RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer: 11148092 \ AC EXPL 24-1433 RvdH/1037 Vonnis van 20 november 2024 in de zaak van [eiser] B.V., te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen, tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 4,- de conclusie van antwoord met een productie, - de conclusie van repliek met productie 2, - de conclusie van dupliek met een productie. 1.
- De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. 2Waar gaat deze zaak over? 2.
- [eiser] is een factoringsbedrijf voor (onder andere) tandartsen. Dat betekent dat zij betaling mag vorderen van een rekening van de tandarts. In 2022 is [gedaagde] behandeld bij Tandartsenpraktijk [praktijk] . De facturen voor die behandelingen heeft hij niet betaald. Het totaalbedrag van de facturen is € 305,
- [eiser] vordert betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] wil ook dat [gedaagde] haar proceskosten betaalt. 2.
- [gedaagde] voert verweer. Hij is het niet eens met de kosten die [eiser] in rekening brengt, temeer nu hij op 11 juli 2024 een betalingsregeling heeft getroffen. Op de stellingen van [eiser] en [gedaagde] wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
- [gedaagde] moet de facturen betalen. Ook moet hij de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten betalen. Hierna legt de kantonrechter uit waarom. 3.
- Vast staat dat [gedaagde] zijn behandelingen bij de tandarts niet heeft betaald, terwijl hij daartoe wel verplicht is. De facturen komen [gedaagde] niet bekend voor, maar hij heeft niet betwist dat hij de daarin genoemde tandartsbehandelingen heeft ondergaan. De gevorderde hoofdsom van € 305,58 wordt daarom toegewezen. Dat geldt ook voor de tot 19 april 2024 verschenen wettelijke rente ter hoogte van € 10,51 en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 19 april
- 3.
- [eiser] vordert ook vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft aan [gedaagde] op 24 november 2023 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft niet betaald binnen de termijn die in de aanmaning is genoemd. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 45,84 toegewezen. 3.
- Partijen hebben inmiddels een betalingsregeling getroffen. Die regeling is echter pas (ruim) na betekening van de dagvaarding tot stand gekomen: de dagvaarding werd betekend op 23 mei 2024 aan [gedaagde] in persoon. De betalingsregeling is op 11 juli 2024 afgesproken. Voordat [eiser] de dagvaarding uitbracht is [gedaagde] nog in de gelegenheid gesteld om de vordering te voldoen, zodat de kosten beperkt zouden blijven. [gedaagde] heeft die gelegenheid ongebruikt gelaten. [eiser] moest dus deze procedure starten om [gedaagde] tot betaling te bewegen. Zij heeft de proceskosten niet nodeloos gemaakt, [gedaagde] moet die daarom betalen. 3.
- De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 113,54 - griffierecht € 130,00 - salaris gemachtigde € 164,00 (2 punten × € 82,00) - nakosten € 41,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 448,54 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 361,93, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 305,58, met ingang van 19 april 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 448,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.