Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2025:3058
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4801 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit ' [plaats 1] , eiseres (gemachtigde: mr. S.J. Nauta), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (gemachtigden: mr. S.N. Ros, mr. F. Ettafahi en mr. G. van Velzen).
Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de verlening van twee vergunningen voor de exploitatie van de locaties [adres 1] en [adres 2] te [plaats 2] . Eiseres is het niet eens met de tijdelijkheid van de verleende vergunningen, zij betoogt dat zij een vergunning voor onbepaalde tijd had moeten krijgen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het beroep te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop 2. Eiseres heeft twee aanvragen ingediend voor een exploitatievergunning. Het college heeft deze aanvragen met het besluit van 9 december 2022 toegewezen, waarbij de vergunningen (deels) zijn verleend tot 30 juni 2031. Met het bestreden besluit van 27 juli 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij de toewijzing van de aanvraag met de beperkte geldigheidsduur gebleven.
2.1.
Eiseres heeft op 28 september 2023 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [A] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank Is het beroep ontvankelijk?
Op die manier weet de ontvanger dat er een bericht in Zivver voor hem klaar staat. Ook zou het college middels een leesbevestiging moeten controleren of een bericht is gelezen. Het is namelijk de verantwoordelijkheid van de verzender om te controleren of een e-mail iemand bereikt heeft. Dit heeft het college nagelaten. Het college kan ook geen logfile overleggen om aan te tonen dat de notificatie van het bericht in Zivver is verzonden, terwijl daar wel om is gevraagd door eiseres. Dit is verplicht volgens de Hoge Raad. In het geval dat het college stukken toch digitaal verzendt, dan moet dit naar het e-mailadres dat ook door eiseres wordt gebruikt om officiële stukken te sturen. In dit geval is dat het algemene e-mailadres van het kantoor van de gemachtigde van eiseres en dus niet het e-mailadres van de gemachtigde van eiseres.
Dit algemene e-mailadres is ook telkens vermeld op de officiële stukken die eiseres heeft toegestuurd, zoals het bezwaarschrift.
Mocht het college het besluit via digitale weg bekend maken?
Is het besluit daadwerkelijk verzonden en dus langs digitale weg bekend gemaakt?
De ‘Zivver-omgeving’ is daarmee – anders dan eiseres betoogt – niet vergelijkbaar met een berichtenbox als MijnOverheid. Bij een dergelijke berichtenbox staat het bericht in een andere omgeving. Een persoon heeft dan alleen weet van het bestaan van het bericht, als die persoon daarvan een notificatie heeft ontvangen. En het al dan niet verkrijgen van een notificatie kan dan afhankelijk zijn van de instellingen van de gebruiker. Bij verzending via Zivver is geen sprake van een dergelijke notificatie. De verzending van een bericht via Zivver wordt kenbaar op een wijze die vergelijkbaar is met het verzenden van een e-mailbericht zonder dat van het beveiligd programma gebruik wordt gemaakt. Dat dit het geval is, kan ook worden opgemaakt uit bijlage 4 die eiseres bij het beroepschrift is gevoegd.
Die bijlage is een afschrift van een e-mailbericht van 22 september 2023 aan het adres van de gemachtigde van eiseres, met de melding dat aan beveiligd bericht is ontvangen, met een button om het beveiligde bericht te openen.
9.1.
Eiseres stelt dat haar gemachtigde een dergelijk bericht niet van de gemeente heeft ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat dit voor rekening en risico van (de gemachtigde van) eiseres komt. Onder 6 heeft de rechtbank overwogen dat aannemelijk is geworden dat op 27 juli 2023 een beveiligd e-mailbericht door het college aan de gemachtigde van eiseres is verzonden en dat dit bericht ook door de gemachtigde van eiseres is ontvangen. Dat de gemachtigde eerst kennis heeft genomen van dat bericht, nadat de gemachtigde als gevolg van communicatie in een andere zaak in de Zivver-omgeving is ingelogd, maakt niet dat verzending van het bericht niet heeft plaatsgevonden. Dit duidt er alleen op dat de gemachtigde van eiseres pas later van dat bericht heeft kennis genomen Anders dan eiseres stelt is het niet de verantwoordelijkheid van het college om zeker te stellen dat de geadresseerde het bericht ook daadwerkelijk heeft ontvangen. Bovendien is, zoals ook uit de door eiseres overgelegde informatie van een medische website kan worden opgemaakt, niet uit te sluiten dat het e-mailbericht dat een beveiligde e-mail is verzonden in de spambox van de gemachtigde van eiseres terecht is gekomen of anderszins over het hoofd is gezien.
Conclusie 10. Het bestreden besluit is op 27 juli 2023 in overeenstemming met artikel 3:41, eerste lid, en artikel 2:14 van de Awb bekend gemaakt. Dat betekent dat de beroepstermijn op 8 september 2023 is verstreken. Het beroep is op 28 september 2023, en dus te laat, ingesteld. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen verschoonbare omstandigheden in de zin van artikel 6:11 van de Awb aangevoerd. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Eiseres verwijst hierbij naar de uitspraak van de Hoge Raad van 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2886.
Zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 11 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2744.