RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/574220 / JE RK 24-680 Datum uitspraak: 7 mei 2024 Beschikking van de kinderrechter over een uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam-Zuidoost, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [2023] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. T. Geerdink en [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. T. Geerdink hierna samen te noemen de ouders. 1Het verloop van de procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek met bijlagen van de GI van 26 april 2024, ingekomen bij de griffie op 26 april
- 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden achter gesloten deuren op 7 mei
- Hierbij waren aanwezig: de ouders en hun advocaat en mevrouw [A] namens de GI. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van 15 maart 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 15 maart
- 2.
- Bij beschikking van 25 april 2024 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het [ziekenhuis] /voorziening voor pleegzorg met ingang van 25 april 2024 voor de duur van 4 weken, te weten tot 23 mei
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 15 maart
- De GI heeft inmiddels een pleeggezin voor [minderjarige] gevonden in het netwerk van de vader en de moeder. [minderjarige] is geboren met een ernstige hartafwijking en heeft een hersenbeschadiging. Na een maandenlange ziekenhuisopname is [minderjarige] na een kort verblijf bij de ouders met een spoedmachtiging weer in het ziekenhuis opgenomen, omdat haar groei stagneerde. De komende tijd zal 2thepoint van pleegzorg worden ingezet, zodat duidelijk wordt waar [minderjarige] zal opgroeien. Dat traject zal 6 tot 9 maanden duren. De verzochte duur van de uithuisplaatsing is noodzakelijk, omdat de GI niet het vertrouwen heeft dat ouders in kortere tijd zullen aanleren wat [minderjarige] nodig heeft. 4Het standpunt van de ouders De ouders zijn het niet eens met het verzoek van de GI. De ouders houden veel van [minderjarige] en menen dat zij voldoende in staat zijn om voor [minderjarige] te zorgen. De ouders merken daarbij op dat de groeiproblemen van [minderjarige] niet door de ouders zijn veroorzaakt. Op dit moment hebben de ouders geen huis waar zij [minderjarige] kunnen opvangen, maar op 31 mei 2024 krijgen zij de sleutels van hun nieuwe woning. De ouders verzoeken de kinderrechter om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van drie maanden, zodat in die tijd kan worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de ouders om [minderjarige] zelf op te voeden en welke hulpverlening daarbij nodig is. De ouders willen graag laten zien dat zij open staan voor hulpverlening. De advocaat van de ouders heeft benadrukt dat het belangrijk is dat beslissingen die worden genomen zorgvuldig worden uitgelegd aan de ouders. 5De beoordeling 5.
- De kinderrechter zal een machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verlenen voor de duur van zes maanden en houdt het overige deel van het verzoek aan. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt. 5.
- De kinderrechter stelt vast dat na de geboorte van [minderjarige] een heftige periode is geweest voor de ouders. [minderjarige] is geboren met een ernstige hartafwijking en heeft een hersenbeschadiging. De in de thuissituatie ingezette intensieve ambulante spoedhulp is onvoldoende van de grond gekomen, omdat de moeder herhaaldelijk afzegde en de ouders onvoldoende leerbaar bleken te zijn. De ouders hebben geen eigen woning en wonen bij oma vaderszijde. Na een verblijf van zeven weken bij de ouders is [minderjarige] weer opgenomen in het ziekenhuis, omdat haar groei stagneerde. [minderjarige] heeft veel zorg nodig. De ouders zien in dat het voor nu beter is voor [minderjarige] om niet bij de ouders thuis te wonen, omdat zij geen eigen woning hebben. 5.
- De komende tijd zal het 2thepoint van pleegzorg worden ingezet, zodat onderzocht wordt waar [minderjarige] zal gaan opgroeien. [minderjarige] is een jong en kwetsbaar kindje dat veel zorg nodig heeft. Gezien de kwetsbaarheid van [minderjarige] en haar bovengemiddelde behoefte aan zorg kan zij op dit moment niet terug naar de ouders. De kinderrechter adviseert de ouders om alle hulpverlening te accepteren, zodat zij zoveel mogelijk ondersteund kunnen worden. De GI zal er zorg voor dragen dat de beslissingen die de komende tijd moeten worden genomen, zorgvuldig worden uitgelegd aan de ouders. Verder zal de GI samen met de gedragswetenschapper kijken naar een passende contactregeling tussen [minderjarige] en de ouders. Het 2thepoint traject zal vervolgens uitwijzen waar [minderjarige] het best kan opgroeien en wat de (on)mogelijkheden zijn van de ouders om [minderjarige] op te voeden. De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden om het verloop van het traject van 2thepoint van [minderjarige] te volgen en vinger aan de pols te houden. De kinderrechter houdt daarom de beslissing voor het overige aan, in afwachting van het verloop van de perspectiefbepaling. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk 30 augustus 2024 de rechtbank te informeren over de stand van zaken en te laten weten of het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken wordt. Op de nader te bepalen mondelinge behandeling zal de kinderrechter verder bespreken wat het toekomstperspectief voor [minderjarige] zal zijn. 6De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van zes maanden, te weten tot 15 september 2024; verzoekt de GI om uiterlijk 30 augustus 2024 de kinderrechter te informeren over de stand van zaken en te laten weten of het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken; houdt de beslissing voor het overige aan; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is op 7 mei 2024 mondeling gegeven door mr. A.C. van den Boogaard, kinderrechter, in samenwerking met mr. C.A. Lammertink, de griffier. De beschikking is schriftelijk vastgelegd en ondertekend op 22 mei
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.