RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.319465.24 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 28 juli 2025 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1993] te [geboorteplaats] (Afghanistan), wonende aan [adres] te [woonplaats] , gedetineerd in [verblijfplaats] , hierna: de verdachte. 1Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 juli
(2)jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd houdt aan: * een meldplicht bij de reclassering en zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ in Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * een behandeling door forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling zal zich onder andere richten op EMDR en agressieregulatie. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; * een plicht tot medewerking aan middelencontrole, te weten een controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe de verdachte wordt gecontroleerd; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; ontzegt de verdachte ter zake van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar; bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr. S.C. Hagedoorn en mr. G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. den Haan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 juli
- De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat: Feit 1 primair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, - met een personenauto, met volle snelheid, op die [slachtoffer 1] is ingereden, althans tegen die [slachtoffer 1] is aangereden en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - ( vervolgens) over die [slachtoffer 1] heen is gereden en/of - met een personenauto op die [slachtoffer 1] tot stilstand is gekomen en/of - ( vervolgens) eenmaal of meermalen achterwaarts over die [slachtoffer 1] heen is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten - meerdere fracturen in de ribben, de borstkas (sternum), het bekken (sacrum) en/of het onderbeen (fibula), - een leverlaceratie en/of een nierlaceratie, en/of - wonden op de benen, heeft toegebracht door - met een personenauto, met volle snelheid, op die [slachtoffer 1] in te rijden, althans tegen die [slachtoffer 1] aan te rijden, en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - ( vervolgens) over die [slachtoffer 1] heen te rijden en/of - met een personenauto op die [slachtoffer 1] tot stilstand te komen en/of - ( vervolgens) eenmaal of meermalen achterwaarts over die [slachtoffer 1] heen te rijden; Feit 2 primair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, met een personenauto, met volle snelheid, op die [slachtoffer 3] is ingereden, althans tegen die [slachtoffer 3] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een personenauto, met volle snelheid, op die [slachtoffer 3] is ingereden, althans tegen die [slachtoffer 3] is aangereden; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 3 primair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - rijdend in een personenauto voornoemde personen heeft achtervolgd, en/of - met een personenauto op voornoemde personen is ingereden en/of tegen die bromfiets waarop voornoemde personen zich bevonden is aangereden en/of -(vervolgens) met een personenauto op de stoep is gereden en/of heeft ingestuurd op voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij, op of omstreeks 6 oktober 2024 te Utrecht, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - rijdend in een personenauto voornoemde personen te achtervolgen, en/of - met een personenauto op voornoemde personen in te rijden en/of tegen die bromfiets waarop voornoemde personen zich bevonden aan te rijden en/of -(vervolgens) met