← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:2255

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11543745 \ UC EXPL 25-1276 vonnis van 14 mei 2025 in de zaak van de buitenlandse rechtspersoon [eiseres] Limited, gevestigd in [vestigingsplaats] , Verenigd Koninkrijk, eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen: - de dagvaarding; - het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 19 februari 2025; - een akte met nadere producties van [eiseres] van 16 april
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling is gehouden op 28 april
  4. Namens [eiseres] is haar gemachtigde verschenen. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld door [A] , die tevens als tolk is opgetreden. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. 1.
  5. Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen. 2De kern van de zaak 2.
  6. [eiseres] was energieleverancier van [gedaagde] , die een [.] in Utrecht exploiteerde. In deze procedure vordert [eiseres] van [gedaagde] de betaling van € 15.209,47 als vergoeding voor geleverde energie in de periode 1 januari 2023 tot 1 april
  7. De hoeveelheid geleverde energie is door [eiseres] vastgesteld op basis van geschat verbruik, omdat de beginstand van de energiemeter op 1 januari 2023 niet bekend was. [gedaagde] voert aan dat [eiseres] een te hoog verbruik in rekening heeft gebracht. De kantonrechter ziet aanleiding om [eiseres] nader over de beginmeterstand te bevragen en legt hieronder uit waarom. 3De beoordeling Welke (begin)meterstand moet worden aangehouden per 1 januari 2023? 3.
  8. [eiseres] heeft de hier gevorderde vergoeding voor geleverde energie gebaseerd op de door haar opgestelde eindafrekening voor de periode 1 januari 2023 tot 1 april
  9. Deze eindafrekening dient voor de kantonrechter daarom als uitgangspunt voor de beoordeling van de hier voorliggende vordering. 3.
  10. In de eindafrekening is [eiseres] uitgegaan van een beginmeterstand van 116.943 m3 en een eindmeterstand van 125.634 m
  11. Op de mondelinge behandeling heeft [eiseres] toegelicht dat de beginmeterstand op de ingangsdatum van de energieovereenkomst (1 januari 2023) niet bekend was, doordat die niet was doorgegeven. Daarom is [eiseres] – zo begrijpt de kantonrechter – uitgegaan van geschat verbruik per die datum, wat heeft geleid tot de beginmeterstand van 116.943 m
  12. Op de mondelinge behandeling heeft [eiseres] verder ook gewezen op e-mailcorrespondentie met Essent van 29 november 2023 en 14 december
  13. Het is de kantonrechter vooralsnog onvoldoende duidelijk hoe de informatie uit die e-mailcorrespondentie zich tot het standpunt van [eiseres] verhoudt. In de e-mailcorrespondentie met Essent staat namelijk een meterstand van 120.478 m3 per 1 januari 2023 genoemd. Daaruit lijkt te volgen dat er bij [eiseres] wel een (begin)meterstand op 1 januari 2023 bekend was. Verder heeft Essent ook meerdere meterstanden genoemd van vóór 1 januari 2023 die in samenhang bezien een ander beeld lijken te geven van het energieverbruik op de langere termijn, gelet op de in de eindafrekening genoemde 116.943 m
  14. 3.
  15. [gedaagde] heeft herhaaldelijk aangevoerd dat het aan hem toegedichte energieverbruik niet kan kloppen. Omdat de in de e-mailcorrespondentie genoemde meterstand per 1 januari 2023 afwijkt van de in de eindafrekening per diezelfde datum gehanteerde meterstand, en de juiste meterstand van belang is voor de beoordeling van (de hoogte van) de hier voorliggende vordering, stelt de kantonrechter [eiseres] in de gelegenheid om zich hier nog over uit te laten. Hoe nu verder? 3.
  16. [eiseres] mag nadere informatie geven. Daarop mag [gedaagde] reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  17. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 28 mei 2025 voor het nemen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder 3.1 t/m 3.3., waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen; 4.
  18. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M. S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 14 mei
  19. LHJ/63796

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.