RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Almere zaaknummer: 11343324 EL EXPL 24-24 D/954 Vonnis van 21 mei 2025 inzake [eiseres] , te dezen handelende, zowel ten behoeve van zichzelf, als ten behoeve van de gemeenschap, in hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van [A] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij in conventie in de hoofdzaak en in het incident, verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident, gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces), tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEXIA NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, verder ook te noemen Dexia, gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak en in het incident, eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident, gemachtigde: USG Legal Professionals. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 25 september 2024, met een incidentele vordering; de incidentele vordering ex artikel 843a tevens houdende conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie; de conclusie van antwoord in het incident tevens houdende conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie; de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie; de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties. 1.2. Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen. 2De feiten 2.1. [eiseres] en [A] , hebben de volgende leaseovereenkomsten (verder: de overeenkomsten) ondertekend waarop zij als lessee stonden vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia: Nr. Contractnr. Datum Naam overeenkomst I. [contractnummer 1] 23-05-2000 Allround Effect II. [contractnummer 2] 23-05-2000 Allround Effect III. [contractnummer 3] 23-05-2000 Allround Effect 2.2. Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomsten een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat: Nr. Datum eindafrekening Resultaat Betaald I. 03-11-2006 - € 484,41 Nee II. 21-03-2007 - € 300,96 Nee III. 03-11-2006 - € 259,77 Nee 2.3. Volgens opgave van Dexia hebben [eiseres] en [A] op grond van de overeenkomsten – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 13.113,85 aan maandtermijnen aan Dexia betaald. Volgens die opgave hebben [eiseres] en [A] geen bedrag aan dividenden ontvangen en € 480,96 aan fiscaal voordeel genoten. 2.4. De gemachtigde van [eiseres] , Leaseproces, heeft bij brief van 3 februari 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren. 2.5. [A] is op [overlijdensdatum] 2011 overleden. 3De vordering en het verweer in de hoofdzaak en de incidenten 3.1. [eiseres] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - in het incident: Dexia ex artikel 843a Rv zal veroordelen om [eiseres] afschriften van de aanvraagformulieren te verstrekken, - in de hoofdzaak: voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] en naar de kantonrechter begrijpt: [A] , en/of toerekenbaar is tekort geschoten, voor recht zal verklaren dat [eiseres] en naar de kantonrechter begrijpt: [A] , schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden, Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiseres] van al datgene dat [eiseres] en naar de kantonrechter begrijpt: [A] , aan Dexia hebben betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, voor recht zal verklaren dat [eiseres] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is, Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eiseres] , met rente, Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente. 3.2. Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, alsmede een incidentele vordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - in het incident: [eiseres] ex artikel 843a Rv zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier waar de door Leaseproces namens [eiseres] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen aan zijn ontleend, - in de hoofdzaak: [eiseres] zal veroordelen om aan Dexia te betalen de som van € 348,38, vermeerderd met wettelijke rente, voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [eiseres] en naar de kantonrechter begrijpt: [A] , gesloten overeenkomsten met de nummers [contractnummer 2] . [contractnummer 3] en [contractnummer 1] niets meer aan [eiseres] verschuldigd is, [eiseres] zal veroordelen in de proceskosten. 3.3. Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan. 4. Beoordeling van de vorderingen in de hoofdzaak en de incidentenalgemeen4.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [eiseres] en [A] . 4.2. De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend.Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen. 4.3. Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies: er is sprake van huurkoop; er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck; Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld; [eiseres] en [A] hebben schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld; er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia. verjaring 4.4. Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [eiseres] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen. tussenpersoon 4.5. [eiseres] en [A] hebben de overeenkomsten met Dexia afgesloten via de tussenpersoon Spaar Select (verder ook: de tussenpersoon). Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd. 4.6. De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [eiseres] en [A] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eiseres] en [A] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eiseres] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [eiseres] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiseres] en [A] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard. 4.7. [eiseres] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende: [eiseres] werd door Spaar Select benaderd met de vraag of er interesse was in een financieel adviesgesprek. De medewerker van Spaar Select stelde voor om een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [eiseres] door te nemen met een financieel adviseur van Spaar Select. [eiseres] heeft hiermee ingestemd. Zowel [A] als [eiseres] waren hierbij aanwezig. Tijdens het gesprek heeft de adviseur van Spaar Select geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [A] en [eiseres] . Zo is met de adviseur gesproken over het inkomen, de uitgaven en de gezinssituatie van [A] en [eiseres] . Tevens werd gesproken over een spaarrekening die [eiseres] bij Delta Lloyd had. [eiseres] vertelde dat zij hier maandelijks NLH 200,00 op stortte en dat er op dat moment ongeveer NLG 12.000,00 op de rekening stond. [eiseres] gaf aan dat ze deze spaarrekening had om een pensioenpotje op te bouwen. [A] had namelijk het plan om zelfstandige te worden, waardoor hij zou moeten voorzien in zijn eigen pensioen. Ook diende de spaarrekening voor het opbouwen van een spaarpotje om te kunnen voorzien in de studie van de drie kinderen van [A] en [eiseres] . De adviseur gaf aan dat zij geschiktere producten wist dan de spaarrekening bij Delta Lloyd om hun geld in te investeren en deze doelen te kunnen bereiken. De adviseur adviseerde [A] en [eiseres] om drie Allround effect producten van Bank Labouchere af te sluiten. Voor één van de producten dienden [A] en [eiseres] het totale bedrag van NLG 12.000,00 op de spaarrekening van Delta Lloyd aan te wenden voor een vooruitbetaling van het Allround Effect product. Dit product diende voor het doel om een pensioenpotje op te bouwen. Voor de maandelijkse betalingen van de twee andere Allround Effect producten dienden [A] en [eiseres] de NLG 200,00 aan te wenden aan salaris die gewoonlijk maandelijks op de Delta Lloyd spaarrekening werd gestort. Deze twee producten waren bedoeld om te voorzien in de studie van de kinderen van [A] en [eiseres] . De adviseur gaf aan dat deze producten een aanzienlijk kapitaal zouden opleveren en dat het een veel beter rendement opleverde dan de spaarrekening bij Delta Lloyd. De adviseur onderbouwde haar advies met rekenvoorbeelden waarin rekening werd gehouden met een zeer positieve prognose van het Allround Effectproduct. [A] en [eiseres] hadden geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwden daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en haar advies. De aanvraag voor de Allround Effect producten is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomsten zijn per post opgestuurd en ondertekend geretourneerd. 4.8. [eiseres] heeft, ter onderbouwing van haar stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht: - kopieën van de overeenkomsten van 23 mei 2000 met de contractnummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] en [contractnummer 3] alle voorzien van het de tekst: Adviseur: [.] -Spaar Select B.V. 4.9. Met deze feitelijke uiteenzetting en stukken heeft [eiseres] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering. Dexia heeft de door [eiseres] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen betwist. Dexia had echter meer concreet moeten maken dat en waarom volgens haar destijds geen sprake is geweest van advisering. Zo had Dexia moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomsten in haar visie tot stand waren gekomen. Dexia heeft weliswaar erop gewezen dat zij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het contact tussen [A] en [eiseres] en de adviseur van de tussenpersoon, maar dat kan Dexia niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dat voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij zoals hiervoor is overwogen eerder bewijs kunnen verzamelen maar daarbij komt dat Dexia destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van deze tussenpersoon voor de afzet van haar producten. Dit terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van die tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om daarop controle uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een contract en de daarbij betrokken (medewerker van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.