een personenauto op de stoep te rijden en/of in te sturen op voornoemde [slachtoffer 2] . Bijlage II: Bewijsmiddelen Een proces-verbaal van bevindingen van 21 oktober 2024 , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In het kader van het onderzoek bekeek ik camerabeelden die waren gevorderd bij Tivoli De Helling in Utrecht. De camerabeelden waren opgenomen op 6 oktober 2024 tussen 02:15 en 04:30 uur. Ik zag dat er om 04:13 uur een man richting een personenauto liep die geparkeerd stond tegenover Tivoli De Helling. Op basis van andere beelden uit het dossier stelde ik vast dat de man bleek te zijn: verdachte [verdachte] , geboren op [1993] . 04:16:24 Ik zag dat [verdachte] aan de bestuurderskant in de personenauto stapte en achteruit het parkeervak verliet. 04:16:35 Ik zag dat er twee mannen vanuit tegengestelde richting, naar de personenauto toe liepen.04.16.40 Ik zag dat één van de twee mannen contact maakte met de bestuurder van de personenauto door hem aan te spreken. Ik zag dat de man, hierna genoemd man 2, op dat moment met zijn handen in zijn jaszakken stond. 04.17.03 Ik zag dat [verdachte] uit de personenauto stapte. Ik zag dat [verdachte] en man 2 dicht bij elkaar stonden.04.17.23 Ik zag dat [verdachte] zwaaiende bewegingen maakte met zijn armen. Ik zag dat man 2 met zijn handen in zijn jaszakken bleef staan.04.17.29 Ik zag dat er twee mannen, hierna genoemd man 3 en man 4, met versnelde pas op [verdachte] en man 2 afliepen vanuit de richting van de ingang van Tivoli De Helling. Ik zag dat er ondertussen ook een bromfiets in beeld kwam. Ik zag dat man 3 tussen [verdachte] en man 2 in ging staan. Ik zag dat man 3, man 2 iets naar achteren begeleidde. Ik zag dat [verdachte] vervolgens man 2 duwde. Ik zag dat man 3 [verdachte] wegduwde. Ik zag dat man 4 ondertussen naar man 2 toe liep. Ik zag dat man 2 rustig bleef staan en fysiek niets deed.04.17.35 Ik zag dat [verdachte] naar de bestuurderskant van de personenauto liep. Ik zag dat de autodeur aan de bestuurderskant openstond. Ik zag dat [verdachte] vooroverboog en direct daarna naar de kofferbak van de personenauto toe liep. Ik zag dat hij de kofferbak opende en iets uit de kofferbak probeerde te pakken. Man 2 liep weg van de situatie.04.17:44 Ik zag dat [verdachte] werd tegengehouden door man
- Ik zag dat man 2 rustig weggelopen was en onderin uit beeld was verdwenen.04.17.59 Ik zag dat [verdachte] door man 3 en man 4 met kracht naar achteren werd geduwd richting de bijrijderskant van de personenauto. Ik zag dat [verdachte] diverse keren los probeerde te komen van man 3 en man 4 en naar voren wilde in de richting van man
- Ik zag dat dit werd voorkomen door man 3 en man
- 04.18.19 Ik zag dat man 2 weer in beeld verscheen. Ik zag dat hij richting de personenauto liep. Ik zag dat hij op ongeveer één meter afstand van de achterkant van de personenauto stil bleef staan, met zijn handen in zijn jaszakken. Ik zag dat [verdachte] met kracht werd tegengehouden door man 3 en andere omstanders. Ik zag dat [verdachte] diverse keren probeerde los te komen. 04:19:07 Ik zag dat man 2, man 5 en man 6 richting de eerdergenoemde bromfiets liepen.04.20.15 Ik zag dat de bromfiets om 04:20:15 uur wegreed vanaf Tivoli De Helling in de richting van de Baden-Powellweg in Utrecht met drie opzittenden te weten man 2, man 5 en man 6.04:20:37 Ik zag dat [verdachte] naar zijn personenauto toe rende, aan de bestuurderskant instapte en om 04:20:46 uur met snelheid wegreed vanaf Tivoli De Helling in de richting van de Baden-Powellweg. Een proces-verbaal van bevindingen ringdeurbel [straat] van 9 oktober 2024 , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: 06/10/2024 04:21:24 uurIk zag dat er een bromfiets op de [straat] reed. Deze bromfiets kwam uit de richting van de [straat] gereden en reed rechtdoor in de richting van het kruispunt met de [straat] / [straat] . Ik zag dat het voor- en het achterlicht van de bromfiets in werking waren. 