RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/074090-24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 17 december 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1991] te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 december 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F. Leeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt kort en feitelijk weergegeven op het volgende neer. Verdachte wordt ervan verdacht op 2 februari 2024 in Vinkeveen bij een dertienjarige ontuchtige handelingen te hebben gepleegd. Daarbij wordt verdachte er primair van verdacht de aangeefster seksueel mede te zijn binnengedrongen en met zijn vingers over de vagina en/of schaamlippen en/of clitoris te hebben gewreven. Subsidiair zijn deze zelfde gedragingen, met uitzondering van het seksueel binnendringen, ten laste gelegd. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dat betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. Voor zover relevant, worden de standpunten van officier van justitie en de verdediging hierna besproken. 4.2 Het oordeel van de rechtbank 4.2.1 Vrijspraak van het primaire feit De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij aangeefster ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Dat betekent dat de rechtbank verdachte van het primair tenlastegelegde zal vrijspreken. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. De beschuldiging dat verdachte zou zijn seksueel binnengedrongen bij aangeefster, is hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaring van aangeefster. De rechtbank heeft beoordeeld of zij deze verklaring betrouwbaar acht en of deze voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat aangeefster bij de politie in grote lijnen over de gebeurtenissen heeft verklaard. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster onvoldoende gedetailleerd is over hoe de ontuchtige handelingen zich exact afgespeeld hebben. Ook uit de verklaringen van anderen (aan wie aangeefster zou hebben verklaard wat er gebeurd zou zijn) en de zich in het dossier bevindende WhatsApp-berichten van verdachte en andere betrokkene blijken deze details onvoldoende. De rechtbank weegt daarbij mee dat aangeefster niet is bevraagd over de gang van zaken zoals die door verdachte is geschetst. Hoewel de rechtbank de verklaring van aangeefster s betrouwbaar acht op het onderdeel dat verdachte ontuchtige handelingen bij haar heeft verricht, ontbreekt het de rechtbank – gelet op het voorgaande – aan onvoldoende overtuigend bewijs dat verdachte de aangeefster seksueel is binnengedrongen. 4.2.2 Bewezenverklaring van het subsidiaire feit De rechtbank zal het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen verklaren. Verdachte heeft dit feit bekend en de raadsvrouw heeft hiervan geen vrijspraak bepleit. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 2 februari 2024 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, met [slachtoffer] , geboren op [2011] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte: - met vingers over de vagina en schaamlippen van die [slachtoffer] gewreven en - de clitoris van die [slachtoffer] bevoeld.; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 102 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Ook heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijk gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, met hiernaast een onvoorwaardelijk taakstraf voor de duur van 100 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van 2 jaren, met voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, zij het dat het locatieverbod gewijzigd dient te worden. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte familie heeft in [locatie] en het geadviseerde locatieverbod lijkt van toepassing op de gehele [locatie] . 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. 8.3.1 De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan Verdachte heeft met het destijds dertienjarige slachtoffer in zijn woning ontuchtige handelingen gepleegd, bestaande uit het aanraken van de vagina en de clitoris. Verdachte was op dat moment tweeëndertig jaar oud. Verdachte was zich ervan bewust dat hij te maken had met een minderjarig meisje, maar heeft zich vooral laten leiden door zijn eigen lust. Of en in hoeverre het slachtoffer het initiatief heeft genomen tot lichamelijk contact voorafgaand aan de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen doet gelet op de leeftijd van het slachtoffer niet ter zake. Verdachte heeft niet stilgestaan bij de ernstige inbreuk die hij maakte op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Ook heeft hij er niet bij stilgestaan welke gevolgen zijn gedrag op langere termijn voor het slachtoffer zou kunnen hebben. Dergelijke feiten doorkruisen een normale seksuele ontwikkeling. Juist die gevolgen maken een feit als dit zo ernstig. 8.3.2 De persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het psychologisch rapport van 30 mei 2024, uitgebracht door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog. Uit het psychologisch onderzoek komt naar voren dat bij verdachte sprake is van ADHD, zwakbegaafdheid en een lichte tot matige stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol en cocaïne. Hoewel hiervan ook ten tijde van het tenlastegelegde sprake was, adviseert de psycholoog om het tenlastegelegde geheel aan verdachte toe te rekenen nu er geen verband kan worden gevonden met de vastgestelde problematiek. De psycholoog omschrijft verdachte wel als blijvend kwetsbaar voor stressvolle gebeurtenissen. De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog over en is van oordeel dat het bewezenverklaarde volledig aan verdachte moet worden toegerekend. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 13 december 2024. In dat rapport wordt vermeld dat het risico dat verdachte opnieuw in de fout gaat kan worden ingeschat als laag. Hoewel verdachte sinds zijn aanhouding abstinent is van middelen, zijn ADHD-medicatie weer gebruikt en recentelijk is gestart met forensische poliklinische behandeling, adviseert de reclassering om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. De reclassering merkt op dat vanuit het oogpunt van recidivermindering een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet wenselijk is en acht het belangrijk dat verdachte verder stabiliseert. Om in de gaten te kunnen houden of verdachte gemotiveerd blijft met betrekking tot medicatiegebruik, het abstinent blijven van middelen en om te onderzoeken welke hulpverlening op termijn in vrijwillig kader nodig is, adviseert de reclassering oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.