RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/159105-23 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] (hierna: verdachte). 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. S. Lanning en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. A. Laghmouchi, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 op 27 juni 2023 in Houten een dubbelloops hagelgeweer voorhanden heeft gehad; Feit 2 op 27 juni 2023 in Houten munitie (349 hagelpatronen en/of 85 patronen) voorhanden heeft gehad; Feit 3 zich op 27 juni 2023 in Houten schuldig heeft gemaakt aan heling van een dubbelloops hagelgeweer. 3VOORVRAGEN Voordat de rechtbank een oordeel kan geven over de vraag of verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, moet worden beoordeeld of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Voor feit 3 vordert de officier van justitie vrijspraak. De standpunten van de officier van justitie worden - voor zover van belang voor de beoordeling - besproken in paragraaf 4.3.
- 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van alle drie de ten laste gelegde feiten. De standpunten van de raadsman worden - voor zover van belang voor de waardering van het bewijs - besproken in paragraaf 4.3.
- 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.
- Bewijsmiddelen Een proces-verbaal van bevindingen genummerd PL0900-2023192966-11 ( aantreffen wapen en munitie ), voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op dinsdag 27 juni 2023 kregen wij de opdracht om in verband met een mogelijke dreiging van een vuurwapen te gaan naar de [adres] te [woonplaats] . Ik, verbalisant [verbalisant 1] , heb telefonisch contact gezocht met de vriendin van [verdachte] . Ik hoorde de vriendin van [verdachte] zeggen, dat ze 1 tot 2 weken geleden naar de schuur van [verdachte] was gegaan, om daar iets te gaan zoeken voor [verdachte] en dat ze daar een blauwe sporttas zag liggen, welke vol lag met munitie. [verdachte] gaf mij een sleutelring, waar zich 2 sleutels aan bevonden. Ik ben naar de schuur gelopen en heb met één van de sleutels de deur geopend. Ik zag direct een grote blauwe sporttas staan welke al deels geopend was. Ik zag dat er in de tas, een groot aantal munitie bevond. Ik herkende deze munitie als munitie van een shot gun. Ik zag dat er op de plek waar de blauwe sporttas stond, er nog een klein zwart tasje lag. Ik opende dit tasje en zag dat er in dit tasje nog verschillende andere soorten munitie zaten. Ik zag dat er niet alleen shot gun munitie inzat, maar ook munitie van een jachtgeweer. Collega [verbalisant 2] , wees mij vervolgens op een lang voorwerp wat achter in de schuur, onder een kleed stond. Ik pakte het kleed vast en haalde het van het lange voorwerp af. Ik herkende het voorwerp direct als de shot gun. Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning, genummerd PL0900-2023192966-15, voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 27 juni 2023 kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] te [woonplaats] . In de schuur werden de volgende sporendragers veiliggesteld: SIN: AAJJ6426NL Object: Vuurwapen SIN: AAJJ6427NL Object: Munitie Bijzonderheden: Heel veel munitie in blauwe tas SIN: AAJJ6428NL Object: Munitie Bijzonderheden: Zwarte tas met meerdere patronen Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-202319266-23 ( categorisering wapen en munitie ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: SIN : AAJJ6426NL Wapen: vuurwapen, dubbelloops hagelgeweer Categorie: III sub 1 Bovenvermeld voorwerp is een vuurwapen, dubbelloops hagelgeweer, merk Miroku, kaliber 12, voorzien van het wapennummer [wapennummer] . Dit geweer is een voorwerp bestemd om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De werking van dit geweer berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit geweer een vuurwapen in de zin van artikel l onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder l van de Wet wapens en Munitie. SIN: AAJJ6427NL en AAJJ6428NL Munitie: scherpe patronen Categorie: III Bovengenoemde goederen betreffen 2 tassen met een grote hoeveelheid scherpe kogel- en hagelpatronen. De scherpe patronen zijn munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van een scherp schietend vuurwapen af te schieten. De aangetroffen en in beslag genomen hagelpatronen kaliber 12 zijn bestemd of geschikt om doormiddel van het onder 1 omschreven vuurwapen af te schieten. Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 aanhef onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie. Een proces-verbaal van bevindingen genummerd PL0900-2023192966-22 ( telling munitie), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In zwarte tas. (AAJJ6428NL) 2 hagelpatronen, kaliber
- 20 patronen, kaliber 7 x 64 mm. 20 patronen, kaliber 7 x 64 mm. 20 patronen, kaliber 7 x 64 mm. 10 patronen, kaliber 7 x 64 mm. 5 patronen, kaliber 7 x
- In blauwe tas. (AAJJ6427NL) 10 patronen, kaliber 7 x 64 mm. 18 hagelpatronen, kaliber
- 2 hagelpatronen, kaliber
- 106 hagelpatronen, kaliber
- 100 hagelpatronen, kaliber
- 67 hagelpatronen, kaliber
- 25 hagelpatronen, kaliber
- 14 hagelpatronen, kaliber
- 7 hagelpatronen, kaliber
- 8 hagelpatronen, kaliber