06/10/2024 04:21:29 uurIk zag dat er een personenauto met hoge snelheid uit dezelfde richting gereden kwam. Ik zag dat de personenauto in dezelfde richting reed als de bromfiets en dat deze een hogere snelheid had in vergelijking met de bromfiets.06/10/2024 04:21:31 uurIk zag dat de bromfiets vaart minderde. Ik zag dat de personenauto met hoge snelheid de flauwe bocht naar rechts nam en richting de achterlichten van de bromfiets reed. Ik zag het derde remlicht van de personenauto branden. 06/10/2024 04:21:34 Ik hoorde vier korte claxongeluiden direct gevolgd door een doffe klap. Ik zag dat de personenauto plotseling tot stilstand kwam ten hoogte van de bromfiets. Ik zag dat het derde remlicht van de personenauto uit ging.06/10/2024 04:21:37Ik zag dat de bromfiets weg reed in de richting van de [straat] .06/10/2024 04:21:38Ik zag dat de personenauto na enkele seconden een scherpe bocht naar links maakte in de richting van de bromfiets. Ik zag dat het voertuig hierbij over een hobbel heen reed. Ik hoorde dat er meerdere malen kort geclaxonneerd werd. Voor zover ik uit de beelden kon zien, leek het erop alsof de personenauto vervolgens tegen de bromfiets aan reed. Ik kon de bromfiets niet meer zien. Een proces-verbaal van bevindingen van 10 oktober 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 10 oktober 2024 heb ik onderzoek gedaan naar de betreffende camerabeelden. Ik zag dat er door de eigenaar van [naam] twee videofragmenten waren aangeleverd. Op afbeelding 1 is een overzichtsfoto zichtbaar, waarop te zien is wat er met de camera, voorzien van de naam “Buiten Rechts” wordt gefilmd. De camera filmt een deel van de gevel van het cafetaria, alsmede de openbare weg [straat] . De camera staat gericht in de richting van de [straat] . Op afbeelding 3 is zichtbaar dat er een bromfiets aan komt rijden in het beeld van de camera. De bromfiets komt aanrijden uit de richting van de [straat] en rijdt in de richting van de [straat] . Op afbeelding 4 is de eerder genoemde bromfiets zichtbaar. Tevens is er een personenauto zichtbaar. Op de camerabeelden is te zien dat deze personenauto hard komt aanrijden uit de richting van de [straat] en rijdt in de richting van de [straat] . Op afbeelding 5 is zichtbaar dat verdachte met zijn voertuig tegen de achterzijde van de bromfiets, waarop onder andere [slachtoffer 1] zit, rijdt. Hieraan voorafgaand is op de camerabeelden te zien dat de bestuurder van de bromfiets, nadat hij het bestelbusje heeft gepasseerd, naar rechts stuurt om vervolgens op de fietsstrook te gaan rijden. Hierbij slingert de bromfiets. Verder is zichtbaar dat er drie personen op de bromfiets zitten. [slachtoffer 1] zit op dat moment als middelste persoon op de bromfiets. Op afbeelding 6 is zichtbaar datde achterste persoon op de bromfiets van de bromfiets afstapt, nadat de bromfiets wordt aangereden door verdachte. De bestuurder en [slachtoffer 1] blijven op de bromfiets zitten, ondanks dat zij hun evenwicht lijken te verliezen bij het raken van de stoeprand met de bromfiets.Op afbeelding 7 is zichtbaar dat de achterste persoon die op de bromfiets zat, opzij springt voor de personenauto van verdachte. Deze persoon blijkt uit onderzoek [slachtoffer 2] te betreffen. De personenauto van verdachte rijdt het trottoir op, nadat deze eerst even stilstond op de weg. [slachtoffer 2] kan het voertuig maar net op tijd ontwijken, omdat