← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:4394

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/087337-22 en 09/068645-21 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 15 april 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1951 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] te [plaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 april 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.J.M. Vreekamp en van hetgeen naar voren is gebracht door verdachte en zijn raadsman, mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, en door mr. A. Koopsen, advocaat te Amsterdam, namens benadeelde partij [slachtoffer] . 2TENLASTELEGGING In de zaak 16/087337-22 De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: zich in de periode van 15 september 2021 tot en met 15 november 2021 te Delft heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel door de minderjarige [slachtoffer] te huisvesten. In de zaak 09/068645-21 De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in de periode van 15 januari 2017 tot en met 5 februari 2020 te Delft kinderporno heeft verworven en in bezit heeft gehad. 3VOORVRAGEN Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie In de zaak 16/087337-22 De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het werven en huisvesten van een minderjarige met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 2º Wetboek van Strafrecht, hierna: Sr). Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een minderjarige ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 5º Sr). In de zaak 09/068645-21 De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte heeft verklaard dat hij zich heeft begeven op chatsites waar (ook) kinderporno werd gedeeld en dat hij zoektermen heeft gebruikt waardoor hij automatisch afbeeldingen van kinderporno kreeg toegestuurd. Verdachte heeft de afbeeldingen bekeken en - als sprake was van kinderporno - deze afbeeldingen niet opgeslagen maar verwijderd. Verdachte heeft daarmee in ieder geval op enig moment de beschikkingsmacht gehad over kinderporno en hij heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er kinderporno achterbleef op zijn telefoon of computer. De afbeeldingen zijn op enig moment benaderbaar geweest. 4.2 Het standpunt van de verdediging In de zaak 16/087337-22 De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor het werven en huisvesten van een minderjarige (artikel 273f lid 1 sub 2º Sr) omdat de vereiste opzet voor het oogmerk van uitbuiting ontbreekt. De raadsman heeft ook vrijspraak bepleit voor een minderjarige ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 5º Sr) omdat het impliciete bestanddeel uitbuiting niet kan worden bewezen. Verdachte heeft een kamer aangeboden omdat hij op zoek was naar gezelschap. Verdachte kreeg contact met [medeverdachte] die liet weten dat [slachtoffer] , 19 jaar oud, op zoek was naar een kamer om mannen te ontvangen. Verdachte wist niet dat het om betaalde seks ging. Verdachte heeft de kamer aangeboden en heeft condooms voor [slachtoffer] gekocht. Verdachte heeft hiervoor geen tegenprestatie (geld en/of seks) gevraagd of gekregen. Verdachte heeft de leeftijd van [slachtoffer] niet gecontroleerd. Als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt dient de ten laste gelegde periode te worden beperkt omdat [medeverdachte] en [slachtoffer] alleen op 22 en 23 oktober 2021 in de woning van verdachte zijn geweest. In de zaak 09/068645-21 Verdachte heeft de pornografische afbeeldingen niet bewust gedownload en in bezit gehad. Onder alle (ruim 68.000) bestanden die op de computer en telefoon van verdachte zijn aangetroffen bevinden zich 6 foto’s en 1 video met kinderporno. De kinderporno is dus slechts een ‘bijvangst’. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. De afbeeldingen die zijn gevonden op bestanden die ‘niet benaderbaar’ zijn, heeft verdachte niet willen opslaan maar willen verwijderen. Verdachte heeft bij het verwijderen van de bestanden kennelijk één foto en één video met kinderporno, die benaderbaar zijn, over het hoofd gezien. 4.3 Het oordeel van de rechtbank In de zaak 16/087337-22 Bewijsmiddelen Op de akte van geboorte van [slachtoffer] staat vermeld dat zij is geboren op [geboortedatum 2] 2005. Uit de processen-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] blijkt - zakelijk weergegeven - het volgende: V: Wanneer heb je [medeverdachte] voor het eerst ontmoet?A: Contact was begin september 2021.A: Ik zat op Telegram. Toen heeft hij mij gecontact in privé chat en zijn we gaan praten. V: Wat bespraken jullie?A: Ja hoe het met elkaar ging. Hij had het ook over geld verdienen. De vraag of ik makkelijk geld wou verdienen. Hij had het over een Snapchat-account aanmaken en met dat account tegen mannen praten en foto's sturen. En daar zouden de mannen dan voor betalen en dat zou [medeverdachte] dan krijgen, en hij had het erover dat we het geld zouden splitten.Toen ik in contact met hem kwam, zat ik