RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-234430-23 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 12 januari 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1976] te [geboorteplaats] Polen)ingeschreven op het adres: [adres] , [woonplaats] (Polen)zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten landegedetineerd in de [verblijfplaats] hierna te noemen: verdachte 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 december 2023. Het onderzoek is – met instemming van de officier van justitie en de verdediging - op 12 januari 2024 enkelvoudig gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. Boon en van de standpunten van verdachte en mr. P.M. Langereis, advocaat te Zoetermeer. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 op 14 september 2023 in Utrecht, samen met anderen, met geweld [slachtoffer 1] heeft beroofd van een ring; feit 2 op 14 september 2023 in Utrecht, samen met anderen, openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] . 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat het oogmerk van verdachte en zijn medeverdachte gericht was op de diefstal van de ring van aangever. Omdat medeverdachte [medeverdachte 2] de ring weggooit, lijkt het er op dat hij deze per ongeluk in zijn hand heeft gekregen. Verdachte heeft geen actieve rol in het geheel en heeft geprobeerd aangever te helpen zodat deze weg kon komen. De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit een beroep op noodweer (exces) gedaan en bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Feit 1 Op 14 september 2023 deed [slachtoffer 1] aangifte en verklaarde – zakelijk weergegeven -: Op 14 september 2023 kwam ik op het treinstation van Utrecht-Centraal aan. Ik nam omstreeks 02.45 uur plaats op een bankje in de stations passage. Ik zag dat er twee Poolse mannen op het bankje zaten. Enkele minuten later zag ik dat er nog een Poolse man aangelopen kwam. Ik hoorde dat de mannen weer in het Pools met elkaar aan het praten waren. Ik zag dat man 2 voor mij kwam staan. Ik zag dat man 2 een klein zwart flesje in zijn hand had. Ik voelde dat de man met het flesje in mijn rechteroog spoot. Ik voelde dat mijn rechteroog begon te branden. Ik stond op en ik probeerde langzaam weg te lopen. Ik zag dat man 2 achter mij aan liep en weer voor mij ging staan. Ik zag dat man 2 weer op een halve meter afstand voor mij stond. Ik zag dat de man weer met het zwarte flesje richting mijn gezicht ging. Ik voelde dat de man een paar seconden lang in mijn gezicht spoot. Ik kreeg in allebei de ogen een extreem branderig gevoel. Ik probeerde weg te rennen. Ik voelde dat alle drie de mannen om mij heen stonden. Ik voelde dat de mannen aan mijn handen zaten. Ik voelde dat de mannen mijn ring van mijn rechter duim probeerden te halen. Ik zei meermaals dat de ring niets waard was en dat het geen zin had om die mee te nemen Ik voelde dat de ring van mijn vinger schoof en dat de mannen deze van mij hadden weggenomen. Dit was een zilveren ring met Romeinse cijfers aan de buitenkant. Ik voelde dat de mannen ook mijn andere ring, die om mijn rechter ringvinger zat, probeerden weg te nemen Ik rende rechtdoor richting de stationshal. Door verbalisant [verbalisant 1] werden op 14 september 2023 de camerabeelden bekeken die betrekking hadden op de diefstal met geweld op het stationsplein te Utrecht op 14 september 2023. Door verbalisant werd het volgende bevonden. Verdachte 1: [medeverdachte 1] . Verdachte 2: [medeverdachte 2] Verdachte 3: donker haar, zwarte korte broek, damesfiets en deken met zwart/wit zebraprint. - 02.37.56 uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] op het slachtoffer afliep, zijn rechterarm strekte en wees in de richting van het slachtoffer. Ik zag dat [medeverdachte 1] een klein zwart voorwerp in zijn rechterhand hield. Vervolgens zag ik dat er een vloeistof in het gezicht van het slachtoffer gespoten werd. Ik zag dat het slachtoffer met zijn linkerhand naar zijn gezicht greep;- 02.39.46 uur: Ik zag dat het slachtoffer op stond en de 3 verdachten nog om hem heen stonden. Ik zag dat het slachtoffer richting de ingang van het station liep. Ik zag dat het slachtoffer stil ging staan en zich omdraaide. Ik zag dat het slachtoffer zijn rechterhand nog op zijn gezicht hield. Vervolgens zag ik [medeverdachte 2] in de richting van het slachtoffer lopen;- 02.40.15 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] de hand van het slachtoffer beet pakte met zijn linkerhand en hem weghaalde van zijn gezicht;- 02.40.25 uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] ook richting het slachtoffer en [medeverdachte 2] liep. Ik zag dat [medeverdachte 1] zijn hand uit zijn rechterzak haalde en naar het gezicht van het slachtoffer bracht. Vervolgens zag ik dat het slachtoffer een lichte buiging door zijn knieën maakte; - 02.40.50 uur: Ik zag dat het slachtoffer probeerde weg te lopen