deze bijna tegen hem aanrijdt. Zichtbaar is dat zowel de bestuurder als [slachtoffer 1] nog op de bromfiets zitten. Zij rijden naar links weg bij de personenauto van verdachte. Op afbeelding 8 is zichtbaar dat verdachte met zijn personenauto naar links, richting de weg en de wegrijdende bromfiets, stuurt nadat hij [slachtoffer 2] bijna heeft aangereden. Op afbeelding 9 is een stukje van de achterzijde van de personenauto van verdachte zien. Deze rijdt op dat moment in de richting van de plek waar de bromfiets met daarop de bestuurder en [slachtoffer 1] ook rijdt. De personenauto van verdachte verdwijnt vervolgens uit het beeld van de camera.Op afbeelding 12 is een overzichtsfoto zichtbaar, waarop te zien is wat er met de camera, voorzien van de naam "Buiten voorzijde links" wordt gefilmd. De camera betreft een statische camera, welke is bevestigd aan de gevel van [naam] . Deze camera filmt een deel van de gevel van het cafetaria, alsmede de openbare weg [straat] . De camera staat gericht in de richting van de [straat] . Op afbeelding 13 verschijnt de bromfiets met daarop de bestuurder en [slachtoffer 1] in het beeld van de camera. Deze taxi komt aanrijden uit de richting van de [straat] en rijdt in de richting van de [straat] .Op afbeelding 14 verschijnt de auto van verdachte in het beeld van de camera. De auto bevindt zich op dat moment op het trottoir, rijdt hiervan af en rijdt vervolgens in de richting van de bromfiets met daarop [slachtoffer 1] en de bestuurder. Op afbeelding 15 is zichtbaar dat verdachte met zijn voertuig tegen de bromfiets met daarop [slachtoffer 1] en de bestuurder rijdt. Verdachte rijdt met zijn voertuig in de richting van het voertuig van getuige [getuige 1] . Op afbeelding 15 is te zien dat de bestuurder van de bromfiets van de bromfiets af vliegt. [slachtoffer 1] en de bromfiets zijn niet zichtbaar op de afbeelding en bevinden zich vermoedelijk uit zicht, voor het voertuig van verdachte.Op afbeelding 16 is zichtbaar dat het voertuig van verdachte met de voorzijde het voertuig van getuige [getuige 1] aan de linkerzijde schampt. De bromfiets en [slachtoffer 1] zijn niet zichtbaar in het beeld van de camera. Vermoedelijk bevinden zij zich voor, dan wel onder het voertuig van verdachte. De bestuurder van de bromfiets is zichtbaar. Hij is van de bromfiets afgereden door verdachte. Op afbeelding 17 is de bestuurder van de bromfiets zichtbaar. Door de aanrijding "vliegt" hij over straat. Wanneer de bestuurder van de bromfiets vervolgens rechtop gaat staan, rent hij via het trottoir weg in de richting van de [straat] . Het voertuig van verdachte is zichtbaar. Aan de rechterzijde van het voertuig zijn vonken zichtbaar. [slachtoffer 1] , alsmede de bromfiets, zijn niet zichtbaar op het camerabeeld. Vermoedelijk bevinden zij zich voor of onder het voertuig van verdachte. Op afbeelding 18 is zichtbaar dat verdachte uit zijn voertuig is gestapt. Hij loopt richting de kofferbak van zijn voertuig. [slachtoffer 1] is niet zichtbaar op het beeld van de camera. Vermoedelijk bevindt hij zich op dat moment onder het linker achterwiel van het voertuig van verdachte. Opvallend is dat het voertuig van aan de linkerzijde iets omhoog staat.Op afbeelding 19 Verdachte is zichtbaar. Hij heeft de kofferbak van zijn voertuig geopend en staat hierbij. Op afbeelding 20 is verdachte naast zijn voertuig zichtbaar. Hij heeft de kofferbak van zijn voertuig op dat moment al weer gesloten. Het lijkt erop alsof verdachte niks uit de kofferbak van zijn voertuig heeft gepakt.Op afbeelding 21 is zichtbaar dat verdachte naast zijn auto staat ter hoogte van het bestuurdersportier. Hij stapt vervolgens in zijn auto. Afbeelding