zelf niet zolekker. En zeg maar, toen hij dat aanbood ben ik daar in mee gegaan. Hij wist dat ik 15 was omdat ik tegen hem zei, ik ben 15. V: Hoe ging dat dan?A: Of ik geld wou verdienen en toen had hij kort uitgelegd, hoe en wat precies.V: Wat was die uitleg?A: Dat ik zou moeten snappen met mannen en dat ik er geld mee zou verdienen. En dan misschien ook afspreken, maar dat heb ik tegen hem gezegd, dat gaat te ver. En dat wil ik niet. En ik weet nog wel dat hij in het begin zei, nu nog niet en daar kijken we later wel na. V: Wat was de naam van het account?A: [accountnaam]V: Hoe kwamen mensen in contact met dat snapchat-account?A: Doordat hij via Bull-chat en twitter liet merken dat dat account bestond en dat je daarop kon snappen met een meid voor geld. V: Wie kwam met het idee om naar Delft te gaan?A: [medeverdachte]V: Hoe zijn jullie aan het adres [adres] in [plaats] gekomen?A: Die heeft hij gevonden. [verdachte] of [verdachte] , de man die daar woont heeft die kamer op meerdere plekken aangeboden. Zowel op marktplaats als op [verdachte] . Daar heeft [medeverdachte] het ook vandaan. Via [verdachte] is [medeverdachte] in contact gekomen met [verdachte] . (…) [verdachte] dacht dat hij contact had met mij. Maar hij had contact met [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft zich voorgedaan als mij. Hij bood de kamer aan [medeverdachte] aan. Het maakte hem niet uit of wij de kamer voor ons tweeën gebruikte, of dat ik er mensen zou gaan ontvangen. V: Wat wist [verdachte] over wat je daar in Delft kwam doen?A: [medeverdachte] heeft dat allemaal met hem besproken. V: Wat moest je in Delft doen?A: (…) [medeverdachte] wou dat ik hier mensen ging ontvangen. Dat wou ik niet. Dat moest van hem. Toen is daar één man uiteindelijk geweest. Daar moest ik, in ruil voor geld, handelingen doen. Ik moest hem aftrekken en pijpen. Hij heeft ook aan mij gezeten. Daarvoor heeft [medeverdachte] geld gekregen. A: Ik wou het helemaal niet. Dat had ik ook aan het begin gezegd. Toen ik in contact met hem kwam. Zo van, dit gaat niet gebeuren. Maar als ik het niet deed dan zou hij weer boos worden en dan ging hij dreigen dat hij het online zou gooien, met mijn naam erbij. A: Toen die man binnenkwam had hij het geld aan mij gegeven. Dat had ik toen in mijn schoen gestopt, die stond naast het bed, Toen ik bij die man bezig was, toen kwam [medeverdachte] boos de kamer binnen stormen omdat hij nog geen geld had gekregen. Dat heeft hij toen uit mijn schoen gehaald. Daar is hij toen ook heel erg boos over geworden toen de man weg was. Dat ik het niet aan hem had gegeven. Dat ik het niet had gedaan volgens de afspraak, terwijl we geen afspraken gemaakt hadden. Het enige wat hij zei was, je gaat dit doen, anders gaat het online.V: Hoe kwam je aan die klant die naar die woning in Delft kwam?A: Die had [medeverdachte] op [verdachte] gevonden. Heel veel contact ging op het Snapchataccount. Maar deze man had [medeverdachte] gevonden op [verdachte] . V: Wat was er afgesproken over de seksuele handelingen met die klant?A: Hij had 60 euro bij zich. Dus dat werd door [medeverdachte] gezien goed voor een kwartier. Dan zou dat alleen zijn voor pijpen, seks en vingeren. Dat was waarvoor hij betaalde. Met die man heb ik alleen gepijpt, afgetrokken en hij mij gevingerd. V: Waar was [verdachte] toen jij die klant ontving?A: Samen met [medeverdachte] in de woonkamer.V: Wat wist [verdachte] over het feit dat jij die klant ging ontvangen?A: Dat wist hij. Dat had [medeverdachte] tegen hem gezegd. [verdachte] had het erover hoe laat ik mensen zou ontvangen. Verdachte heeft, voor zover hier van belang, onder meer het volgende verklaard: Ik woon in [plaats] op [adres] . Ik maak gebruik van [verdachte] . ‘ [chatnaam] ’ heet ik op [verdachte] . Ik was op zoek naar seks met mannen. Ik heb op [verdachte] een kamer aangeboden en kwam zo in contact kwam [medeverdachte] . Ik wist niet dat hij het was en dacht dat ik contact had met haar ( [slachtoffer] , toevoeging door de rechtbank) want zij stond met haar achterste op de foto met een paardenstaart. Hij zei dat ze 19 jaar was en ik had niet in de gaten dat ze 15 jaar was. Ik wist dat er mannen konden komen want dat had hij gezegd. Ik dacht wat zij doet moet zij weten. Ik wilde haar van dienst zijn, heb gezegd dat de kamer gratis was en heb condooms gekocht. Ik bood de kamer aan voor sekswerk want ik dacht wellicht heb ik er zelf ook nog lol van. Ze zijn één keer bij mij in de woning geweest. Er kwam toen ook een klant voor haar; [medeverdachte] en ik waren toen in de woonkamer. [medeverdachte] hield haar in de gaten en ging naar de slaapkamer toen de man bij haar was. Zij speelde de hoer. Ze kregen denk ik geld. Dat geld hebben ze zelf gehouden. Bij onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] zijn onder meer de volgende chats op Telegram gevonden tussen [slachtoffer] (op Telegram gebruikmakend van de naam ‘ [naam 1] ’) en [medeverdachte] (gebruikmakend van de naam ‘ [naam 2] ’): 