← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:3834

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/595574 / FZ RK 25-521 Datum uitspraak: 11 juli 2025 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1943 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend en verblijvend in [woonplaats] , advocaat: mr. J.D. van der Heijden. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank heeft op 24 juni 2025 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen. 1.
  2. De zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli
  3. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; [A] , casemanager dementie; [B] , dochter van betrokkene. 2Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3De beoordeling 3.
  4. De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 3.
  5. Voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf is nodig dat er geen minder bezwarende alternatieven voor de verplichte opname zijn (het ‘subsidiariteitsvereiste’). Dat is immers een zeer ingrijpend middel. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval minder bezwarende alternatieven zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de zitting is namelijk gebleken dat de situatie van betrokkene is verbeterd ten opzichte van het beeld dat in de medische verklaring wordt geschetst. Thuiszorg is sinds driekwart jaar betrokken om betrokkene te helpen met haar medicatie en dat gaat inmiddels beter. Ook accepteert betrokkene sinds kort wondzorg. Hoewel het niet altijd makkelijk gaat, accepteert betrokkene uiteindelijk wel de nodige zorg; de thuiszorg weet nu beter hoe ze betrokkene moet benaderen. Dit laat onverlet dat de situatie voor de dochters van betrokkene, die ook veel zorg op zich nemen, zwaar is. Op dit moment rechtvaardigt dit, nu betrokkene de zorg beter accepteert dan eerst, echter niet het zware middel van een rechterlijke machtiging. De rechtbank vindt dat nu een te ver strekkende maatregel. 4De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025 door mr. J.M. Atema, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op 22 juli
  6. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.