- Verdachte bevindt zich in het voertuig. Het lijkt erop dat verdachte zijn voertuig in zijn achteruit heeft gezet, omdat er een extra rode lamp aan de achterzijde van zijn voertuig brandt.Op afbeelding 23 is het voertuig van verdachte zichtbaar. Verdachte zit op dat moment in het voertuig. Verdachte heeft met het voertuig een stukje achteruit gereden. Hij stopt vervolgens met achteruit rijden. Op dat moment is opnieuw zichtbaar dat zijn voertuig met de linkerzijde omhoog staat.Op afbeelding 25 is het voertuig van verdachte een stuk achteruit gereden. Verdachte staat opnieuw bij de kofferbak van zijn voertuig. Hij opent deze en rommelt hierin. Het lijkt alsof hij niks uit de kofferbak van zijn voertuig pakt. [slachtoffer 1] is zichtbaar. Hij lag op de straat voor het voertuig van verdachte en krabbelt overeind. Een proces-verbaal van bevindingen van 11 oktober 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op afbeelding 1 is zichtbaar dat getuigen [getuige 1] en [getuige 2] bij hun broer verdachte [verdachte] staan. Verdachte [verdachte] staat in het midden, tussen zijn broers in. Hij heeft de kofferbak van zijn voertuig dicht gedaan. Deze sluit niet direct goed, waarop getuige [getuige 2] de kofferbak van het voertuig goed afsluit. Getuige [getuige 1] trekt verdachte [verdachte] weg bij de kofferbak van het voertuig en praat tegen hem. Het slachtoffer [slachtoffer 1] is zichtbaar. Hij is samen met getuige [slachtoffer 2] van de weg afgelopen en op het trottoir gaan zitten. Nadat verdachte [verdachte] en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] naar het slachtoffer [slachtoffer 1] zijn gelopen, lijkt er een conflict te ontstaan tussen getuige [slachtoffer 2] en verdachte [verdachte] . Verdachte [verdachte] ie [verdachte] wordt vervolgens door een van zijn broers meegenomen naar zijn voertuig. De andere broer blijft bij getuige [slachtoffer 2] staan en lijkt hem tegen te houden. Dit is zichtbaar op afbeelding
- Op afbeelding 3 is te zien dat verdachte [verdachte] door een van zijn broers wordt weggeduwd en tegengehouden. Hij is kort daarvoor opnieuw richting getuige [slachtoffer 2] gelopen en lijkt opnieuw een conflict aan te gaan met getuige [slachtoffer 2] . Op afbeelding 4 is zichtbaar dat verdachte [verdachte] wordt tegen gehouden door getuige [getuige 1] . De seconden daarvoor stond hij naast zijn voertuig hevig te gebaren in de richting van getuige [slachtoffer 2] . Tevens lijkt het alsof hij zijn middelvinger opsteekt naar getuige [slachtoffer 2] . Wanneer verdachte [verdachte] ter hoogte van de kofferbak van zijn voertuig staat, wordt de kofferbak ontgrendeld. Op de camerabeelden is te zien dat de klep van de kofferbak iets omhoog komt, maar niet helemaal open gaat. Er is niet te zien hoe de kofferbak wordt ontgrendeld. Op afbeelding 7 is te zien dat verdachte [verdachte] opnieuw richting de plek wil lopen waar getuige [slachtoffer 2] en slachtoffer [slachtoffer 1] zich bevinden. Getuige [getuige 1] moet hem opnieuw tegenhouden om te voorkomen dat hij naar hen toegaat. Dit is op afbeelding
- Het lukt getuige [getuige 1] niet goed om verdachte [verdachte] tegen te houden. Verdachte [verdachte] schiet langs hem op en maakt een trappende beweging richting een persoon. Dit is vermoedelijk getuige [slachtoffer 2] , maar dit is niet goed te zien op de camerabeelden vanwege de dakverlichting van de witte auto die in het beeld staat. De trappende beweging van verdachte [verdachte] is zichtbaar op afbeelding