19-10-2021 15.31.27 [naam 2] : Heb iemand net geregeld 19-10-2021 15.31:46 [naam 2] : Die eigenlijk zijn huis beschikbaar wilt stellen19-10-2021 15:32:15 [naam 2] : Voor de weekend in delft we krijgen sleutel ook19-10-2021 15:32:34 [naam 2] : Ik deet via app alsof ik jij was19-10-2021 15:32:47 [naam 2] : Maar hij is wel oude man maar ik mag erbij zijn. En je hoeft dat zegt hij zelf niks met hem te doen duuuh19-10-2021 15:34:51 [naam 1] : Wilt hij er echt helemaal niks voor hebben19-10-2021 15:34:53 [naam 2] : Jaa Serieus19-10-2021 15:34:59 [naam 2] : [adres] [postcode] [plaats]19-10-2021 15.35.25 [naam 2] : Ik app met hem is wel senioren flat maar btr ook!!19-10-2021 15.35.31 [naam 2] : Vallen we niet op Uit onderzoek aan de telefoons van [medeverdachte] en [slachtoffer] blijkt dat beide telefoons op 22 oktober 2021 en 23 oktober 2021 aanstraalden in Delft op telefoonmasten in de nabijheid van de woning van verdachte. Bewijsoverwegingen Juridisch kader Artikel 273f, eerste lid, sub 2º en 5º Sr zien op de bescherming van minderjarigen tegen (seksuele) uitbuiting door anderen. Hierbij is niet van belang of een verdachte bekend is met de minderjarigheid van het slachtoffer, aangezien de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel is. Door het tewerkstellen van minderjarigen in de prostitutie is er in het algemeen sprake van een grote inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige. Sub 2º Artikel 273f, eerste lid, sub 2º Sr ziet, voor zover in deze zaak van belang, op het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander met het oogmerk van uitbuiting van die ander, terwijl die ander nog geen achttien jaren oud is. Deze bepaling is niet beperkt tot uitbuiting in de prostitutie, maar ziet op alle intermenselijke relaties waarbij uitbuiting van een minderjarige aan de orde is. Het gebruik van dwangmiddelen, zoals beschreven onder sub 1º en sub 4º, is niet vereist. De overtuiging van de wetgever is dat aan de exploitatie van minderjarigen ‘misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ inherent is. Wel moeten de handelingen en het oogmerk van uitbuiting worden bewezen. Aangenomen wordt dat er een oogmerk van uitbuiting bestaat als de verdachte het oogmerk heeft om een minderjarige in de prostitutie te laten werken. Sub 5º Artikel 273f, eerste lid, sub 5º Sr ziet op het ertoe brengen van een minderjarige zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, alsmede tot het ondernemen van handelingen waardoor een minderjarige daartoe overgaat. Aangenomen moet worden dat in het “ertoe brengen” opzet ligt besloten. Het ondernemen van enig andere handeling moet gepaard gaan met ofwel wetenschap (“weten”) van het gegeven dat die handeling tot het beschikbaar stellen zal leiden ofwel het redelijk vermoeden dat dit naar aanleiding van dat handelen zal geschieden. Het gebruik van dwangmiddelen is niet vereist. Uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat de wetgever ten aanzien van de strafbaarstelling van op de prostitutie van minderjarigen gericht handelen, van een eis van verdergaande specifieke, een uitbuitingsituatie kenmerkende, omstandigheden niet heeft willen weten. Het brengen van een minderjarige in de prostitutie is door de wetgever aangemerkt als een aan mensenhandel gerelateerde vorm van uitbuiting. Het voorgaande brengt mee dat het begrip ‘uitbuiting’ niet als bestanddeel in voormelde strafbepaling moet worden ingelezen en afzonderlijk worden bewezen, maar dat handelen als in deze strafbepaling neergelegd uitbuiting oplevert en wordt gekwalificeerd als mensenhandel. Vrijspraak van sub 2º want het oogmerk op uitbuiting is niet bewezen Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft geworven met het oogmerk van seksuele uitbuiting, omdat hij de seksuele handelingen die [slachtoffer] verrichtte niet initieerde en ook niet financieel of anderszins van haar geprofiteerd heeft. Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Artikel 273f lid 1 sub 5º is wel bewezen De rechtbank komt op basis van de weergegeven bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of in ieder geval moest vermoeden dat de minderjarige [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling. Dit heeft hij gedaan door via [verdachte] (via [medeverdachte] ) contact te leggen met [slachtoffer] en af te spreken dat hij voor haar een kamer beschikbaar stelde om mannen te ontvangen, door condooms voor haar te kopen en door haar in de kamer daadwerkelijk een man te laten ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van opzet omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte wist dat het beschikbaar stellen van de kamer [slachtoffer] ertoe zou brengen om prostitutiewerk te verrichten. Verdachte heeft aangegeven dat hij er niet van op de hoogte was dat [slachtoffer] minderjarig was en dat hij is afgegaan op de mededeling van [medeverdachte] dat zij 19 jaar was, maar artikel 273f, eerste lid, sub 5º Sr ziet op de bescherming van