Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2025:1592
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/8370 uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2025 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker (gemachtigde: mr. M.M. Breukers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (gemachtigden: mr. E. Shadid en M. van de Mortel).
Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van 6 december 2024, waarin is besloten de registratie van het huwelijk van verzoeker in de Basisregistratie Personen (BRP) ongedaan te maken.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van het college.
Totstandkoming van het besluit 2. Verzoeker is op 18 september 2024 bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente Utrecht geweest om zijn huwelijk te laten registreren in de BRP. Hij heeft daarvoor een Egyptische consulaire huwelijksakte laten zien. Het huwelijk is vervolgens geregistreerd in de BRP. Het huwelijk heeft op [huwelijksdatum] 2019 plaatsgevonden op de Egyptische ambassade in Den Haag 3. Volgens het bestreden besluit is het huwelijk niet rechtsgeldig en daarom ten onrechte opgenomen in de BRP. Omdat verzoeker sinds 1996 de Nederlandse nationaliteit bezit kan een huwelijk in Nederland slechts worden voltrokken ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand naar Nederlands recht. Het college wijst in dit verband ook op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 december 2012. Omdat het huwelijk op de Egyptische ambassade heeft plaatsgevonden en verzoeker de Nederlandse nationaliteit bezit, heeft het huwelijk niet rechtsgeldig plaatsgevonden. Het college heeft de registratie in de BRP om die reden ongedaan gemaakt.
Beoordeling door de voorzieningenrechter Beoordeling van het spoedeisend belang van verzoeker bij deze procedure 4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.
Beoordeling van het verzoek 6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6.1.
Bij de vraag of er aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen speelt de redelijke kans van slagen van het bezwaar een rol. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker of het college heeft kunnen beslissen tot ongedaanmaking van de registratie van verzoekers huwelijk in de BRP.
Mocht het college de registratie van het huwelijk in de BRP ongedaan maken?
Conclusie en gevolgen 11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2025. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 10:30 van het Burgerlijk Wetboek ECLI:NL:RVS:2012:BY5150