← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:7750

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/574220 / JE RK 24-680 Datum uitspraak: 25 april 2024 Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam-Zuidoost, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [2023] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . hierna samen te noemen de ouders. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het mondelinge verzoek van de GI van 25 april 2024 en; - het verzoek met bijlage(

  1. n)van de GI van 26 april 2024, ingekomen bij de griffie op 26 april 2024. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 maart 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 15 maart 2025. 3Het verzoek 3.1. De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het [ziekenhuis] voor de duur van vier weken, te weten tot 23 mei 2024. De GI verzoekt aansluitend om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling. 3.2. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling 4.1. De GI heeft de volgende informatie aan het verzoek ten grondslag gelegd. [minderjarige] is geboren met een ernstige hartafwijking en heeft een hersenbeschadiging. Zij heeft de eerste zes maanden van haar leven in het ziekenhuis verbleven. Vervolgens is ze zeven weken thuis geweest, maar recent is zij weer opgenomen omdat haar groei stagneerde. Inmiddels groeit zij weer en is er geen medische reden om haar nog langer in het ziekenhuis opgenomen te houden. De artsen zijn wel bereid haar op sociale indicatie nog langer in het ziekenhuis te laten. De artsen wijten de stagnatie in de groei die thuis optrad aan het feit dat zij thuis onvoldoende voeding heeft gehad. De in de thuissituatie ingezette intensieve ambulante spoedhulp is onvoldoende van de grond gekomen; moeder zegde herhaaldelijk afspraken af en de ouders bleken onvoldoende leerbaar. Zo zetten ze haar veel te lang in een wipstoel. Daarnaast is gezien dat de moeder weinig affectie toont naar [minderjarige] . Inmiddels zijn de ouders ook uit hun woning gezet. Zij wonen nu, samen met hun oudste dochter van net twee jaar oud, in bij oma vaderszijde in een kleine woning waarin ook nog een zus van vader en een gehandicapte broer van vader wonen. Het gezin heeft één slaapkamer tot zijn beschikking in de woning van oma. De betrokken hulpverlening is het erover eens dat [minderjarige] vanwege haar kwetsbaarheid en zorgbehoefte niet terug naar haar ouders kan. Zij kunnen haar niet geven wat zij nodig heeft: onder meer rust en regelmaat en elke drie uur (twee uur lang) sondevoeding. Het doel is nu om haar in het ziekenhuis te laten totdat er een geschikt pleeggezin is gevonden aan wie de zorg op verantwoorde wijze kan worden overgedragen. Daarom vraagt de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing voor verblijf in het ziekenhuis en aansluitend daarop in een pleeggezin. Er zijn ook zorgen over de oudste dochter. Vanwege die zorgen wordt gedacht aan een gezinsopname. 4.2. Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbende(
  2. n)en de minderjarige kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . 4.3. De GI en de ouders worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting. 4.4. In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. 5De beslissing De kinderrechter: 5.1. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het [ziekenhuis] / voorziening voor pleegzorg met ingang van 25 april 2024 voor de duur van vier weken, te weten tot 23 mei 2024; 5.2. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan; 5.3. roept de GI, de ouders op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, in het gerechtsgebouw aan Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht, op 7 mei 2023 te 16:15 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord; 5.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is op 25 april 2024 mondeling gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, en vastgelegd in deze beschikking die door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, en A.A. Meijerink- van der Leij als griffier is ondertekend op 26 april 2024. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.