kinderen, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Verdachte had de leeftijd van [slachtoffer] dus gedegen moeten onderzoeken maar daarvan is geen sprake geweest. De rechtbank overweegt, gelet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, dat uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2014:1174) volgt dat bij sub 5º niet is vereist dat ook (impliciet) sprake is van uitbuiting. De minderjarige wordt op grond van dit wetsartikel ook beschermd als geen sprake is van dwang. In de zaak 09/068645-21 Bewijsmiddelen Op 5 februari 2020 zijn bij doorzoeking van de woning van verdachte in beslag genomen: - 1 mobiele telefoon, Samsung Galaxy J13, goednummer 2350928;- 1 computer HP, dx2300, goednummer 2350924. Uit processen-verbaal van onderzoek aan de telefoon en computer van verdachte, blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende: Op het aangeboden materiaal troffen daarin in totaal 68564 afbeeldingen (66991 foto's en 1573 films/video'

  1. s)aan. Hierop komen in totaal 8 afbeeldingen voor die kinderpornografisch zijn. Het betreft hier 7 foto's en 1 films/video's. Tussen de 7 kinderpornografische foto's zit 1 dubbele foto. Het betreffen dus 6 verschillende foto's. Bijlage II bevat een overzicht van de aantallen aangetroffen kinderpornografische foto's en films/video's. Het overzicht geeft per in beslag genomen voorwerp weer in welke hoeveelheden de foto's en/of films/video's benaderbaar waren. In de rij “Benaderbaar’ staan de normaal en zonder speciale software door de gebruiker te benaderen en zichtbare bestanden. In de rij “Niet Benaderbaar’ staan de bestanden die voor de gebruiker niet te benaderen zijn. De afbeelding Accessibility: wel benaderbaar betreft een afbeelding met daarop een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 6 en 10 jaar. De jongen is volledig naakt en houdt zijn linkerhand in zijn linkerzij. Te zien is dat de jonge een erectie heeft. Het camerastandpunt is gericht op de penis van de jongen. Filename: [bestandsnaam 1] Op de afbeelding [bestandsnaam 2] , zijn de volgende strafbare elementen weergegeven: - poseren door een minderjarige met nadruk op geslachtsdelen door geheel naakt en camerastandpunt. De video Filename: [bestandsnaam 3] Accessibility: Benaderbaar Betreft een video van 41 seconden zonder geluid. Te zien is hoe een meisje in de geschatte leeftijd van 0 tot 2 jaar op haar knieën op bed zit. Achter het meisje bevindt zich een volwassen man met een stijve penis. De volwassen man heeft met zijn rechterhand zijn penis vast en houd deze dicht bij de vagina/anus van het meisje. De video verspringt. Te zien is hoe het meisje nu op haar rug ligt met haar benen gespreid. Te zien is hoe de man met zijn linkerhand de rechterbeen van het meisje vasthoudt. De man houdt met zijn rechterhand zijn penis vast. Op de video _ [bestandsnaam 3] zijn de volgende strafbare elementen weergegeven: - houden van penis dichtbij het lichaam van minderjarige. Bewijsoverwegingen Verwerven en bezit van kinderporno bewezen De rechtbank is van oordeel dat verdachte door de wijze waarop hij zich op het internet heeft gedragen in ieder geval voorwaardelijk opzet heeft gehad op het verwerven van kinderporno. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op zoek was naar seks en gebruik maakte van onder meer de datingsite [verdachte] onder de naam ‘ [chatnaam] ’. Uit de dossierstukken (pagina 197) blijkt onder meer dat verdachte op Facebook de volgende zoekopdrachten heeft gebruikt: ‘ [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] , [zoekopdracht] .’ Ook is er met betrekking tot verdachte een melding gedaan bij de politie dat hij op [verdachte] kinderen aanbood, kennelijk voor seks (pagina 12 en 13 met bijlagen). Verder heeft een moeder bij de politie melding gedaan dat verdachte contact met haar zocht omdat hij haar dochter mooi vond, wilde ontmoeten en haar gedragen slipje wilde kopen (pagina 165 en 166 met bijlagen). De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in ieder geval één afbeelding van kinderporno en één video met kinderporno in bezit heeft gehad. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de binnenkomende afbeeldingen heeft bekeken en dat hij die heeft verwijderd als het om kinderporno ging, maar dat is kennelijk niet het geval geweest bij de afbeelding en de video die nog op de telefoon en computer zijn aangetroffen en die voor verdachte benaderbaar zijn. Dat van de grote hoeveelheid bij verdachte aangetroffen afbeeldingen slechts een gering aantal kinderporno betreft en dat dus sprake zou zijn van bijvangst, doet hier niet aan af. Verdachte heeft kennelijk aanleiding gezien deze bestanden (wel) te bewaren. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte deze afbeeldingen bij het verwijderen kennelijk over het hoofd heeft gezien maar de rechtbank is van oordeel dat verdachte, door de afbeeldingen niet direct te verwijderen maar vast te leggen, ten minste het risico genomen dat die afbeeldingen achterbleven op zijn computer en telefoon. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte geen beschikkingsmacht meer had over de kinderpornografische afbeeldingen die wel digitaal zijn vastgelegd en opgeslagen, maar die voor hem (als een normale gebruiker van internet) niet (meer) toegankelijk waren. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: In de zaak 16/087337-22 in de periode van 19 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2005), ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuelehandelingen met en/of voor een derde tegen betalingdan wel ten aanzien van die [slachtoffer] (telkens) enige handeling(
