbank De rechtbank heeft een schatting gemaakt van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 2] in [plaats] . De rechtbank heeft daartoe na te noemen berekening gemaakt en het volgende overwogen: Aantal oogsten Op 17 februari 2022 werd het pand [adres 2] in [plaats] doorzocht en werd, verdeeld over twee kweekruimtes, een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Daarbij werden omstandigheden aangetroffen die duidden op een of meer eerdere oogsten uit de exploitatie van de hennepkwekerij: - droge resten van hennepplanten op de vloer van beide kweekruimtes; kalkaanslag op het zeil/vijverfolie en aan de onderzijde van de plantenpotten; vervuiling van het filterdoek van de koolstoffilters, welke vervuiling pas na langere tijd optreedt; sterk verkleurd purschuim; een niet doorbroken stoflaag op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen; acht droognetten met daarop resten van hennepplanten; - een canacutter waarin verschillende kleuren hennepresten werden aangetroffen: de henneprestanten van twee oogsten; - knipschaartjes met henneprestanten. Uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat de hennepplantage in ieder geval in werking is geweest in de periode van 1 oktober 2021 tot 17 februari
- Dit betekent dat er in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste één eerdere teelt. De kweekcyclus van hennepplanten ten behoeve van één oogst bedraagt 10 weken. Gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden acht de rechtbank het aannemelijk dat de hennepkwekerij reeds geruime tijd in werking was en dat op het moment van ontdekking van de kwekerij al meerdere oogsten hadden plaatsgevonden. De rechtbank acht het redelijk om, met name gelet op het feit dat (droge) hennepresten van twee eerdere oogsten zijn aangetroffen, de bevindingen uit het onderzoek van Liander en voornoemde duur van een kweekcyclus, uit te gaan van twee eerder gerealiseerde oogsten. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om uit te gaan van meer dan twee eerdere oogsten. Toerekening aan [veroordeelde] De grondslag voor de ontnemingsvordering is de veroordeling van [veroordeelde] bij vonnis van deze rechtbank van 24 december 2024 ter zake het onder 2 bewezen verklaarde feit zoals hiervoor omschreven. De rechtbank heeft in het vonnis van 24 december 2024 overwogen dat ‘niet wettig en overtuigend is bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [veroordeelde] en een of meer anderen bij het telen en bewerken van de in het pand aan de [adres 2] in [plaats] aanwezige hennepplanten.’ Bewezen is verklaard dat [veroordeelde] het telen en bewerken van de hennepplanten alleen heeft gedaan. Van het ten laste gelegde medeplegen is daarom vrijgesproken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het te berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij geheel aan [veroordeelde] dient te worden toegerekend. Opbrengsten uit de hennepkwekerij Aantal planten per oogst en aantal grammen hennep per plant De hennepkwekerij bestond uit twee kweekruimtes. In de kweekruimtes werd aangetroffen: - kweekruimte 1: 242 hennepplanten op een oppervlakte van 19,39 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter: 12 planten; - kweekruimte 2: 331 hennepplanten op een oppervlakte van 20,75 vierkante meter. Dat zijn per vierkante meter: 16 planten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank in haar berekening uitgegaan van : kweekruimte 1: een opbrengst van 29,6 gram hennep per plant; kweekruimte 2: een opbrengst van 27,7 gram hennep per plant. Opbrengst in euro’s per kilogram hennep De (verkoop)opbrengst van hennep in euro’s bedraagt € 4.070,00 per kilogram. Berekening opbrengst hennepkwekerij Gelet op het voorgaande kan de opbrengst uit de hennepkwekerij als volgt worden berekend: Kweekruimte 1 Uitgangspunten: aantal planten: 242; opbrengst hennep per plant: 29,6 gram; opbrengst hennep per oogst: 7,1632 kilo; opbrengst per kilo: 4.070 euro; Berekening opbrengst per oogst: 7,1632 kilo x € 4.070,00 € 29.154,22 Kweekruimte 2 Uitgangspunten: aantal planten: 331; opbrengst hennep per plant: 27,7 gram; opbrengst hennep per oogst: 9,1687 kilo; opbrengst per