van de verdachte. Ik zag dat [medeverdachte 2] nog steeds de rechterhand van het slachtoffer vasthield. Ik zag dat verdachte 3 links van het slachtoffer stond en zijn weg blokkeerde en hem tegenhield met zijn linkerhand;- 02.40.57 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] zijn rechterbeen omhoog haalde en uithaalde naar het slachtoffer en hem raakte ter hoogte van zijn buik/bovenbenen;- 02.41.01 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] nog steeds de rechterarm van het slachtoffer vasthield. Ik zag dat verdachte 3 zijn weg blokkeerde en een arm om hem heen hield;- 02.41.13 uur: Ik zag dat het slachtoffer los kwam van [medeverdachte 2] en verdachte 3. Ik zag dat het slachtoffer richting de ingang van het station liep. Ik zag dat [medeverdachte 2] naar zijn handen keek. Ik zag dat [medeverdachte 1] en verdachte 3 ook naar de handen van [medeverdachte 2] keken;- 02.41.18 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] met zijn linkerarm een gooiende beweging maakte richting het slachtoffer. Door verbalisant [verbalisant 2] werd de man (de rechtbank begrijpt de man die als verdachte 3 is aangeduid) die op de camerabeelden van het Stationsplein te Utrecht van 14 september 2023 te zien is, herkend als [verdachte] . Verbalisant herkende [verdachte] onder andere aan zijn zwarte haar, zwarte korte broek en opvallende deken. Op 14 september 2023 kreeg verbalisant [verbalisant 3] opdracht om een zoekslag te maken naar de ring die door de verdachten op het Stadsplateau te Utrecht zou zijn weggegooid. Door verbalisant werd het volgende bevonden. Ik, verbalisant, hoorde van collega, [verbalisant 4] , dat de ring er als volgt uit zag: zilveren ring met aan de buitenzijde meerdere Romeinse cijfers. Ik zag op het Stadsplateau de betreffende ring liggen. Ik zag dat het een zilveren ring betrof met aan de buitenzijde meerdere Romeinse cijfers. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft - zakelijk weergegeven -verklaard dat hij op 14 september 2023 met twee vrienden op het Stationsplein in Utrecht was. Hij had het slachtoffer geschopt. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie – zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 14 september 2023 samen met twee andere personen op het Stationsplein in Utrecht was. Hij had een flesje waarop in het Pools pepperspray stond en had daarmee gespoten. Verdachte heeft op 22 december 2023 – zakelijk weergeven – verklaard dat hij op 14 september 2023 samen met twee andere personen (de rechtbank begrijpt medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) op het Stationsplein in Utrecht was. Bewijsoverweging Oogmerk De verdediging heeft aangevoerd dat niet vastgesteld kan worden dat verdachten het oogmerk op de diefstal van de ring hadden. De rechtbank overweegt het volgende. Op het moment dat [slachtoffer 1] wegloopt van de drie verdachten gaan zij alle drie, zonder dat daarvoor enige aanleiding is, achter hem aan. Verdachten hebben vervolgens alle drie een eigen rol in het geweld dat tegen [slachtoffer 1] wordt gebruikt vanaf het moment dat [medeverdachte 2] de hand van [slachtoffer 1] , met aan de duim de later weggenomen ring, vastpakt en vast blijft houden: het spuiten van pepperspray door [medeverdachte 1] , het tegenhouden en blokkeren van [slachtoffer 1] zodat hij niet weg kan door [verdachte] en het trappen in de buik van [slachtoffer 1] door [medeverdachte 2] . Pas nadat [medeverdachte 2] de ring van de duim van [slachtoffer 1] in zijn hand heeft, laten zij [slachtoffer 1] gaan en kijken alle drie naar de ring die [medeverdachte 2] in zijn hand heeft. De ring die verbalisant [verbalisant 3] even later aan de hand van de camerabeelden vindt vertoont een zeer sterke gelijkenis met de beschrijving die [slachtoffer 1] van zijn gestolen ring heeft gegeven. Daarnaast heeft aangever verklaard dat hij voelde dat, nadat de ring van zijn duim was gehaald, ook geprobeerd werd een andere ring van zijn rechter ringvinger weg te nemen. Daarmee is voor de rechtbank uitgesloten dat de ring per ongeluk van de duim van het slachtoffer is geraakt. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm en het handelen van verdachte en zijn medeverdachten bestond bij hen naar het oordeel van de rechtbank het oogmerk om de ring van aangever weg te nemen. Dat [medeverdachte 2] de ring daarna weggooit doet daar niet aan af, Kennelijk had men na de diefstal gezien dat de ring, zoals aangever heeft verklaard, geen waarde had. De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 Door verbalisant [verbalisant 5] werden op 19 september 2023 de camerabeelden bekeken die betrekking hadden op een vechtpartij die had plaatsgevonden in de Stationshal van Utrecht Centraal op 14 september 2023. Dit betroffen de aangehouden verdachten: - [verdachte] ; - [medeverdachte 1] ; - [medeverdachte 2] . Door verbalisant werd het volgende bevonden. - 01.12.12 uur. Ik zag dat er een man via de Jaarsbeurszijde de stationshal van Utrecht-Centraal in liep. Na controle bleek dit te zijn: [slachtoffer 2] ;- 01:19:17 uur. Ik zag dat het slachtoffer de stationshal uitliep.