- Een proces-verbaal biologisch vooronderzoek, genummerd PL0900-2023192966-19, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Door ons werd een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager: SIN: AAJJ6426NL, object: Vuurwapen. Ik, verbalisant, heb de buitenzijde van de textiele band in het geheel inclusief de bevestigingsclips en gespen bemonsterd op humaan biologische sporen. Veiliggestelde sporen: SIN: AAQD3736NL Relatie met SIN: AAJJ6426NL Spoortype: Biologisch Spooromschrijving: Epitheel Plaats veiligstellen: Vuurwapen AAJJ6426NL: bu.z band geheel incl gespen. Een Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute, gedateerd 7 augustus 2023, opgemaakt door Dr. P.J. Herbergs , voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ontvangen sporenmateriaal: AAQD3736NL - Bemonstering vuurwapen. Resultaat van het DNA-onderzoek: Bemonstering DNA-profiel Mogelijke donor van celmateriaal AAQD3736NL DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon. Verdachte [verdachte] Zie ‘Berekening van de bewijswaarde’ Berekening van de bewijswaarde Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [verdachte] in de bemonstering ‘vuurwapen AAQD3736NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen. Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en twee onbekende, niet verwante personen.Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende, niet verwante personen. De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. Een proces-verbaal van verhoor verdachte op 28 juni 2023, genummerd PL0900-2023192966-14, voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Wanneer ben je voor het laatst in je schuur geweest? A: Afgelopen week nog. Even kijken hoor. 2 dagen geleden heb ik geloof ik nog die e-bike erin gezet, maandag was dat geloof ik. Maar we zijn er veel meer geweest de afgelopen dagen. We hebben de fietsen eruit gehaald, zwembad eruit gehaald en de barbecue, Die stond ook in de schuur, als je gaat kijken zie je nog de kolen in de barbecue zitten, want ik heb hem ook weer teruggezet. V: Wie is we? A: Mijn vriendin en ik [A] en de kinderen. V: Maar maandag ben jij zelf in de schuur geweest? A: Ja. 4.3.
- Bewijsoverwegingen Feit 1 en feit 2 – voorhanden hebben van het wapen en de munitie Voor een veroordeling voor het voorhanden hebben van een wapen of munitie is vereist dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen of de munitie en dat verdachte er feitelijke macht over had. Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat aan beide voorwaarden is voldaan. Bewustheid Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het wapen en de munitie bewust in haar schuur aanwezig heeft gehad. Een vriendin van verdachte heeft namelijk verklaard dat zij 1 á 2 weken voor het aantreffen van het wapen en de munitie in de schuur van verdachte is geweest en daar een geopende sporttas vol munitie heeft zien liggen. Ook de verbalisant die het wapen en de munitie heeft aangetroffen beschrijft dat de munitie in een sporttas lag, welke al deels geopend was. Verdachte heeft zelf bij de politie verklaard dat zij de dag voor het aantreffen van het wapen en de munitie nog in haar schuur is geweest en dat zij in de dagen daarvoor ook veel meer in de schuur was geweest. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat verdachte deze munitie ook heeft gezien. Verder is er DNA van verdachte op de band van het wapen aangetroffen. De raadsman heeft aangevoerd dat dit DNA ook via een ander voorwerp op het wapen terecht heeft kunnen komen (secundaire overdracht). Uit het proces-verbaal van aantreffen van het wapen blijkt echter dat het wapen achterin de schuur stond met een kleed erover heen. Dat er DNA op de band van het wapen heeft kunnen komen via secundaire overdracht vindt de rechtbank daarom onaannemelijk. Uit deze feiten en omstandigheden volgt dat verdachte bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen en de munitie in haar tuinschuur. Feitelijke macht Uit de bewijsmiddelen blijkt ook dat verdachte feitelijke macht over het wapen en de munitie heeft gehad. Het wapen en de munitie zijn namelijk in haar eigen schuur aangetroffen, waar zij toegang tot had. Dat er meerdere mensen sleutels hadden van de schuur en daar ook daadwerkelijk gebruik van maakten, maakt nog niet dat zij geen feitelijke macht over het wapen en de munitie had. Conclusie Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het aangetroffen wapen en de munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte feit 1 en feit 2 heeft gepleegd. Vrijspraak feit 3 De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er op basis van het dossier geen aanknopingspunten zijn dat verdachte wist of had moeten weten dat het om een gestolen wapen ging. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van feit 3, de tenlastegelegde heling van het wapen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 op 27 juni 2023 te Houten een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een dubbelloops hagelgeweer, van het merk Miroku, wapennummer [wapennummer] , kaliber 12, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer voorhanden heeft gehad; Feit 2 op 27 juni 2023 te Houten munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 349 hagelpatronen van het kaliber 12 en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 85 patronen van het kaliber 7 x 64 mm voorhanden heeft gehad; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; Feit 2 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een taakstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis,, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 180 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om een (zo groot mogelijk deel) voorwaardelijke straf of een taakstraf op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheden waaronder het wapen en de munitie is aangetroffen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een wapen en munitie in haar schuur. Uit het dossier blijkt dat zij haar schuur ter beschikking had gesteld aan een aantal personen, die spullen in haar schuur opsloegen. Verdachte heeft hierover verklaard dat zij dit op enig moment niet meer wilde, maar door de personen onder druk werd gezet. De rechtbank gelooft de verklaring van verdachte dat het wapen en de munitie niet van haarzelf zijn, maar van degenen die gebruik maakten van haar schuur. Het verwijt wat de rechtbank aan verdachte maakt is dus dat zij het wapen en de munitie van anderen heeft opgeslagen. Persoon van de verdachte Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank weegt dit niet in het voordeel, noch in het nadeel mee van verdachte. Verdachte heeft een jaar onder toezicht van de reclassering gestaan, in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Uit het reclasseringsrapport van 30 augustus 2024 blijkt dat dit positief is verlopen. Verdachte ontvangt inmiddels in een vrijwillig kader praktische en emotionele begeleiding vanuit het sociaal wijkteam. Verdachte is recent moeder geworden. Zij voedt haar kind van vier maanden oud alleen op. Het moederschap heeft een positief effect op verdachte. De reclassering schat de risico’s in als laag en ziet dan ook geen meerwaarde in het continueren van toezicht of in andere interventies. Strafoplegging Bij het bepalen van de strafsoort en hoogte daarvan heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Op basis daarvan geldt als oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aantal maanden. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en haar beperkte betrokkenheid bij het vuurwapen en de munitie (het opslaan daarvan, zonder eigenaar te zijn) , vindt de rechtbank een gevangenisstraf geen passende strafmodaliteit. De rechtbank ziet wel aanleiding om een groter deel van de taakstraf onvoorwaardelijk op te leggen dan de officier van justitie heeft geëist, met name gelet op de oriëntatiepunten. Uit het reclasseringsrapport blijkt ook dat verdachte vanaf oktober 2024 in staat is om een taakstraf uit te voeren, omdat haar dochter dan twee dagen per week naar de opvang kan gaan. Het voorwaardelijke gedeelte van de op te leggen straf dient om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nogmaals de fout in te gaan. De rechtbank acht het, gelet op het reclasseringsadvies, niet nodig om daar bijzondere voorwaarden aan te koppelen. De rechtbank acht, alles afwegende een taakstraf van 240 uur, waarvan 120 uur voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar passend. Voorlopige hechtenis Gelet op de op te leggen straf, zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven. 9BESLAG De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten het geweer en de munitie onttrekken aan het verkeer. De bewezenverklaarde feiten zijn met betrekking tot deze voorwerpen begaan en deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder feit 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 120 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Beslag verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: 1 STK Geweer (goednummer: PL0900-2023192966-G3184648); 1 STK Munitie (goednummer: PL0900-2023192966-G3184651); 1 COL Munitie (goednummer: PL0900-2023192966-G3185153). Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Bazaz, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 zij op of omstreeks 27 juni 2023 te Houten een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een dubbelloops hagelgeweer, van het merk Miroku, wapennummer [wapennummer] , kaliber 12, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad; ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) 2 zij op of omstreeks 27 juni 2023 te Houten munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 349 hagelpatronen van het kaliber 12 en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 85 patronen van het kaliber 7 x 64 mm voorhanden heeft gehad; ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) 3 zij op of omstreeks 27 juni 2023 te Houten , een dubbelloops hagelgeweer, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; ( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 27 oktober 2023, genummerd PL0900-2023192966, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal doorgenummerd p. 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De inhoud van de bewijsmiddelen is zakelijk weergegeven. Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 56.