RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/231884-24 (P) en 96/228151-21 (vordering TUL) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 1 mei 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2004] in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING De strafzaak tegen de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 april
(3)jaren vast; Benadeelde partij [nabestaande 1] wijst de vordering van [nabestaande 1] toe tot een bedrag van € 34.568,62; veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [nabestaande 1] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 1] aan de Staat € 34.568,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 207 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [nabestaande 2] wijst de vordering van [nabestaande 2] toe tot een bedrag van € 32.585,42; veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [nabestaande 2] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 2] aan de Staat € 32.585,42 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 197 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [nabestaande 3] wijst de vordering van [nabestaande 3] toe tot een bedrag van € 7.500,00; veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [nabestaande 3] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 3] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 72 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [nabestaande 4] wijst de vordering van [nabestaande 4] toe tot een bedrag van € 7.500,00; veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [nabestaande 4] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 4] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 72 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96-228151-21 - wijst de vordering toe; - gelast de tenuitvoerlegging van de door de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 13 januari 2023 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 30 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. L.C. Michon en C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 mei
- Mr. Fung Fen Chung is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij, op of omstreeks 24 oktober 2023, te Renswoude, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto met aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Dorpsstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - terwijl het remsysteem van de aanhangwagen ernstige gebreken vertoonde, althans niet naar behoren werkte en/of - met een (overbeladen) aanhangwagen te rijden en/of (daarmee) het maximale trekgewicht van de bedrijfsauto met ruim 1100 kilogram te overschrijden en/of - ( vervolgens) een voetgangersoversteekplaats te naderen met een indicatieve gemiddelde snelheid van minimaal 54 kilometer per uur en maximaal 66 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of voor een veilig verkeer ter plaatse verantwoord was, terwijl die voetgangersoversteekplaats was aangegeven door middel van een bord conform model L2 van de Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 omkaderd met een fluorescerend geel kader met knipperlichten en/of - terwijl op dat moment een fietsster ( [slachtoffer] ) – met ingeschakelde verlichting op haar fiets - doende was voornoemde voetgangersoversteekplaats over te steken, althans die zich (daartoe) op die voetgangersoversteekplaats bevond en/of - ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde [slachtoffer] , waardoor hij, verdachte, tegen die [slachtoffer] is gebotst en/of is aangereden waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood; ( art 6 Wegenverkeerswet 1994 ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 24 oktober 2023, te Renswoude, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto met aanhangwagen), daarmee rijdende op de weg, de Dorpsstraat, - terwijl het remsysteem van de aanhangwagen ernstige gebreken vertoonde, althans niet naar behoren werkte en/of - met een (overbeladen) aanhangwagen heeft gereden en/of (daarmee) het maximale trekgewicht van de bedrijfsauto met ruim 1100 kilogram heeft overgeschreden en/of - ( vervolgens) een voetgangersoversteekplaats is genaderd met een indicatieve gemiddelde snelheid van minimaal 54 kilometer per uur en maximaal 66 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of voor een veilig verkeer ter plaatse verantwoord was, terwijl die voetgangersoversteekplaats was aangegeven door middel van een bord conform model L2 van de Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 omkaderd met een fluorescerend geel kader met knipperlichten en/of - terwijl op dat moment een fietsster ( [slachtoffer] ) – met ingeschakelde verlichting op haar fiets - doende was voornoemde voetgangersoversteekplaats over te steken, althans die zich (daartoe) op die voetgangersoversteekplaats bevond en/of - ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende heeft afgeremd en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde [slachtoffer] , waardoor hij, verdachte, tegen die [slachtoffer] is gebotst en/of is aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; ( art 5 Wegenverkeerswet 1994 ) Pagina 18 van het dossier. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 juli 2024, genummerd PL0900-2023326195, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal aanrijding misdrijf van 19 juli 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Een proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats incident van 8 mei 2024, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Kamerstukken II 2014/15, 34257, nr. 3 (MvT), p. 15.