RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/129713-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 14 februari 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , Turkije, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 augustus 2022 en 14 februari
- Op laatstgenoemde terechtzitting heeft de inhoudelijke behandeling plaatsgevonden. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. M. van Viegen, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 in de periode van 4 mei 2022 tot en met 24 mei 2022 te Oudewater en/of Capelle aan den Ilssel, samen met (een) ander(en) heeft gedeald in heroïne, meermalen gepleegd; feit 2 in de periode van 4 mei 2022 tot en met 24 mei 2022 te Oudewater en/of Capelle aan den Ilssel, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven zoals genoemd in de Opiumwet. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is waaruit blijkt dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van heroïne en/of de handel in heroïne. Ook geeft het dossier geen blijk van betrokkenheid bij een criminele organisatie. 5BESLAG 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd om teruggave van de aan verdachte in beslag genomen voorwerpen. 5.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de in beslag genomen voorwerpen teruggeven dienen te worden aan verdachte. Teruggave aan verdachte De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren, te weten: paspoort (PL0900-2022146865-3013543); telefoontoestel (PL0900-2022146865-G2996299); twee sleutels (PL0900-2022146865-G2996308); twee stukjes papier (PL0900-2022146865-G299631). 6BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Beslag - gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen: paspoort (PL0900-2022146865-3013543); telefoontoestel (PL0900-2022146865-G2996299); twee sleutels (PL0900-2022146865-G2996308); twee stukjes papier (PL0900-2022146865-G299631). Dit vonnis is gewezen door H.J. van Woudenberg, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en J.P. Killian, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E.J. van de Mortel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 februari
- mr. A.J. Reitsma en mr. J.P. Killian zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging 1 hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2022 tot en met 24 mei 2022 te Oudewater en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2022 tot en met 24 mei 2022 te Oudewater en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, of 11, derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 11b lid 1 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )