RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/009826-25 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1991] te [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] , hierna: de verdachte. 1Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 juli
(2)jaar vast; - beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen; - als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte: * zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; * gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] , geboren op [2006] , heeft of zoekt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - ontzet de verdachte uit de uitoefening van het beroep van docent voor de duur van twee jaar; Benadeelde partij wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 23.100,00; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 december 2022 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 23.100,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 december 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 150 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, voorzitter, mrs. J. Edgar en L.L. Veendrick, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli
- De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 9 februari 2024 te Hilversum en/of Almere, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, [slachtoffer] , geboren op [2006] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, - immers is hij, verdachte, de leraar van die [slachtoffer] en/of bestaat er een groot leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] , - heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] gevraagd en/of bij haar aangedrongen of die [slachtoffer] seksuele handelingen wil verrichten met hem, verdachte, en/of bij haarzelf, - heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] gevraagd om (naakt)foto’s en/of video’s van haarzelf te maken en/of te versturen, - heeft hij, verdachte, een of meer (seksueel getinte) berichten gestuurd aan die [slachtoffer] , te weten: ‘Je geweldige mooie heerlijke tieten. Met de perfecte kleine lieve lekkere tepeltjes. Hoog tijd om ze weer eens harder te laten worden. Door even te aaien en dan meteen over je tepels te likken. En zuigen. En met mijn tong erover spelen. Terwijl de andere borst mijn vingers als vermaak krijgt’, 'Tot je tepels in mijn mond komen. Die ga ik stevig zuigen. En mee spelen met mijn tong. De andere borst krijgt dan tegelijk aaitjes van mijn vingers. En die tepel tussen mijn vingers floept. Na een tijdje wissel ik om. Om goed te kunnen vergelijken en testen of ik dan misschien een favoriet krijg’, en/of ‘Ik wil dat zo graag met jou. Aaien likken kussen. Seks hebben. In je komen. Jou laten komen. Je echt helemaal gek maken van genot. Laten kreunen en gillen. Je horen smeken om meer. Je tepels zuigen. Je helemaal domineren’, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 248a Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024167594, doorgenummerd pagina 1 tot en met
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. De verklaring van de verdachte op de zitting van 3 juli
- De aangifte door [slachtoffer] op 21 juni 2024, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina
- Screenshots van de WhatsAppberichten, bijlage bij de aangifte door [slachtoffer] op 21 juni 2024, pagina
- Idem, pagina
- Idem, pagina 53.