RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/197056-23 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 1 maart 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Marokko), wonende aan de [adres 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G. Alagahgi en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in de periode van 25 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Driebergen-Rijsenburg heeft ingebroken in een woning gelegen aan de [adres 2] en daarbij een horloge en/of sieraden en/of servies van [aangever 1] heeft gestolen; feit 2: op 1 mei 2023 te Driebergen-Rijsenburg samen met (een) ander(
(3)jaren vast; - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: zich meldt binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; actief deelneemt aan de gedragsinterventie Cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider; geen alcohol gebruikt, en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; gedurende het toezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres 6] te [woonplaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de precieze tijdstippen veranderen of het locatiegebod laten vervallen; zich inspant voor een traject via het UVW, gericht op het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur; zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie; de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden; - geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis; Voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Benadeelde partij [aangever 3] wijst de vordering van [aangever 3] toe tot een bedrag van € 200,-, bestaande uit materiële schade; veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 3] aan de Staat € 200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Garvelink, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en O. Böhmer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2023. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1hij in of omstreeks de periode van 25 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Driebergen-Rijsenburg , gemeente Utrechtse Heuvelrug, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 2] , perceelnummer [nummer 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge, sieraden en/of servies, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht) 2hij op of omstreeks 1 mei 2023 te Driebergen-Rijsenburg , gemeente Utrechtse Heuvelrug tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 3] , perceelnummer [nummer 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meer goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming- een raam van voornoemde woning heeft/hebben ingeslagen; en/of- voornoemde woning heeft/hebben betreden; en/of- diverse lades en/of kasten heeft/hebben geopend en/of doorzocht,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 3hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te Bilthoven, gemeente De Bilt, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 4] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden en/of een pyjama, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht) 4hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 5] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 augustus 2023, genummerd PL0900-2023226645, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 92. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van 7 september 2023, genummerd PL0900-2023226645-B, wordt hieraan (A) toegevoegd. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 11. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 17. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 20. Een geschrift, te weten een deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute, pagina 25. Een geschrift, te weten een deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute, pagina 26. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024. Pagina 28. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024. Pagina 14 (A). Pagina 17 (A). Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024. Pagina 31 (A).