RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11247653 \ UC EXPL 24-5259 Vonnis van 16 april 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V., tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats 2] ,
- [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s., procederend in persoon van gedaagde sub
- 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 12 februari 2025,- de akte van [eiser] van 25 februari 2025,- de akte van [gedaagde sub 1] c.s. van 11 maart
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- In het tussenvonnis van 12 februari 2025 heeft de kantonrechter [eiser] de gelegenheid gegeven om een akte te nemen om daarin te onderbouwen hoe hoog het CPI percentage was waarmee hij per 1 juli 2023 de huur van [gedaagde sub 1] c.s. mocht verhogen. 2.
- [eiser] heeft als onderbouwing van zijn vordering twee producties overgelegd. Ten eerste een brief van 20 april 2023, waarin [eiser] aan [gedaagde sub 1] c.s. mededeelt dat hij de huurprijs zal verhogen. Ook heeft [eiser] een berekening van de gewijzigde huurprijs van de website van het Centraal Bureau van de Statistiek (hierna: CBS) overgelegd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft hier op gereageerd in een akte en zegt dat [eiser] de verkeerde variabelen heeft gebruikt in de berekening van de nieuwe huurprijs. Ook zegt hij dat de huurverhoging moet worden afgewezen, omdat hij de brief van [eiser] niet heeft ontvangen en de huurverhoging nooit is aangezegd. 2.
- Over dit tweede argument van [gedaagde sub 1] c.s. merkt de kantonrechter op dat in de huurovereenkomst staat dat de huur jaarlijks wordt geïndexeerd aan de hand van het CPI percentage. [eiser] had [gedaagde sub 1] c.s. hier dan ook geen brief over hoeven sturen. Aangezien de verhoging duidelijk in de overeenkomst staat, wist [gedaagde sub 1] c.s. dat de huur verhoogd zou worden en had [gedaagde sub 1] c.s. hier ook zelf naar kunnen informeren bij [eiser] . 2.
- [gedaagde sub 1] c.s. merkt echter terecht op dat [eiser] in zijn berekening verkeerde variabelen heeft gebruikt. In de overeenkomst staat hier het volgende over opgenomen: ‘De huurprijs wordt jaarlijks, voor het eerst na 1 mei 2002, en zo vervolgens gewijzigd overeenkomstig de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI) reeks CPI-werknemers Laag (1990 =100) gepubliceerd door het Centraal Buro voor de Statistiek (CBS).’ In zijn berekening in de akte van 25 februari heeft [eiser] niet gerekend met het maandprijsindexcijfer, maar met het jaarprijsindexcijfer. Ook heeft [eiser] als basisjaar het jaar 2015 gebruikt en niet het jaar
- [eiser] heeft daarnaast niet duidelijk gemaakt van welke maand het maandprijsindexcijfer gebruikt zou moeten worden. 2.
- Omdat wel vaststaat dat de huur verhoogd mocht worden, krijgt [eiser] nogmaals de gelegenheid om de huurprijsverhoging in een akte toe te lichten. Om te onderbouwen van welke maand moet worden uitgegaan, kan [eiser] laten zien hoe eerdere indexeringen zijn berekend. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 14 mei 2025 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 2.5, 3.
- bepaalt dat [gedaagde sub 1] c.s. de gelegenheid krijgt uiterlijk twee weken daarna op de akte van [eiser] te reageren, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 16 april
- 62938