← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:3363

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/8147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. S. Maachi), en Zilveren Kruis Zorgkantoor, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft in een brief van 5 december 2023 de aanvraag van eiseres van 31 juli 2023 voor een persoonsgebonden budget verpleging en verzorging afgewezen. Op 15 januari 2024 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft de ontvangst van dit bezwaarschrift op 26 januari 2024 bevestigd. Eiseres heeft verweerder op 6 november 2024 in gebreke gesteld, omdat verweerder niet tijdig op haar bezwaarschrift heeft beslist. Meer dan twee weken later, op 16 december 2024, heeft eiseres beroep ingesteld bij de bestuursrechter van deze rechtbank, omdat verweerder ook uiterlijk 16 december 2024 niet heeft beslist op het bezwaar. Verweerder heeft op 24 december 2024 een verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Uit artikel 1:3, eerste lid, van de Awb volgt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
  3. In artikel 114 van de Zorgverzekeringwet (Zvw) is bepaald dat de zorgverzekeraar ervoor zorgt dat zijn verzekeringnemers en verzekerden geschillen over de uitvoering van de zorgverzekering kunnen voorleggen aan een onafhankelijke instantie.
  4. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen op grond van de Zvw. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting behorende bij de Invoering van de Zvw en aanpassing van overige wetten aan die wet zijn zorgverzekeraars voor de uitvoering van de Zvw geen bestuursorgaan in de zin van de Awb. Hieruit vloeit voort dat de brief van 5 december 2023 geen bestuursrechtelijk besluit is. Hiertegen heeft voor eiseres geen bezwaar opengestaan. Hieruit vloeit logischerwijs voort dat eiseres tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op dat bezwaar door verweerder geen beroep kan instellen.
  5. De bestuursrechter is dan ook onbevoegd om over deze kwestie te oordelen. Eiseres dient zich tot de burgerlijke rechter te wenden.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 februari
  7. de griffier de rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Kamerstukken 2004-2005, 30124, nr. 3, blz.49

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.