  2. en)heeftondernomenwaarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zichdaardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuelehandelingen (sub 5°)terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, zijnde en/of hebbende hij, verdachte, contact gelegd met die [slachtoffer] en/of met [medeverdachte] over die [slachtoffer] gesproken met die [slachtoffer] afgesproken en die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, woningontvangen en een kamer/werkplek voor die [slachtoffer] geregeld in zijn, verdachtes, woning voorhet verrichten van prostitutie-werkzaamheden en voor die [slachtoffer] condooms gekocht ten behoeve van die prostitutiewerkzaamhedenen die [slachtoffer] in die kamer/op die werkplek daadwerkelijk een klant laten ontvangenen waarmee die [slachtoffer] seksuele handelingen tegen betaling heeft verricht. In de zaak 09/068645-21 op 5 februari 2020 te Delft , telkens, - afbeeldingen te weten een foto en een video en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer (HP Dx2300) en een telefoon (Samung Galaxy J3), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit het geheel naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de uitsnede van de foto nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van deze persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking had en/of strekte tot seksuele prikkeling (bestandsnaam [bestandsnaam 2] , proces-verbaal pagina 190 en pagina 184 en 185) en het houden van een stijve penis bij de vagina en/of anus althans het (onder)lichaam, in elk geval bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij die afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking had en/of strekte tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: _ [bestandsnaam 3] , proces-verbaal pagina 192 en pagina 185) Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: In de zaak 16/087337-22 mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het in artikel 273f, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; In de zaak 09/068645-21 een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 84 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd; - een taakstraf van 200 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 100 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de rechtbank, bij een bewezenverklaring, kan volstaan met een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorrest. Wat een eventueel op te leggen voorwaardelijke straf betreft is verdachte bereid zich te houden aan de voorwaarden die de reclassering adviseert. Verdachte heeft in voorarrest gezeten en de impact daarvan was enorm gezien de vele bedreigingen in de gevangenis. Verdachte is 73 jaar oud, zijn ex-vrouw is inmiddels overleden en hij heeft vrijwel geen contact met zijn kinderen. De rechtbank dient bij het opleggen van de straf rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, door een minderjarig en kwetsbaar meisje een kamer aan te bieden en deze klaar te maken zodat zij die kon gebruiken voor een betaalde seksafspraak, die door haar en/of door [medeverdachte] was geregeld. Daarbij heeft verdachte ook condooms voor haar gekocht. Door zo te handelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit en hierdoor een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan een verstoorde seksuele ontwikkeling van het slachtoffer. Ook heeft verdachte kinderpornografie in zijn bezit gehad. De verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het verwerven en het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden jonge kinderen ernstig seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Dat de verdachte hieraan, als consument, een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan, ook al betreft het slechts 2 afbeeldingen. De persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met: - een uittreksel justitiële documentatie (hierna: strafblad) van verdachte van 19 februari 2025; - een reclasseringsadvies van 26 maart 2025; - een Pro Justitiarapport van 11 juli 2022, opgesteld door drs. M.H. Keppel, psycholoog. Uit het strafblad blijkt dat verdachte eerder in 2015 is veroordeeld voor het bezit van kinderporno. De reclassering houdt sinds de schorsing van het voorarrest in mei 2022 toezicht op verdachte. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de reclassering obstakels ziet voor een behandeltraject omdat verdachte onvoldoende gemotiveerd is en beperkt leerbaar. Verder is er, mede vanwege recente ontwikkelingen, behoefte aan samenwerking met een op zeden gespecialiseerde forensische polikliniek zoals De Waag. Duidelijke veiligheidsafspraken zijn noodzakelijk want gedragsverandering lijkt vanwege zijn beperkte leerbaarheid en eerdere ervaringen onrealistisch. Er zijn zorgen over het gedrag van verdachte, zoals het zoeken van contact met minderjarige jongens via [verdachte] . Recent is hij uitgelokt door een pedojager die zich voordeed als 15-jarige jongen. De reclassering ziet zijn grenzeloze benadering van seksualiteit als een groot risico. Zijn beperkte sociale netwerk en eenzaamheid lijken hem naar online contact te drijven, wat zijn kwetsbaarheid vergroot. Dit gedrag, door de psycholoog omschreven als ‘een stoornis in internetgebruik’, en zijn licht verstandelijke beperking (IQ 58), zijn de belangrijkste risicofactoren. Gezien de kwetsbaarheid van verdachte is er een verhoogd recidiverisico en de reclassering adviseert daarom (het voortzetten van) begeleiding en behandeling in een gedwongen kader met de focus op controle en monitoring en inzicht in de gegevensdragers. Hoewel de gedragsbeïnvloeding mogelijk weinig effect zal hebben zou risicobeheersing door een duidelijk veiligheidsplan enige invloed moeten kunnen uitoefenen. Het is van belang dat de geïndiceerde betrokken instanties (blijven) samenwerken om een geïntegreerd plan van aanpak vorm te geven. De focus zal liggen op het veranderen van risicovol gedrag en het vergroten van inzicht in de gevolgen daarvan. De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, begeleiding door Middin, het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van kinderporno. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij bereid is zich te houden aan de voorwaarden die de reclassering adviseert. De psycholoog heeft bij verdachte onder meer een verstandelijke beperking, een fetisjismestoornis en een verslaving in het gebruik van internet vastgesteld. De psycholoog adviseert om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte inmiddels 73 jaar oud is. De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte 36 dagen in voorarrest heeft gezeten en dat hij zich sinds de schorsing van het voorarrest in mei 2022 heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat verdachte terecht staat voor strafbare feiten die in 2020 en in 2021 zijn gepleegd en dat de redelijke termijn om over deze feiten te oordelen inmiddels is verstreken. Conclusie Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog over, in het bijzonder die ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar voor het bewezenverklaarde. Deze omstandigheden hebben een matigend effect op de duur van het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf. De rechtbank ziet, het reclasseringsadvies in aanmerking genomen, de noodzaak van behandeling, begeleiding en controle van verdachte. Niet alleen verdachte zelf, maar ook de maatschappij is erbij gebaat als verdachte de behandeling en begeleiding krijgt die hij nodig heeft. Een fors voorwaardelijk strafdeel en een proeftijd van 3 jaren is daarom op zijn plaats. Omdat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en de reclassering en de psycholoog uit gaan van een hoog recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom beveelt de rechtbank dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zal worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn. De rechtbank is, alles afwegend, van oordeel dat passend en geboden is een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 84 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Bij het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden opgelegd die door de reclassering zijn geadviseerd, waarbij de rechtbank de voorwaarden betrekking hebbend op het vermijden van het in aanraking komen met en het op digitale gegevensdragers terecht komen van kinderpornografisch materiaal nader formuleert aan de hand van recente jurisprudentie. Deze voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank het opleggen van een taakstraf, met name gelet op de persoon en leeftijd van verdachte, niet passend. 9BESLAG In de zaak 16/087337-22 Tijdens het onderzoek is beslag gelegd op de volgende voorwerpen: - een blauwe gsm, goednummer 2972423; - een zwarte computer desktop, goednummer 715688; - een DVD, goednummer 715676; - een grijze computer desktop, goednummer 715689; - een roze gsm, goednummer 715685; - een gsm Samsung, zilver, goednummer 715687; - een gsm Samsung, zwart, goednummer 715684; - een gsm Samsung, zwart, goednummer 715674; - een gsm Nokia,, zwart, goednummer 715675; - een computer Seagate, goednummer 805582; - een gsm Samsung, goednummer 715673; - een computer Hitachi, goednummer 850600; 9.1 Het standpunt van de officier van justitie Alle in beslag genomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer omdat daar kinderporno op is aangetroffen. 