- 01:19:47 uur. Ik zag dat het slachtoffer richting de verdachten liep.- 01:20:34 uur. Ik zag dat verdachte [medeverdachte 1] naar het slachtoffer liep;- 01:20:04 uur. Ik zag dat [verdachte] het slachtoffer een duw gaf ter hoogte van zijn borst;- 01:20:58 uur. Ik zag dat [verdachte] met kracht een beweging maakte met zijn rechterarm;- 01:21:16 uur. Ik zag dat het slachtoffer weg rende richting de stationshal; - 01:22:13 uur. Ik zag toen dat alle drie de verdachten met versnelde pas richting het slachtoffer liepen;- 1:22:29 uur. Ik zag dat het slachtoffer zijn t- shirt uit deed. Ik zag dat hij op zijn knieën ging zitten. Ik zag dat hij zijn handen richting zijn rug bracht. Ik zag dat alle drie de verdachten om het slachtoffer heen gingen staan;- 01:22:32 uur. Ik zag dat de verdachten vlak voor het slachtoffer gingen staan. Ik zag dat [verdachte] zijn armen en zijn rechterbeen naar achteren bracht. Ik zag dat zijn rechter knie met kracht tegen het gezicht van het slachtoffer kwam. Ik zag dat het slachtoffer toen naar achteren rolde. Ik zag dat het slachtoffer snel opstond en richting zijn schoenen rende.- 01:22:55 uur. Ik zag dat de verdachten toen omkeerden en met brede armen richting het slachtoffer liepen. Ik zag dat [verdachte] het slachtoffer een duw gaf. Ik zag dat het slachtoffer richting een glazen wand werd geduwd;- 01:22:59 uur. Ik zag dat [verdachte] met kracht zijn rechter knie richting het lichaam van de verdachte bewoog. Ik zag dat door de kracht het achterhoofd van het slachtoffer met kracht tegen de glazen wand aankwam;- 01:23:04 uur. Ik zag dat [verdachte] de armen van het slachtoffer in een klem hield;- 01:23:10 uur. Ik zag dat [verdachte] het slachtoffer nog steeds klem hield. Ik zag dat hij met kracht twee kniestoten gaf ter hoogte van de onderrug van het slachtoffer;- 01:23:12 uur. Ik zag dat [verdachte] zijn rechterarm naar achteren bewoog. Ik zag dat hij zijn arm met kracht en snelheid richting het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat het slachtoffer werd geraakt ter hoogte van zijn rechterkaak. Ik zag dat het slachtoffer met zijn buik op de grond viel; - 01:23:24 uur. Ik zag dat [medeverdachte 2] zijn rechter been omhoog deed. Ik zag dat hij zijn voet met kracht naar beneden bewoog. Ik zag dat de benen van het slachtoffer trilde toen [medeverdachte 2] zijn rechtervoet naar beneden bewoog; 01:23:59 uur. Ik zag dat het slachtoffer om zijn rechter voet omhoog deed. Het slachtoffer heeft 44 seconden zonder been en voet beweging op de grond gelegen. - 01:26:25 uur. Ik zag dat het slachtoffer in de stationshal stond. Ik zag dat hij met zijn rechterhand naar zijn gezicht greep; - 01:26:40 Ik zag dat verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de stationshal in renden;- 01:26:45 Ik zag dat verdachte [medeverdachte 1] het slachtoffer op zijn rug duwde. Ik zag dat hij tegelijkertijd met zijn linkervoet het slachtoffer tackelde. Ik zag dat het slachtoffer enkele meters uit balans werd gebracht;- 01:26:50 uur. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] achter het slachtoffer aan bleven lopen in de stationshal; - 01:27:01 uur. Ik zag dat het slachtoffer een beweging maakte met zijn hand. Ik zag dat dit een stopteken was. Ik zag dat [medeverdachte 2] met zijn rechterhand en linkerhand twee vuistslagen gaf ter hoogte van het gezicht van het slachtoffer;- 01:27:17 uur. Ik zag dat [medeverdachte 2] met kracht zijn linkerhand richting het gezicht van het slachtoffer bewoog;- 01:27:40 uur. Ik zag toen dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] wegliepen;- 01:28:19 uur. Ik zag dat er een medewerker van de NS richting het slachtoffer liep. Ik zag dat de verdachten toen richting het slachtoffer bewogen. Ik zag dat de medewerker van de NS de verdachten moest tegenhouden;- 01:28:24 uur. Ik zat dat [medeverdachte 1] met zijn rechterhand een platte hand klap gaf. Ik zag hij het slachtoffer op de linkerzijde van zijn gezicht raakte. Verdachte heeft op 22 december 2023 – zakelijk weergegeven – verklaard: Ik heb op 14 september 2023 het slachtoffer geslagen. Bewijsoverweging De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden en de verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachten openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] . De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben geen betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1op 14 september 2023 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, een ringdie geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, bestaande het geweld uit- in zijn oog)en te spuiten met pepperspray en- zijn hand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.