← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:1743

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht parketnummer: 16/259214-24 Beslissing op grond van artikel 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige raadkamer van 10 april 2025 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1991 in [geboorteplaats] (Oostenrijk), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] , [postcode 1] [plaats 1] . 1De procedure Met de strafbeschikking van 21 augustus 2024 heeft de officier van justitie aan verdachte een geldboete van € 500,- opgelegd, vanwege het plegen van aanstootgevend gedrag in het openbaar, op 12 augustus 2024 in [plaats 2] . Verdachte heeft heeft verzet ingesteld tegen de strafbeschikking, waarin hij erop wijst dat hij vanuit naturistische motieven naakt fietste en dat hij zeker geen aanstootgevende bedoelingen had. Met een brief van 19 februari 2025 heeft de raadsman van verdachte de rechter-commissaris verzocht om [getuige 1] en [getuige 2] op te roepen om als getuigen te worden gehoord. Met de beschikking van 19 maart 2025 heeft de rechter-commissaris het verzoek tot het verrichten van de gevraagde onderzoekshandelingen afgewezen, omdat de uitkomst daarvan redelijkerwijs niet van belang kan zijn voor enige in de zaak te nemen beslissing. Met een brief van 2 april 2025 heeft de raadsman van verdachte bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 19 maart

  1. De rechtbank heeft het bezwaar in raadkamer achter gesloten deuren behandeld op 10 april
  2. Daarbij zijn gehoord de officier van justitie mr. M.A.P.J.J. Lousberg en de raadsman van verdachte, mr. W.F.J. Kramer. 2De standpunten van partijen De verdediging wijst erop dat getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte met zijn hand bij zijn geslachtsdeel zat en trekkende bewegingen maakte en dat getuige [getuige 2] daar ook over heeft verklaard. Om aanstoot voor de eerbaarheid te kunnen bewijzen, is een ‘seksuele component’ nodig en volstaat niet dat verdachte naakt heeft gefietst. De getuigenverklaringen zijn de enige bewijsmiddelen waar mogelijk een seksuele component uit valt te destilleren, zodat de verdediging er belang bij heeft om de getuigen te horen. De officier van justitie wijst erop dat verdachte slechts wordt verweten dat hij naakt heeft gefietst en dat die handeling objectief bezien al moet worden aangemerkt als aanstotelijk voor de eerbaarheid. Verdachte bekent het naakt fietsen. Aan verdachte wordt niet verweten dat hij zou hebben gemasturbeerd, zodat de getuigenverklaringen die daarover zouden gaan niet relevant zijn voor de beoordeling in de strafzaak. 3De beoordeling door de rechtbank De strafzaak tegen verdachte gaat over het verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid, zoals dat sinds de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven strafbaar is gesteld in artikel 254b van het Wetboek van Strafrecht. De raadsman van verdachte en de officier van justitie hebben tegengestelde standpunten over het antwoord op de vragen of naakt fietsen in zichzelf moet worden aangemerkt als een handeling die aanstotelijk is voor de eerbaarheid, dan wel of daarvoor sprake moet zijn van een (aanvullende) ‘seksuele component’, zoals masturberen tijdens het naakt fietsen. De rechtbank stelt voorop dat de zittingsrechter die het verzet behandelt deze vragen moet beantwoorden. De rechtbank kan en wil daarop in deze bezwaarprocedure niet vooruit lopen, ook omdat sprake is van gewijzigde wetgeving. De rechtbank sluit echter niet uit dat verklaringen in het dossier die mogelijk gaan over masturberen door verdachte, van invloed kúnnen zijn bij de beantwoording van de vragen of kan worden bewezen wat aan verdachte ten laste is gelegd en of dat valt te kwalificeren als het strafbare feit van artikel 254b van het Wetboek van Strafrecht. Kort gezegd: de rechtbank sluit op voorhand niet uit dat een verklaring over masturberen van invloed is op de bewezenverklaring of op de kwalificatie in de zin van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering. De verklaring van getuige [getuige 1] , die inhoudt dat verdachte tijdens het naakt fietsen zijn geslachtsdeel vasthield en daarmee trekkende bewegingen maakte, merkt de rechtbank in het licht hiervan vooralsnog als belastende verklaring aan. Het belang van de verdediging bij het horen van deze getuige moet daarom worden verondersteld. De rechtbank zal het bezwaar op dit onderdeel gegrond verklaren en zal de stukken in handen van de rechter-commissaris stellen, zodat deze getuige kan worden gehoord. Dit is anders voor de verklaring van getuige [getuige 2] , die slechts heeft verklaard dat hij een naakte man bij een fiets zag. Deze getuige heeft niet verklaard over eigen waarnemingen van masturberen of andere seksuele handelingen. De verdediging heeft onvoldoende onderbouwd waarom het horen van deze getuige in haar belang is, zeker omdat verdachte het naakt fietsen niet betwist. De rechtbank zal het bezwaar op dit onderdeel ongegrond verklaren. 4Beslissing De rechtbank: - verklaart het bezwaar gegrond ten aanzien van de getuige [getuige 1] ; - stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, om als getuige te horen: [getuige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, wonende aan de [adres 2] , [postcode 2] in [plaats 3] ; - verklaart het bezwaar voor het overige ongegrond. Deze beslissing is gegeven in raadkamer op 10 april 2025 door: mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, en mr. L.E. Verschoor-Bergsma en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van K.N. Landman, griffier. Deze beslissing is door de jongste rechter en de griffier ondertekend.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.