kilo: € 4.070,00; Berekening opbrengst per oogst: 9,1687 kilo x € 4.070,00 € 37.316,61 Kweekruimtes 1 en 2 Berekening opbrengst: per oogst: € 29.154,22 + € 37.316,61 € 66.470,83 uit twee oogsten: 2 x € 66.470,83 € 132.941,66 Kosten van de hennepkwekerij Variabele kosten Uitgaande van het BOOM-rapport houdt de rechtbank bij het berekenen van de variabele kosten rekening met afschrijvingskosten van investeringen, inkoopkosten van stekken en overige variabele kosten per plant (kweekmedium, water en voedingsstof). De afschrijvingskosten van investeringen zijn afhankelijk van het aantal planten per oogst en bedragen bij een aantal van 242 planten € 200,-- per oogst (kweekruimte 1) en bij een aantal van 331 planten € 250,-- per oogst (kweekruimte 2). [veroordeelde] heeft verklaard dat hij de hennepstekken heeft gekocht voor een bedrag van € 2,50 per stek. De rechtbank zal daarom van deze inkoopprijs uitgaan. De overige variabele kosten bedragen € 3,88 per plant. Elektriciteitskosten Anders dan de officier van justitie houdt de rechtbank geen rekening met elektriciteitskosten. Dergelijke kosten worden slechts in aanmerking genomen, indien aannemelijk is dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald. Uit de Aangifte van Liander N.V. van 22 februari 2022 blijkt dat de elektriciteit voor de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. De zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en er was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt die buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage liep en deze voorzag van elektriciteit. Door deze manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Voor de illegaal afgenomen elektriciteit werd niet betaald. Nu uit het dossier niet volgt dat [veroordeelde] de elektriciteitskosten nadien alsnog heeft betaald, blijven deze kosten buiten beschouwing. Kosten knippers De kosten voor knippers worden alleen in mindering gebracht indien aannemelijk is dat niet zelf of door middel van een knipmachine is geknipt en aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn betaald. [veroordeelde] heeft verklaard dat hij de verzorging van de hennepplanten alleen heeft gedaan. Het dossier biedt geen aanknopingspunten dat bij het telen en bewerken van de hennepplanten knippers betrokken zijn geweest. Bij vonnis van 24 december 2024 heeft de rechtbank overwogen dat ‘niet wettig en overtuigend is bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [veroordeelde] en een of meer anderen bij het telen en bewerken van de hennepplanten.’ Bewezen is verklaard dat [veroordeelde] het telen en bewerken van de hennepplanten alleen heeft gedaan. Gelet op het voorgaande zal geen rekening worden gehouden met de kosten van knippers. Huisvestingskosten [veroordeelde] heeft verklaard dat hij € 1.000,-- per maand heeft betaald aan huur voor het pand aan de [adres 2] in [plaats] . Uitgaande van 2 oogsten en een kweekcyclus per oogst van 10 weken houdt de rechtbank rekening met voornoemd huurbedrag gedurende een periode van 5 maanden. De huisvestingskosten kunnen aldus worden berekend op een bedrag van € 2.500,-- per oogst. Berekening kosten hennepkwekerij Gelet op het voorgaande kunnen de kosten van de hennepkwekerij als volgt worden berekend: Kosten per oogst: - afschrijvingskosten kweekruimte 1 € 200,00 kweekruimte 2 € 250,00 kosten inkoop stekken: 573 x € 2,50 € 1.432,50 overige variabele kosten: 573 x € 3,88 € 2.223,24 energiekosten -- kosten knippers -- huisvestingskosten € 2.500,00 + Totale kosten per oogst € 6.605,74 Totale kosten twee oogsten 2 x € 6.605,74 € 13.211,48 Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel Gelet op het voorgaande berekent de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de kwekerij in het pand aan de [adres 2] in [plaats] als volgt: Opbrengst hennepkwekerij € 132.941,66 Kosten hennepkwekerij € 13.211,48 -/- Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel € 119.730,18 3.3 Redelijke termijn De rechtbank ziet ambtshalve aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen met betrekking tot het recht op een beslissing op de ontnemingsvordering binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de ontnemingsprocedure dient te worden afgerond met een eindvonnis binnen een periode van twee jaren nadat de op redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat betrokkene ( [veroordeelde] ) langer dan redelijk is onder de dreiging van een ontnemingsvordering zou moeten leven. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn is beslissend het moment waarop vanwege de Nederlandse Staat jegens betrokkene een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zal worden gemaakt. Dergelijke omstandigheden kunnen onder meer zijn gelegen in de aankondiging van de ontnemingsvordering door de officier van justitie of de betekening van die vordering, in de aanhouding of het verhoor van betrokkene of in het op de hoogte raken door betrokkene van een strafrechtelijk financieel onderzoek. Het einde van de termijn wordt bepaald door de datum van het wijzen van vonnis. Voornoemde termijn is aangevangen op 10 mei 2022, de datum waarop [veroordeelde] is verhoord en hij het exploiteren van de hennepkwekerij heeft bekend. Vanaf dat moment kon [veroordeelde] in redelijkheid verwachten dat tegen hem een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zou worden gemaakt. De termijn eindigt op 24 december 2024, de datum waarop het onderhavige vonnis wordt gewezen. Dit betekent dat de op redelijkheid te beoordelen termijn waarbinnen de behandeling van de ontnemingsvordering heeft plaatsgevonden in totaal ruim 31 maanden bedraagt en dat deze termijn met ruim 7 maanden is overschreden. Nu in de onderliggende strafzaak reeds rekening is gehouden met het overschrijden van de redelijke termijn van berechting, volstaat de rechtbank in deze ontnemingsprocedure met de constatering dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de ontnemingsprocedure. Derhalve bestaat geen grond de aan [veroordeelde] op te leggen betalingsverplichting te matigen wegens overschrijding van deze termijn. 3.4 Op te leggen betalingsverplichting De rechtbank zal aan [veroordeelde] de verplichting opleggen om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat een bedrag te voldoen van € 119.730,
- De vordering zal voor het overige worden afgewezen. 3.5 Hoofdelijkheid Gelet op het vonnis in de onderliggende strafzaak van 24 december 2024 waarin is gemotiveerd en bewezen verklaard dat [veroordeelde] het telen en bewerken van de hennepplanten alleen heeft gedaan en is vrijgesproken van medeplegen, bestaat geen aanleiding te bepalen dat [veroordeelde] voor de op te leggen betalingsverplichting hoofdelijk aansprakelijk zal zijn. De vordering daartoe zal worden afgewezen. 3.6 Gijzeling Overeenkomstig het bepaalde in artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank bij het opleggen van de maatregel de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd. 4TOEGEPAST WETSARTIKEL De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5BESLISSING De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 119.730,18 (honderdnegentienduizend zevenhonderddertig euro en achttien cent); - legt [veroordeelde] de verplichting op tot betaling van € 119.730,18 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen; - wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mr. H. den Haan en mr. H.C. Piet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 december
- De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna bewijsmiddelen worden benoemd, wordt daarbij in de voetnoten verwezen naar pagina’s van door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren op ambtseed of ambtsbelofte in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal relaas van 28 februari 2023, nummer PL0900-2022300868, opgemaakt door politie Midden-Nederland, of bij die processen-verbaal als bijlagen gevoegde geschriften. Het proces-verbaal van 28 februari 2023 is doorgenummerd 1 tot en met 5 en de bij dit proces-verbaal gevoegde bijlagen zijn doorgenummerd 6 tot en met 302 (telkens: nummering op de pagina’s). Pagina’s 9-10 Pagina 14 Pagina’s 14 en 208 Pagina 14 Pagina 208 Pagina 209 Pagina 48 Pagina 276 Pagina 10 Pagina 11 Pagina 276 Pagina 276 Pagina 277 Pagina 277 Pagina 136 Pagina 277 Pagina 48 Pagina 277 Pagina 135 Pagina 134