← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:7746

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 11324409 AC EXPL 24-2360 Verstekvonnis d.d. 6 november 2024 inzake [eiseres] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] gemachtigde mr. K.E.M. Wigger, gerechtsdeurwaarder eisende partij, tegen [gedaagde] wonende [adres] [postcode] [woonplaats] gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. 1.
  2. De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en niet gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij. 1.
  3. Daarop volgt nu dit vonnis. 2De beoordeling 2.
  4. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk de eisende partij, en een consument, namelijk de gedaagde partij. Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd, of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. In de regel zal dan (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen. Ambtshalve toetsing van naleving informatieplichten 2.
  5. Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. De kantonrechter heeft geconstateerd dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan. Ambtshalve toets van algemene voorwaarden Vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten 2.
  6. De eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 18 van de algemene voorwaarden is daarover een beding opgenomen. De kantonrechter moet nu dus beoordelen of dit artikel oneerlijk is ten opzichte van de gedaagde partij. De tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al zijn verschuldigd zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. Daar komt nog bij dat ook nog andere kosten in rekening kunnen worden gebracht. Hoewel de benamingen verschillen gaat het feitelijk steeds om vergoedingen die verschuldigd zijn bij een betalingsachterstand, waarvoor dus de wettelijke regeling van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het Besluit geldt. Deze contractuele regeling is onduidelijk voor consumenten, vereist ten onrechte niet in alle gevallen eerst een ‘gratis’ veertiendagenbrief en leidt bovendien, alle vergoedingen bij elkaar opgeteld, tot een hogere vergoeding dan de vergoeding conform het Besluit. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor ten nadele van consumenten aanzienlijk afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het beding is aldus oneerlijk ten opzichte van de gedaagde partij en wordt daarom vernietigd. Als gevolg daarvan wordt de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Rente 2.
  7. De eisende partij maakt ook aanspraak op vergoeding van rente. In artikel 12 van de algemene voorwaarden is daarover een beding opgenomen. De kantonrechter moet nu dus beoordelen of dit artikel oneerlijk is ten opzichte van de gedaagde partij. De bedongen rente van 1,5% per maand is hoger dan de wettelijke rente voor handelstransacties was op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Een rechtvaardiging voor dit verschil is niet gesteld of gebleken. Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Om die reden is het rentebeding oneerlijk en wordt het door de kantonrechter vernietigd. Als gevolg daarvan moet de gevorderde rentevergoeding worden afgewezen. Conclusie 2.
  8. De vordering komt de kantonrechter, mede gelet op wat hiervoor is overwogen, voor het overige niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt toegewezen. Proceskosten 2.
  9. De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op: - dagvaarding € 113,54 - griffierecht € 524,00 - salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt(en) x tarief € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.111,
  10. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  11. veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen: 1e. € 7.426,98 ter zake van achterstallige huur tot en met 12 augustus 2024; 2e. € 39,93 voor elke dag of gedeelte van een dag, gelegen tussen 13 augustus 2024 en de dag waarop de gedaagde partij de dakrandbeveiliging aan de eisende partij heeft geretourneerd of wanneer de afgiftetermijn is verstreken; 3.
  12. veroordeelt de gedaagde partij om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de dakrandbeveiliging aan de eisende partij af te geven; en, voor het geval de gedaagde partij niet aan deze veroordeling voldoet: 3.
  13. veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 10.425,54 als marktwaarde van de dakrandbeveiliging; 3.
  14. veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 1.111,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen; 3.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  16. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.