← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:7954

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/178664-24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 1 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 oktober

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P. Figge, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Vervolgens is direct uitspraak gedaan. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 30 mei 2024 in Almere een gaspistool voorhanden heeft gehad. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2024; een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] over het aantreffen van het gaspistool; - een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming; - een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] over de categorisering van het gaspistool. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 30 mei 2024 te Almere een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, merk Zoraki, model 917, kaliber 9mm PAK (wapennummer [nummer] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte, gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, te veroordelen tot een gevangenisstraf van 42 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 26 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is hard bezig om zijn leven op orde te krijgen en heeft hiervoor al de nodige hulp ingeschakeld. Daarbij komt dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en heeft erkend dat de aanschaf van het wapen een domme keuze was. Verder moet in het voordeel van verdachte worden meegewogen dat hij in de veronderstelling was een alarmpistool voorhanden te hebben. Het LOVS-oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een alarmpistool betreft een geldboete. De raadsvrouw heeft, gelet op het voorgaande, de rechtbank gevraagd verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, eventueel aan te vullen met een voorwaardelijke gevangenisstraf (subsidiair) of een taakstraf (meer subsidiair). 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Aard en ernst van het feit Verdachte heeft in de woning van zijn zus een gaspistool voorhanden gehad. Het gaspistool werd in de rugzak van verdachte aangetroffen en was binnen handbereik. Het wapen is door verdachte aangeschaft om de mensen die zijn vriendin bedreigen af te schrikken en volgens zijn vriendin droeg hij deze altijd bij zich. In zijn algemeenheid geldt dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens een risico meebrengt voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit leidt meer dan eens tot vuurwapengebruik, waarbij (willekeurige) slachtoffers kunnen vallen. Het voorhanden hebben van vuurwapens is daarom bijzonder gevaarzettend. Daarnaast veroorzaakt het een gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk. De persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 augustus 2024 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafmatigende zin mee. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de e-mail van de heer [A] , maatschappelijk werker, van 12 juni
  2. Hieruit blijkt dat verdachte op vrijwillige basis hulp heeft gezocht en ontvangt. Zo heeft verdachte contact met Amethist voor zijn verslavingsproblematiek en helpt Plangroep hem bij het stabiliseren van zijn schulden. Ook is verdachte, in samenspraak met de gemeente, op zoek naar werk en/of een participatietraject. De op te leggen straf Gelet op de aard en ernst van het feit kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van (de duur van) de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de straffen die doorgaans bij vergelijkbare feiten worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het voorhanden hebben van een gaspistool geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. De rechtbank ziet geen aanleiding een hogere straf op te leggen dan dit genoemde uitgangspunt. Hoewel de rechtbank het bewezenverklaarde feit ernstig vindt, acht de rechtbank het - gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte - niet aangewezen hem terug te sturen naar de gevangenis. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat verdachte verantwoording heeft afgelegd ter terechtzitting en zijn leven gebeterd lijkt te hebben door op verschillende leefgebieden hulp in te schakelen. Verdachte lijkt gemotiveerd te zijn deze positieve lijn voort te zetten. De rechtbank zal dan ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. Het voorwaardelijke strafdeel dient verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur 30 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Voorlopige hechtenis De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c van het Wetboek van Strafrecht en 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 dagen; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 14 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. G. Schnitzler, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. drs. S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 oktober
  3. De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Almere een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, gaspistool, merk Zoraki, model 917, kaliber 9mm PAK (wapennummer [nummer] ) en/of een (bijbehorend) patroonmagazijn, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad (art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 3 juni 2024, genummerd PL0900-2024170395, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
  4. Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van 7 juni 2024, genummerd PLO900-2024170035-23 wordt hieraan (A) toegevoegd. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 en
  5. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, pagina
  6. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1 (A).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.