← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:3326

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/6260 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: F.J.H. van der Plas), en de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder (gemachtigde: R. ten Dam). Inleiding

  1. De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 4 februari 2023 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] vastgesteld op € 561.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het belastingjaar
  2. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd. 1.
  3. Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 3 september 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd. 1.
  4. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 17 november 2023 (de bestreden uitspraak) het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix. 1.
  5. Het beroep is behandeld op de zitting van 9 april
  6. Daarbij zijn verschenen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Het geschil
  7. De WOZ-waarde van de woning aan [adres] is niet meer in geschil nu partijen op de zitting overeenstemming hebben bereikt. Naar hun oordeel dient de waarde in het economische verkeer, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 te worden vastgesteld op € 550.000,-. Conclusie en gevolgen
  8. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, de uitspraak op bezwaar vernietigen en de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 verlagen tot € 550.000,-. Proceskosten en griffierecht
  9. Gelet op het bovenstaande is het beroep gegrond. Dit betekent dat de heffingsambtenaar in de door eiser gemaakte proceskosten in bezwaar en beroep wordt veroordeeld en het betaalde griffierecht moet vergoeden. 4.
  10. De rechtbank bepaalt de wegingsfactor voor de proceskosten overeenkomstig haar uitgangspunten. De rechtbank heeft kennis genomen van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2024, maar ziet daarin geen aanleiding om deze uitgangspunten te verlaten. Met dat arrest is de uitspraak van deze rechtbank waarin de uitgangspunten zijn geformuleerd weliswaar vernietigd, maar dat is gebeurd op andere gronden dan op grond van een inhoudelijke toetsing van de lijn van de rechtbank. De rechtbank is ook niet gehouden aan afspraken die hierover tussen partijen onderling zijn gemaakt. De rechtbank berekent de vergoeding dus als volgt. 4.
  11. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 624,- en in beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigde van eiser heeft een bezwaarschrift ingediend en de hoorzitting bijgewoond. In beroep heeft hij een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. Omdat de zaak een zeer licht gewicht heeft, wordt de wegingsfactor 0,25 toegepast. De totale vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en beroep bedraagt daarmee € 749,
  12. 4.
  13. Op grond van artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ mag de heffingsambtenaar de in deze uitspraak toegekende proceskosten en het griffierecht uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van eiser. Voor dit artikel geldt geen overgangsrecht. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; verlaagt de waarde van de woning aan de [adres] tot € 550.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022; bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig wordt verminderd; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar; veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 749,50 aan proceskosten aan eiser; bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiser moet voldoen. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei
  14. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:
  15. Zie de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:
  16. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, moet de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase worden vastgesteld aan de hand van punt 2 van onderdeel B2 van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.