← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:3615

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/546 uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 februari 2025 in de zaak tussen [verzoeker 1] e.a. ( [verzoeker 2] ), uit [plaats] , verzoekers en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede (het college), verweerder (gemachtigde: A. Kabaktepe). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonin uit Utrecht (vergunninghoudster) (gemachtigde: mr. G.J. Scholten). Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen de verleende omgevingsvergunning van 18 december 2024 voor het project "Tijdelijke huisvesting in bedrijfswoning" aan de [adres] in [plaats] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 1.
  2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Dit verzoek om voorlopige voorziening is ingediend tijdens de bezwaarprocedure.
  4. De voorzieningenrechter stelt vast dat de verleende omgevingsvergunning geen betrekking heeft op bouw- en sloopactiviteiten van de bedrijfswoning, maar alleen betrekking heeft op het tijdelijke gebruik van een bedrijfswoning als burgerwoning in afwijking van regels van het omgevingsplan.
  5. Het college heeft telefonisch aan de griffier meegedeeld dat een hoorzitting in maart of april zal plaatsvinden. Een beslissing op het bezwaar zal binnen afzienbare tijd worden verwacht, mogelijk in april.
  6. In de brief van 7 februari 2025 heeft vergunninghoudster schriftelijk verklaard dat zij vooralsnog geen gebruik zal kunnen maken van de omgevingsvergunning. Op het adres [adres] in [plaats] zullen eerst werkzaamheden moeten plaatsvinden, onder meer in het kader van de veiligheid. Hoewel nog niet duidelijk is op welke termijn de bedrijfswoning tijdelijk in gebruik zal worden genomen als burgerwoning, is het volgens vergunninghoudster wel duidelijk dat de aannemer twee à drie maanden nodig zal hebben om de bedrijfswoning verhuurklaar te maken. De verwachting van vergunninghoudster is dat zij niet eerder dan juni 2025 de bedrijfswoning zal verhuren als burgerwoning.
  7. Gelet op het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat er op dit moment geen sprake is van onverwijlde spoed op grond waarvan zij in afwachting van de beslissing op het bezwaar een voorlopige voorziening zou moeten treffen. De conclusie is dan ook dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van hun verzoek. Conclusie en gevolgen
  8. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 februari
  9. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.