RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/042054-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 13 december 2024 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1] , woonplaats kiezend op het kantoor van haar raadsman mr. S. van der Eijk ( [adres] , [postcode] [plaats 1] ). 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 november 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.M.L. Kalsbeek en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. S. van der Eijk, advocaat te Den Haag , naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in de periode van 16 februari 2022 tot en met 12 mei 2023 in Nederland, Duitsland en/of Turkije, samen met een ander of alleen, opzettelijk de minderjarige [minderjarige] , die jonger dan twaalf jaar oud was en door de kinderrechter onder toezicht van Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) was gesteld, aan het opzicht van SAVE heeft onttrokken door [minderjarige] mee te nemen op een vlucht naar Turkije en/of hem onder te brengen op een of meer adressen in Turkije; en/of vervolgens opzettelijk die [minderjarige] aan de nasporing van politie en justitie heeft onttrokken, door hem ondergebracht en verborgen te houden op een of meer adressen in Turkije en/of niet op aanwijzingen van SAVE naar Nederland te brengen. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dit betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. Voor zover van belang worden de standpunten van de raadsvrouw hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Bewijsmiddelen Een proces-verbaal van het verhoor van de aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op woensdag 16 februari 2022 is er door de kinderrechter een mondelinge machtiging uithuisplaatsing en VOTS afgegeven voor een baby van 5 maanden, genaamd [minderjarige] . Op donderdag 17 februari 2022 stond er een reguliere zitting voor OTS gepland. Beide ouders waren samen online aanwezig bij die zitting. Zij zijn daar op de hoogte gesteld van de uitspraak van een dag eerder en zijn door de kinderrechter gesommeerd medewerking te verlenen aan de uitvoering van de VOTS en uithuisplaatsing. Op de zitting bleek dat de ouders in Turkije waren samen met [minderjarige] . De kinderrechter gaf aan dat de ouders via hun advocaten zo snel mogelijk afspraken moeten maken met SAVE over de uithuisplaatsing van [minderjarige] . Op de sommatie van de kinderrechter om [minderjarige] terug te brengen naar Nederland, werd door de ouders niet gereageerd. Wij maken ons ernstig zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] , omdat moeder emotioneel instabiel en erg beïnvloedbaar is en verkeert in de sfeer van mensenhandelpraktijken. Vader heeft een gewelddadig karakter en wordt ervan verdacht de moeder uit te buiten. [minderjarige] ondervindt erg veel stress door alles wat er aan de hand is. Een geschrift, te weten een beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing d.d. 16 februari 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [minderjarige] woont op een geheim adres [de rechtbank begrijpt: in Turkije]. Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. De kinderrechter stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, met ingang van 16 februari 2022 voor de duur van drie maanden, te weten tot 16 mei 2022. Een geschrift, te weten een beschikking van de kinderrechter over de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing d.d. 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht van stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 13 mei 2022 tot en met 13 mei 2023. Een geschrift, te weten een schriftelijke aanwijzing van Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) d.d. 21 februari 2022, inclusief bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Nadat wij samen met politie van 17 t/m 19 februari 2022 tevergeefs hebben geprobeerd om tot concrete afspraken te komen over terugkeer van [minderjarige] , hebben wij u op 19 februari 2022 een aankondiging van deze schriftelijke aanwijzing gegeven. Samen Veilig Midden-Nederland geeft u de volgende aanwijzing: moeder dient zo spoedig mogelijk, dat wil zeggen met een eerstvolgende vlucht, met [minderjarige] terug te keren naar Nederland en [minderjarige] aan de gezinsvoogd te overhandigen, zodat uitvoering kan worden gegeven aan de machtiging tot uithuisplaatsing. Op 19 februari 2022 heeft de gezinsvoogd vader via app dringend verzocht om contact op te nemen met de politie in Nederland. De politie heeft contact gehad met vader, moeder en de advocaat van vader. Vader zegt niet blij te zijn dat hij nu ineens gezag heeft, dat heeft moeder voor hem geregeld. Hij is nu ineens mede verantwoordelijk voor onttrekking. Vader zegt bij zijn vader te verblijven en voor een medisch traject in Turkije te zijn. Moeder vraagt politie wat ze zelf zou doen als ze moeder was. Moeder kiest ervoor om in Turkije te blijven. Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Na een check in het register bleek dat [verdachte] [de rechtbank begrijpt: verdachte] inderdaad sinds 15 februari 2022 gezag [de rechtbank begrijpt: over [minderjarige]] heeft. Wij zagen dat er sinds 15 februari 2022 een paspoort voor [minderjarige] is afgegeven. De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 15 februari 2022 ben ik samen met mijn zoon [minderjarige] met het vliegtuig naar Turkije gegaan. Ik ben sindsdien de hele tijd samen met [verdachte] en [minderjarige] in Turkije geweest. 4.3.3 Bewijsoverwegingen 4.3.3.1 Partiële vrijspraak pleegperiode Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij in de periode van 16 februari 2022 tot en met 12 mei 2023 haar zoon [minderjarige] aan het opzicht van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) en aan de nasporing van politie en justitie heeft onttrokken. Uit de aangifte volgt dat [minderjarige] op 16 februari 2022 door de kinderrechter mondeling onder toezicht van SAVE is gesteld en dat verdachte op 17 februari 2022 van deze beschikking op de hoogte is geraakt. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte eerder wist van het bestaan van de beschikking. Gelet hierop acht de rechtbank niet bewezen dat op 16 februari 2022 sprake is geweest van een opzettelijk onttrekken aan het opzicht van SAVE of aan nasporing door politie en justitie. Naar het oordeel van de rechtbank is de pleegperiode aangevangen op 17 februari 2022. Uit een andere beschikking van de kinderrechter blijkt dat het toezicht met ingang van 29 september 2022 is overgeheveld naar een andere gecertificeerde instelling, te weten Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering. In de tenlastelegging wordt bij beide feiten deze gecertificeerde instelling echter niet genoemd. Hoewel ook na 29 september 2022 nog steeds sprake was van een ondertoezichtstelling, was vanaf dit moment geen sprake meer van een strafbaar onttrekken aan het opzicht van SAVE. Ook hier is dus geen rekening gehouden met de latere wijziging van de gecertificeerde instelling. Het gevolg van deze omissie in de tenlastelegging is dat een aanzienlijk deel van de ten laste gelegde periode, namelijk de periode van 29 september 2022 tot en met 12 mei 2023, niet kan worden bewezen verklaard. Verdachte zal derhalve van dit gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken. 4.3.3.2 Onttrekking aan het opzicht De raadsman heeft aangevoerd dat SAVE gedurende de ondertoezichtstelling wel degelijk toezicht over [minderjarige] heeft kunnen uitoefenen, omdat er veelvuldig telefonisch en online contact met beide ouders is geweest. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de aangifte blijkt dat SAVE zich ernstig zorgen maakte, gelet op de persoon van verdachte en haar relatie met de medeverdachte. In de beslissing van de kinderrechter om [minderjarige] onder toezicht van SAVE te stellen, ligt besloten dat [minderjarige] op het moment van de ondertoezichtstelling ernstig in zijn ontwikkeling werd bedreigd. Het doel van een ondertoezichtstelling is om een dergelijke dreiging zoveel mogelijk terug te dringen, door gedurende langere tijd de ontwikkeling van een minderjarige te monitoren en waar nodig maatregelen gericht op de bevordering van het welzijn van de minderjarige te nemen. In de beschikking van de kinderrechter is verder vermeld dat [minderjarige] met spoed uit huis moest worden geplaatst. Dat verdachten telefonisch en/of via een videoverbinding enig contact met SAVE hebben onderhouden terwijl zij [minderjarige] in Turkije bij zich hadden en daarmee de uithuisplaatsing feitelijk onmogelijk werd gemaakt, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat SAVE het opzicht heeft kunnen uitoefenen. De mogelijkheid voor SAVE om eigen waarnemingen te doen in een veilige setting is nu juist precies wat verdachte en haar medeverdachte hebben belemmerd door hun kind in het buitenland ondergebracht te houden. Dat verdachte nadien haar verklaringen over het gedrag van de medeverdachte heeft willen herroepen, wat daar verder van zij, maakt het voorgaande niet anders. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: in de periode van 17 februari 2022 tot en met 29 september 2022 te [plaats 2] (Turkije), tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een minderjarige, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2] , die beneden de twaalf jaren oud was en middels een door de kinderrechter uitgesproken (voorlopige) ondertoezichtstelling ingaande op 16 februari 2022 onder toezicht van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland was gesteld, heeft onttrokken aan het opzicht van voornoemde gecertificeerde instelling, die dit desbevoegd over hem uitoefende, immers heeft verdachte die [minderjarige] ondergebracht op een of meer adressen in Turkije, en (vervolgens) opzettelijk voornoemde [minderjarige] , die onttrokken was aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, te weten de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, aan de nasporing van de ambtenaren van justitie of politie onttrokken, immers hebben verdachte en haar mededader voornoemde [minderjarige] ondergebracht gehouden en verborgen gehouden op een of meer adressen in Turkije en niet op aanwijzing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.