RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/1205 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder (gemachtigde: mr. W.G. Vos). Inleiding Verweerder heeft aan eiser bij besluit van 31 januari 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd ter hoogte van € 84,20 (de naheffingsaanslag), vanwege het niet voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting voldoen. Hiertegen heeft eiser bezwaar ingesteld. IMet de uitspraak op bezwaar van 20 februari 2024, heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. De rechtbank heeft op basis van de stukken uitspraak gedaan. Beoordeling
- Op 18 januari 2024 stond het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] geparkeerd op de Breedstraat te Utrecht, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is om 23:25 uur de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] opgelegd.
- Eiser voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Eiser stelt dat hij in de haast om een collega over te nemen die keer vergeten was om zijn zakelijke parkeervergunning aan te zetten.
- Verweerder stelt dat er om 23:25 uur geen geldig parkeerrecht is aangetroffen en heeft herhaald dat terecht een naheffingsaanslag is opgelegd. Een vergissing kan niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag.
- Niet in geschil is dat parkeerbelasting verschuldigd was. Er bestaat ook geen geschil over het feit dat het kenteken [kenteken] , op het moment dat de naheffingsaanslag was opgelegd, niet als actief kenteken was gekoppeld aan de vergunning. Dat eiser dat in de haast is vergeten is begrijpelijk maar komt wel voor zijn risico. Parkeerbelasting is immers een zogenaamde objectieve belasting. Dat betekent dat opzet en schuld geen rol spelen en dat behoudens zeer bijzondere gevallen, bijvoorbeeld overmacht, er geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden. Het betoog slaagt niet. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting gehandhaafd blijft. Ook krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.