RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11159957 \ UC EXPL 24-4113 RvdH/1037 Vonnis van 20 november 2024 in de zaak van [eiser] h.o.d.n. [handelsnaam], te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: R. van Dijk, Juristu Incasso Juristen B.V., tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 7, - de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek met productie 8, - de conclusie van dupliek. 1.
- De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. 2Waar gaat deze zaak over? 2.
- [eiser] heeft een geluidsstudio en [gedaagde] is klassiek zangeres. [gedaagde] heeft [eiser] benaderd om gebruik te maken van zijn studio. [eiser] was aanwezig om opnames te maken en die te mixen. [eiser] heeft voor zijn diensten op 15 februari 2023 een factuur met een totaalbedrag van € 747,90 aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft die niet betaald. [eiser] vordert in deze procedure betaling van het factuurbedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 2.
- [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiser] . Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
- De beoordeling 3.
- [gedaagde] moet de factuur van [eiser] betalen. De buitengerechtelijke incassokosten hoeft [gedaagde] niet te betalen. Hierna legt de kantonrechter uit waarom. De factuur 3.
- In de eerste plaats heeft [gedaagde] alleen maar in algemene bewoordingen gesteld dat zij mondeling met [eiser] een vaste prijs van € 450,00 heeft afgesproken. Een (begin van) een onderbouwing voor deze stelling ontbreekt. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [eiser] en [gedaagde] geen vaste prijs hebben afgesproken. [eiser] heeft bovendien toegelicht dat hij nooit een vaste prijsafspraak maakt, omdat het van tevoren moeilijk is in te schatten hoeveel tijd er nodig is. [eiser] heeft € 450,00 wel als grove schatting genoemd, maar dat bindt hem niet. 3.
- In de tweede plaats stelt [gedaagde] dat [eiser] meer tijd in rekening heeft gebracht dan hij daadwerkelijk aan haar heeft besteed. Volgens [gedaagde] werden de opnames onderbroken door privé aangelegenheden van [eiser] en liet [eiser] [gedaagde] met regelmaat wachten. Er is ook geen (begin van) een onderbouwing van deze stelling.. [eiser] heeft daarentegen een overzicht verstrekt waarin hij de tijd heeft bijgehouden. [gedaagde] heeft geen van de specifieke posten in dat overzicht betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de door [eiser] in rekening gebrachte tijdsbesteding/diensten. 3.
- Het voorgaande betekent dat [gedaagde] de factuur moeten betalen. Zij is de wettelijke rente verschuldigd met ingang van de datum van de dagvaarding, omdat [eiser] niet heeft toegelicht waarom [gedaagde] al per 15 maart 2023 in verzuim verkeerde. Op dat moment was de betaaltermijn van de factuur namelijk nog niet verstreken. Buitengerechtelijke incassokosten 3.
- [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, maar hij heeft geen aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW ingediend bij zijn processtukken. De vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen; de kantonrechter kan niet controleren of een correcte aanmaning is verstuurd. De proceskosten 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 113,54 - griffierecht € 218,00 - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten × € 135,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 669,04 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 747,90, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 mei 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 669,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.