← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:1769

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11247653 \ UC EXPL 24-5259 Vonnis van 16 april 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V., tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats 2] ,

  1. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s., procederend in persoon van gedaagde sub
  2. 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 12 februari 2025,- de akte van [eiser] van 25 februari 2025,- de akte van [gedaagde sub 1] c.s. van 11 maart
  4. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  6. In het tussenvonnis van 12 februari 2025 heeft de kantonrechter [eiser] de gelegenheid gegeven om een akte te nemen om daarin te onderbouwen hoe hoog het CPI percentage was waarmee hij per 1 juli 2023 de huur van [gedaagde sub 1] c.s. mocht verhogen. 2.
  7. [eiser] heeft als onderbouwing van zijn vordering twee producties overgelegd. Ten eerste een brief van 20 april 2023, waarin [eiser] aan [gedaagde sub 1] c.s. mededeelt dat hij de huurprijs zal verhogen. Ook heeft [eiser] een berekening van de gewijzigde huurprijs van de website van het Centraal Bureau van de Statistiek (hierna: CBS) overgelegd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft hier op gereageerd in een akte en zegt dat [eiser] de verkeerde variabelen heeft gebruikt in de berekening van de nieuwe huurprijs. Ook zegt hij dat de huurverhoging moet worden afgewezen, omdat hij de brief van [eiser] niet heeft ontvangen en de huurverhoging nooit is aangezegd. 2.
  8. Over dit tweede argument van [gedaagde sub 1] c.s. merkt de kantonrechter op dat in de huurovereenkomst staat dat de huur jaarlijks wordt geïndexeerd aan de hand van het CPI percentage. [eiser] had [gedaagde sub 1] c.s. hier dan ook geen brief over hoeven sturen. Aangezien de verhoging duidelijk in de overeenkomst staat, wist [gedaagde sub 1] c.s. dat de huur verhoogd zou worden en had [gedaagde sub 1] c.s. hier ook zelf naar kunnen informeren bij [eiser] . 2.
  9. [gedaagde sub 1] c.s. merkt echter terecht op dat [eiser] in zijn berekening verkeerde variabelen heeft gebruikt. In de overeenkomst staat hier het volgende over opgenomen: ‘De huurprijs wordt jaarlijks, voor het eerst na 1 mei 2002, en zo vervolgens gewijzigd overeenkomstig de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI) reeks CPI-werknemers Laag (1990 =100) gepubliceerd door het Centraal Buro voor de Statistiek (CBS).’ In zijn berekening in de akte van 25 februari heeft [eiser] niet gerekend met het maandprijsindexcijfer, maar met het jaarprijsindexcijfer. Ook heeft [eiser] als basisjaar het jaar 2015 gebruikt en niet het jaar
  10. [eiser] heeft daarnaast niet duidelijk gemaakt van welke maand het maandprijsindexcijfer gebruikt zou moeten worden. 2.
  11. Omdat wel vaststaat dat de huur verhoogd mocht worden, krijgt [eiser] nogmaals de gelegenheid om de huurprijsverhoging in een akte toe te lichten. Om te onderbouwen van welke maand moet worden uitgegaan, kan [eiser] laten zien hoe eerdere indexeringen zijn berekend. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 14 mei 2025 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 2.5, 3.
  13. bepaalt dat [gedaagde sub 1] c.s. de gelegenheid krijgt uiterlijk twee weken daarna op de akte van [eiser] te reageren, 3.
  14. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 16 april
  15. 62938

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.