RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummers: UTR 23/3940 en 23/3945 en 23/3946 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren. Procesverloop
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen de drie beslissingen op bezwaar van verweerder van 22 juni 2023 en 23 juni 2023 (de bestreden besluiten) met betrekking tot drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
- Op 10 november 2023 heeft eiser de rechtbank geïnformeerd dat een compromis is bereikt met de heffingsambtenaar over de bestreden besluiten. Het compromis houdt in dat één van de naheffingsaanslagen door eiser wordt betaald, dat de door eiser betaalde griffierechten aan hem worden vergoed, en dat eiser het beroep intrekt.
- Op 19 januari 2024 heeft verweerder bevestigd dat een compromis met eiser is bereikt en dat de vergoeding van griffierechten in januari 2024 heeft plaatsgevonden.
- Eiser heeft het beroep niet ingetrokken. Op brieven van de rechtbank heeft eiser niet gereageerd. Beoordeling door de rechtbank
- Nu eiser zijn beroep niet heeft ingetrokken, zal de rechtbank uitspraak moeten doen met betrekking tot zijn beroep. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
- Gelet op de gedingstukken stelt de rechtbank vast dat een compromis is bereikt met betrekking tot de bestreden besluiten. De rechtbank zijn geen andere feiten of omstandigheden bekend geworden aan de hand waarvan een eventueel belang voor eiser bij het voortzetten van zijn beroep vastgesteld kon worden. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het procesbelang van eiser is komen te vervallen.
- Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
- Wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het bestuursorgaan tijdens de beroepsfase aan de bezwaren van eiser tegemoet is gekomen, wordt als uitgangspunt vergoeding van het griffierecht gelast. In het compromis is overeengekomen dat de betaalde griffierechten aan eiser worden vergoed. Verweerder heeft bevestigd dat deze vergoeding al heeft plaatsgevonden. Daarom zal de rechtbank geen vergoeding van het griffierecht meer gelasten.
- Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet gebleken is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 juni
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.