- Na de trappende beweging van verdachte [verdachte] ie [verdachte] wordt hij weg begeleid door getuige [getuige 1] . Hij moet verdachte [verdachte] tegenhouden om opnieuw in de richting van getuige [slachtoffer 2] en slachtoffer [slachtoffer 1] te gaan. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 oktober 2024 , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 6 oktober 2024 waren wij, [getuige 3] en [getuige 4] , getuige van een incident dat plaatsvond bij ons voor het huis. Wij zijn woonachtig op de [adres] te [woonplaats] . Onze woning bevindt zich op de eerste verdieping van het pand. Omstreeks 04:20 uur, hoorden wij een luide klap op straat. Ongeveer 3 seconden later hoorden wij een tweede klap. Daarom besloten wij om uit het raam te kijken. Wij zagen dat er een donkerkleurige personenauto tegen de lantaarnpaal voor ons huis stond. Wij zagen dat er een bromfiets bij de auto lag. Wij zagen dat er een jongen met blond haar onder het achterwiel aan de bestuurderszijde van de personenauto lag. Wij zagen dat de jongen op zijn buik lag, met zijn gezicht naar beneden. Wij zagen dat het achterwiel op de bovenrug van de jongen met blond haar stond. Wij zagen dat de auto ongeveer 5 seconden met het achterwiel op de rug van de jongen stond. Ik zag dat er meerdere personen buiten stonden. Ik, [getuige 4] , opende het raam en riep dat er een jongen onder de auto lag en dat ze de auto van hem af moesten halen. Wij zagen dat de bestuurder de auto vervolgens hard achteruit reed, waarna de auto met het voorwiel aan de bestuurderszijde op de jongen tot stilstand kwam. Wij zagen dat de auto vervolgens weer 3 seconden op de rug van de jongen stilstond. Wij zagen dat de auto vervolgens nog een keer achteruit reed. Wij zagen dat twee jongens naar de bestuurder van de auto renden en naar hem schreeuwden. Een proces-verbaal snelheid op basis van camerabeelden van 3 maart 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik heb een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden ter vaststelling van de door de bestuurder van de Honda gereden snelheid. De bestuurder van de Honda reed met een indicatieve gemiddelde snelheid van minimaal 67 km/u en maximaal 86 km/u. Het traject waarover de snelheid werd bepaald, had een lengte van circa 27 meter en eindigde op 30 meter voor de ongevalslocatie. Een proces-verbaal van bevindingen verklaring slachtoffer [slachtoffer 1] van 7 oktober 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik was met een vriend van mijn stiefbroer en mijn stiefbroer, [slachtoffer 2] . Wij waren die avond gaan stappen. Er ontstond een opstootje op straat met een onbekende man, een conflict zou ik het niet noemen. Kort daarna reed ik weg met de bromfiets. Ik zat achterop bij mijn stiefbroer. Opeens klapte er iets achterop de bromfiets en ik voelde mijzelf door de lucht vliegen. Wat ik van daarna nog weet is dat ik opeens onder een auto lag en geen lucht kreeg. Er lag iets heel zwaars op mij. Ik wilde schreeuwen, maar dat lukte niet omdat ik geen lucht kreeg. Vervolgens voelde ik dat het gewicht zich verplaatste naar voren en van mij af. Ik denk dat dit de wielen van de auto waren, want ik zag en voelde vervolgens de auto weer achteruit reed, over mij heen. Voor mijn gevoel was dit expres. Ik kreeg het gevoel dat de man mij dood wilde hebben. Ik voel mij mentaal en fysiek gebroken. Toen ik op de grond lag en dacht dat ik dood ging, zag ik dat de man mij nog steeds uitschold en boos op mij was. Hij hielp mij niet, dat vind ik nog het ergste. Het ging om dezelfde man als van dat opstootje. Ik liep tijdens de aanrijding de volgende verwondingen op: beschadigd gezicht; afgebroken tand; gebroken ribben; gebroken heup en bekken; gebroken been en kuitbeen; gekneusde maag; gescheurde nier; klaplong. Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] van 23 oktober 2024, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: We stapten op de bromfiets met zijn drieën en reden weg richting Vaartsche Rijn. Ik reed als bestuurder, [slachtoffer 1] daarachter en [slachtoffer 2] daar achter. Daarna toen we onder het tunneltje bij Vaartsche Rijn door reden, hoorde ik een auto veel gas geven. Dat viel mij op, omdat het harder klonk dan normaal. Toen ik vervolgens in de zijspiegel keek, dacht ik dat dezelfde auto mij wilde inhalen. Ik stond er niet bij stil dat de auto ons ging aanrijden, ik dacht gewoon dat de auto ons wilde inhalen. Ik weet nog dat ik aan de rechterkant van de weg reed, volgens mij was daar een fietsstrook. Ik weet nog dat de auto makkelijk langs ons had kunnen rijden, omdat ik in mijn zijspiegel zag dat er genoeg ruimte op de weg was. Wij reden op dat moment ongeveer 30 kilometer per uur. Ik reed sowieso niet helemaal vol gas. Op dat moment reden wij dichtbij een snackbar. De weg liep recht. Ik voelde hoe ik op de achterkant van de bromfiets werd geraakt, we werden vervolgens geschept. Ik voelde namelijk een klap op de achterkant van de bromfiets, alsof ik vol in mijn rug werd geduwd door iemand. Ik verloor de macht over het stuur en voelde hoe de bromfiets door iets werd voortgeduwd. Ik viel van de bromfiets op de grond. Ik denk dat ik wel vijf seconden out ben gegaan. Ik voelde vervolgens veel pijn in mijn linker pols. Toen ik op de grond lag was ik bang dat ik dood ging. Ik hoorde de motor van de auto op de achtergrond en was bang dat hij weer op mij af zou komen. Kort daarna stond ik op en rende weg. Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] van 16 oktober 2024 , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [slachtoffer 3] pakte de bromfiets en wij zijn met z'n drietjes op de bromfiets weggegaan. Wij gingen richting de [naam] , dit was twee straten vanaf De Helling. Wij reden langs de cafetaria en toen werden wij vanachter geschept. Wij reden gewoon en wisten niet dat er iemand achter ons reed. Opeens kwam hij vanachter en hij schepte ons. Ik zat achterop, mijn broertje [slachtoffer 1] zat in het midden en [slachtoffer 3] reed. Terwijl dat gebeurde kon ik met geluk afstappen van de bromfiets, omdat ik achterop zat. Het ging zo snel. Ik stapte af en belandde op mijn benen. Ik zag zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 1] niet meer. Wij hadden geen helm op. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] (broer verdachte) van 8 oktober 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik vroeg aan mijn broertje (de rechtbank begrijpt: de verdachte) wat er was gebeurd. Ik hoorde dat hij zei dat hij een ruzie had gehad bij de Helling. Ik hoorde dat mijn broertje zei: "zij hebben mij met zijn drieën aangevallen en geslagen. Ik wilde ze pakken". Daarbij wees hij naar de 2 jongens die op de bromfiets hadden gezeten. De verklaring van verdachte op de zitting van 14 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [slachtoffer 1] vroeg drie keer of ik een taxichauffeur was. Ik was boos. Ik voelde mij beledigd. Ik heb geduwd. Ik werd later tegengehouden door iemand, toen was ik boos. Ik ben op 6 oktober 2024 met mijn personenauto tot botsing gekomen tegen de bromfiets en enkele seconden later weer. De auto stond stil en toen zag ik dat [slachtoffer 1] onder mijn achterwiel lag. Ik heb mijn auto toen achteruit gereden en ik ben toen met mijn voorwiel over [slachtoffer 1] heeft gereden. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie-eenheid Districtsrecherche Stad-Utrecht met proces-verbaalnummer 2024316743, doorgenummerd pagina 1 tot en met
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 277 Pagina
- Pagina 283.