← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:2538

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht locatie Lelystad Vonnis van 9 april 2025 in de zaak met zaaknummer: C/16/574189 / HL ZA 24-112 van de besloten vennootschap [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , eiseres, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. D.M. Schouten-Hennen (Acris Legal), tegen de besloten vennootschap [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] advocaat: mr. H. Hulshof (Hulshof Advocatuur). 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 18 december 2024; - het bericht van [eiseres] van 31 december
  2. 1.
  3. Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan. 2De verdere beoordeling [eiseres] ziet af van bewijslevering 2.
  4. In het tussenvonnis van 18 december 2024 heeft de rechtbank [eiseres] opgedragen om te bewijzen dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan zij advies- en bemiddelingswerkzaamheden voor [gedaagde] zou uitvoeren en [gedaagde] in ruil hiervoor een vaste fee van € 75.000,- exclusief btw zou betalen. De rechtbank heeft [eiseres] ook opgedragen om te bewijzen welke werkzaamheden zij heeft verricht en dat het door haar gevorderde loon van € 90.750,- inclusief btw op de gebruikelijke wijze is berekend, dan wel redelijk is. 2.
  5. [eiseres] heeft in haar bericht van 31 december 2024 medegedeeld dat zij geen getuigen wil laten horen en dat zij geen nadere bewijsstukken zal indienen. [gedaagde] hoeft [eiseres] niets te betalen 2.
  6. Omdat [eiseres] geen bewijs heeft geleverd, is niet komen vast te staan dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [gedaagde] verplicht is om [eiseres] een bedrag te betalen. De door [eiseres] gevorderde hoofdsom van € 90.750,- inclusief btw zal daarom worden afgewezen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 1.682,50 zullen worden afgewezen, omdat die samenhangen met de hoofdsom. Proceskosten 2.
  7. [eiseres] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,37 - griffierecht € 2.889,00 - salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × € 1.214,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 5.607,37 2.
  8. [eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de door [eiseres] gemaakte beslagkosten te vergoeden. De rechtbank zal deze vordering afwijzen, omdat [eiseres] in de proceskosten wordt veroordeeld. 3De beslissing De rechtbank: 3.
  9. wijst de vorderingen van [eiseres] af; 3.
  10. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.607,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,- extra betalen, plus de kosten van betekening. Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.