RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/024669-24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 21 mei 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1964] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende [adres] in [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 mei 2024 (inhoudelijke behandeling) en 21 mei 2024 (sluiten onderzoek). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 op 21 januari 2024 in De Bilt heeft geprobeerd in te breken in de woning van [benadeelde 1] ; feit 2 primair op 2 december 2023 in De Bilt heeft geprobeerd in te breken in de woning van [benadeelde 2] ; feit 2 subsidiair op 2 december 2023 in De Bilt huisvredebreuk heeft gepleegd; feit 3 primair op 2 december 2024 in De Bilt een fles heeft gestolen uit restaurant [restaurant] ; feit 3 subsidiair op 2 december 2024 heeft geprobeerd geld en/of goederen uit restaurant [restaurant] te stelen; feit 3 meer subsidiair op 2 december 2024 in De Bilt huisvredebreuk heeft gepleegd; feit 4 in de periode van 27 november 2023 tot en met 28 november 2023 in De Bilt heeft ingebroken in [winkel] en een kassalade heeft gestolen. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat, gelet op het screenshot dat zich in het dossier bevindt, de kwaliteit van de camerabeelden te slecht is en de afstand waarop de persoon op dat screenshot is te zien te groot, om een betrouwbare herkenning op te baseren. De kenmerken waaraan twee agenten verdachte zouden hebben herkend kunnen onder die omstandigheden niet waarneembaar zijn. De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1, 3 primair en 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak feit 2 De rechtbank acht niet overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit de inhoud van de stukken in het dossier volgt dat de persoon die op 2 december 2023 is binnengedrongen in de woning van aangeefster is te zien op camerabeelden van een bedrijf in de straat van aangeefster. Het dossier bevat twee processen-verbaal van agenten die hebben opgeschreven deze persoon, onder meer op basis van gezichtskenmerken, te herkennen als verdachte. De camerabeelden bevinden zich niet in het dossier en slechts de herkenning door één agent is in het dossier te controleren op basis van een screenshot. Op dat screenshot is op een behoorlijke afstand een wegfietsende persoon te zien waarvan het gezicht niet (herkenbaar) in beeld is. Verdere informatie over waarop de agenten een herkenning hebben gebaseerd ontbreekt. Het screenshot is naar het oordeel van de rechtbank niet geschikt om een controleerbare herkenning op te baseren. Bij gebrek aan ander bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij dit feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Bewijsmiddelen feit 1 [benadeelde 1] heeft aangifte gedaan. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Ik woon aan de [adres] in [woonplaats] . Op 21 januari 2024, zag ik dat er vannacht beweging gedetecteerd was. Ik bekeek de beelden en zag dat er een man vanaf de stoep voor ons huis naar de voordeur liep. Ik zag dat de man een ijzeren draad pakte en hiermee poogde via de brievenbus de voordeur te openen. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd: Op de camerabeelden is te zien dat de persoon aan komt lopen op 21 januari 2024. Dat de persoon vervolgens een lang stuk dun ijzer uit zijn jas haalt. Ik zag dat de persoon met dit dunne stuk ijzer door de brievenbus gaat. Bij het zien van de camerabeelden herkende ik de persoon direct als zijnde: [verdachte] , geboren op [1964] . Wonende aan de [adres] te [woonplaats] Ik heb [verdachte] op 16 oktober 2022 aangehouden voor heling op zijn woonadres. Hierdoor herkende ik hem aan zijn opvallend grote neus, zijn snor en zijn ingevallen gezicht. Opvallend voor mij zijn zijn ingevallen jukbeenderen. Bewijsmiddelen feit 3 primair [aangever 1] heeft aangifte gedaan. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Op 2 december 2023 was ik aan het werk in mijn restaurant [restaurant] , gevestigd in De Bilt. Ik hoorde dat [A] tegen mij zei dat er een man achter in het magazijn was die spullen pakte. Ik belde mijn partner, [B] , hierop op om toch even de camerabeelden te kijken wat er gebeurd was. Ik hoorde dat ze zag dat een onbekende man verschillende flessen drank uit een schap haalde en in een krat deed. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd: Op de beelden zag ik dat de datum ‘2 december 2023’ in beeld stond. Vervolgens zag ik het volgende: Op 15:49 uur zag ik een man binnen komen lopen. Ik herkende de man direct als zijnde [verdachte] , wonende op de [adres] te [woonplaats] . Ik zag dat [verdachte] richting de uitgang liep, maar daarvoor nog een flesje uit een doosje pakte. Daarop zag ik dat [verdachte] met het laatst gepakte flesje naar de uitgang liep en uit beeld verdween. Verdachte heeft ter terechtzitting van 6 mei 2024 onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: U houdt mij de foto op pagina 105 van het dossier voor en vraag mij of ik mijzelf herken. Ja, dat ben ik. Bewijsmiddelen feit 4 [aangever 2] heeft aangifte gedaan. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Ik ben bedrijfsleider van de [winkel] aan de [adres] in [vestigingsplaats] . Op 27 november 2023 hebben collega's van mij de winkel geheel in goede staat afgesloten. Op 28 november 2023 kwam de leverancier producten leveren. De leverancier verklaarde dat toen hij naar het magazijn liep zag dat de nooddeur opengebroken was. De nooddeur stond open en de rode hendel lag op de grond. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd: Op 22 januari 2024 nam ik contact op met aangever [verbalisant 3] . Hij verklaarde dat er inderdaad een kassa weg was genomen. Dit betreft een kassa met een lade. Verbalisant [verbalisant 4] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd: Op 27 november 2023, vond er een inbraak plaats bij de [winkel] te De Bilt. In het pand zijn bewakingscamera's aanwezig. Op 6 januari 2024 werden de beschikbaar gestelde opnamen door mij, verbalisant, bekeken. 23.44.12 Verdachte komt in beeld vanuit rechterzijde, lijkt een rugzak te dragen 23.44.46 Verdachte heeft een breekijzer gelijkend voorwerp in zijn hand en wrikt aan de kassa lade. 23.45.07 Verdachte pakt kassa lade. 23.45.11 Verdachte loopt weg van de kassa en kijkt nog een keer in de richting van de kassa. Verbalisant [verbalisant 5] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd: 1 persoon op de still te zien. Deze staat achter de toonbank waar de kassa zich bevindt en zijn gezicht is gericht naar de camera. Op still 1 herken ik: [verdachte] . Achternaam : [verdachte] Voornamen : [voornaam] Geboren : [1964] Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Marokko Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als wijkagent in gemeente De Bilt, waar [verdachte] woonachtig is. Ik heb [verdachte] sinds ik wijkagent ben in gemeente De Bilt, dit is ongeveer vanaf 2017, vele keren gesproken op straat. Ook heb ik verdachte [verdachte] aangehouden en ben ik bij hem thuis geweest. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herkende [verdachte] aan zijn voorovergebogen loopje, zijn ingevallen gezicht, zijn kenmerkende zwarte snor. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: Met name herkent een zijn, voor mij, zeer herkenbare gezichtsvorm (ingevallen) in combinatie met zijn zwarte snor. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op 21 januari 2024 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, aan de [adres] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen naar zijn gading die aan een ander dan aan verdachte toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van een valse sleutel, - naar de voornoemde woning toe is gegaan, met medebrenging van een stuk ijzerdraad, en - vervolgens met dat stuk ijzerdraad heeft gepoogd de voordeur te openen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 3 primair op 2 december 2023 te De Bilt, uit een bedrijf, te weten restaurant [restaurant] , een fles die toebehoorde aan restaurant [restaurant] en/of [aangever 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; feit 4 op 27 november 2023 te De Bilt een kassalade, die aan de [winkel] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 poging tot diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid; feit 3 primair diefstal; feit 4 poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 14 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden: - meldplicht bij reclassering; - opname in een zorginstelling; - ambulante behandeling, met mogelijkheid tot (kortdurende) klinische opname; - begeleid wonen of maatschappelijke opvang; - meewerken aan middelencontrole. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij het bepalen van de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, met de bijzondere voorwaarden zoals omschreven in het voortgangsverslag van de reclassering. De raadsman kan zich voorts vinden in de door de officier van justitie gevorderde proeftijd van 3 jaren. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten Verdachte heeft geprobeerd in te breken in een woning. Daarnaast heeft verdachte een fles uit het magazijn van restaurant [restaurant] gestolen en heeft hij ingebroken bij de winkel [winkel] en daar een kassalade gestolen. Dit zijn buitengewoon vervelende feiten. Naast financiële schade leiden woninginbraken en bedrijfsinbraken tot gevoelens van onbehagen en onveiligheid, met name bij de slachtoffers en hun directe omgeving maar ook voor de samenleving als geheel. Verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 2 april 2024 waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf ook rekening gehouden met een voortgangsrapport van Inforsa van 11 april 2024, opgemaakt door A. Hardeman, reclasseringswerker. Na schorsing van de voorlopige hechtenis is verdachte opgenomen in een forensische kliniek voor diagnostiek en behandeling. Uit het rapport van de reclassering volgt dat er bij verdachte sprake is van drugsverslaving met een langdurig verslavingsverleden. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een duurzaam aanwezige psychotische stoornis. Verdachte pleegt voornamelijk veelvuldig vermogensdelicten om in zijn middelengebruik te voorzien. Uit het rapport van de reclassering volgt een positief beeld van verdachte gedurende zijn verblijf in de kliniek. Verdachte verleent zijn medewerking aan onderzoeken en is in goed contact met het behandelteam en de reclassering. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De reclassering schrijft dat de voorwaarden van de schorsing van de voorlopige hechtenis voldoende lijken om in te zetten op gedragsverandering en het verlagen van het risico op recidive. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij blij is met de kans die hij heeft gekregen. Hij wil de behandeling graag voortzetten en heeft veel steun aan zijn zus. Hij wil zijn best doen om niet meer in de criminaliteit te belanden. Strafoplegging De rechtbank heeft bij de strafoplegging gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Deze gaan voor een inbraak in een woning uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden indien sprake is van frequente recidive. Voor een inbraak in een bedrijfspand is dit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. De rechtbank zal gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte sterk afwijken van deze oriëntatiepunten. De rechtbank legt hierna uit waarom. De ernst van de feiten, zoals dat in de oriëntatiepunten tot uitdrukking komt, en de justitiële documentatie van verdachte rechtvaardigen in beginsel een lange(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.