9.2 Het standpunt van de verdediging De defecte telefoons dienen aan verdachte te worden teruggegeven en de voorwerpen waar kinderporno op is aangetroffen dienen, na het verwijderen van de kinderporno, weer aan verdachte te worden teruggegeven. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Onttrekking aan het verkeer De rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen waar kinderporno op is aangetroffen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Deze voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane strafbare feit aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. Het betreft de volgende voorwerpen: - een blauwe gsm, goednummer 2972423; - een zwarte computer desktop, goednummer 715688; - een computer Hitachi, goednummer 850600; Teruggave overige voorwerpen De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de overige voorwerpen omdat niet blijkt dat deze in verband staan met het (onderzoek naar) het plegen van strafbare feiten. In de zaak 09/068645-21 Tijdens het onderzoek is beslag gelegd op de volgende voorwerpen: - een telefoon Samsung Galaxy J3, goednummer 2350928; - een computer HP dx2300, goednummer 2350924; - een gegevensdrager, merk Seagate Barracuda, goednummer 2555084, afkomstig uit computer 2350924. 9.4 Het standpunt van de officier van justitie Alle in beslag genomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer omdat daar kinderporno op is aangetroffen. 9.5 Het standpunt van de verdediging De voorwerpen waar kinderporno op is aangetroffen dienen, na het verwijderen van de kinderporno, weer aan verdachte te worden teruggegeven. 9.6 Het oordeel van de rechtbank Onttrekking aan het verkeer De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon, computer en gegevensdrager onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en met behulp van deze voorwerpen is het bewezen verklaarde strafbare feit begaan, zijn bij het onderzoek aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. 10BENADEELDE PARTIJ In de zaak 16/087337-22 [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. 10.1 Het standpunt van de officier van justitie De vordering van de benadeelde partij komt tot een bedrag van € 2.000,- voor vergoeding in aanmerking voor immateriële schade. 10.2 Het standpunt van de verdediging De vordering van de benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard of te worden gematigd gezien de beperkte rol van verdachte en het feit dat medeverdachte is gehouden om de schade te vergoeden. 10.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat uit de bewezenverklaring volgt dat [slachtoffer] slachtoffer is geweest van mensenhandel en dat zij daardoor immateriële schade heeft geleden. Bij mensenhandel brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ zonder nadere onderbouwing op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek, kan worden aangenomen. De rechtbank heeft er kennis van genomen dat [medeverdachte] inmiddels is veroordeeld tot onder meer het vergoeden aan [slachtoffer] van een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding. De rechtbank neemt in aanmerking dat de rol van verdachte bij het plegen van de mensenhandel, bezien ten opzichte van de rol van [medeverdachte] , beperkter is geweest. De rechtbank is van oordeel dat de vordering zich naar maatstaven van billijkheid leent voor toewijzing van een bedrag van € 2.000,-. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 2.000,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 30 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 84 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden: * Meldplicht bij reclassering (na afspraak) Betrokkene meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Huisbezoeken maken deel uit van het toezicht. * Ambulante behandeling Betrokkene laat zich behandelen door de forensische polikliniek de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. * Begeleiding Middin Betrokkene werkt mee aan begeleiding van Middin of een soortgelijke instelling. Waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die begeleiding door of namens de instelling/begeleider zullen worden gegeven. * Vermijden contact met minderjarigen Betrokkene zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen en ontvangt geen minderjarigen in zijn woning. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. * Vermijden kinderporno Betrokkene zal zich gedurende de proeftijd op welke wijze dan ook: - onthouden van het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen; - onthouden van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen; - onthouden van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; - onthouden van het aanwezig hebben of gebruiken van wisprogramma’s op zijn digitale apparatuur. Betrokkene bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen en stelt zich hierbij open op. Betrokkene werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. Betrokkene verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Betrokkene verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. - De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd; - De controle is gericht op de vraag of betrokkene kinderpornografisch materiaal vermijdt en strekt niet verder dan dat. De controle strekt er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde; - De reclassering kan voor de technische ondersteuning van de controle een deskundige op digitaal gebied meenemen, ook als dit een politieambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Indien de door de reclassering meegenomen deskundige geen politieambtenaar betreft maar een externe partij, is deze persoon tot geheimhouding verplicht; - De controles worden – voor zover mogelijk – geautomatiseerd gedaan met behulp van een technisch hulpmiddel. Van de uitkomst van de uitgevoerde controles wordt door de reclassering en/of de door haar ingeschakelde deskundige(
  3. n)een verslag gemaakt, waaruit de inrichting en de omvang van de controles blijken. - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; Beslag In de zaak 16/087337-22 - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: een blauwe gsm, goednummer 2972423; een zwarte computer desktop, goednummer 715688; een computer Hitachi, goednummer 850600; - gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen: een DVD, goednummer 715676; een grijze computer desktop, goednummer 715689; een roze gsm, goednummer 715685; een gsm Samsung, zilver, goednummer 715687; een gsm Samsung, zwart, goednummer 715684; een gsm Samsung, zwart, goednummer 715674; een gsm Nokia,, zwart, goednummer 715675; een computer Seagate, goednummer 805582; een gsm Samsung, goednummer 715673; In de zaak 09/068645-21 - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: een telefoon Samsung Galaxy J3, goednummer 2350928; een computer HP dx2300, goednummer 2350924; een gegevensdrager, merk Seagate Barracuda, goednummer 2555084; Benadeelde partij [slachtoffer] in de zaak 16/087337-22 wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.000,-; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mrs. J. Edgar en C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2025. De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging In de zaak 16/087337-22 Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van ongeveer 15 september 2021 tot en met 15november 2021 te Utrecht en/of Delft en/of elders in Nederland, A) een ander, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2005), telkens - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met hetoogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 2°)terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,en/of- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuelehandelingen met en/of voor een derde tegen betalingdan wel ten aanzien van die [slachtoffer] (telkens) enige handeling(
  4. en)heeftondernomenwaarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zichdaardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuelehandelingen (sub 5°)terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, zijnde en/of hebbende hij, verdachte, contact gelegd met die [slachtoffer] (en/of met zijn medeverdachte [ [medeverdachte][medeverdachte] over die [slachtoffer] gesproken) en/of met die [slachtoffer] afgesproken en/of die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, woningontvangen en/of een kamer/werkplek voor die [slachtoffer] geregeld (in zijn, verdachtes, woning) voorhet verrichten van prostitutie-werkzaamheden en/of voor die [slachtoffer] condooms gekocht ten behoeve van die prostutiewerkzaamhedenen/of die [slachtoffer] in die kamer/op die werkplek daadwerkelijk een klant laten ontvangenen waarmee die [slachtoffer] sexuele handelingen tegen betaling heeft verricht; ( art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboekvan Strafrecht, art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht ) In de zaak 09/068645-21 hij in of omstreeks de periode van 15 januari 2017 tot en met 5 februari 2020 te Delft althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens - afbeelding(
  5. en)te weten foto's en/of een video en/of films en/of gegevensdrager(
  6. s)bevattende afbeeldingen, te weten een computer (HP Dx2300) en/of een telefoon (Samung Galaxy J3), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit het met een penis en/of (een) voorwerp(
  7. en)oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam 4] proces-verbaal pagina 190 en/of pagina 183) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding(
  8. en)(aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(
  9. n)tot seksuele prikkeling (bestandsnaam [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 2] , proces-verbaal pagina 190 en/of pagina 184 en 185) en/of het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, door een persoon, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam [bestandsnaam 6] proces-verbaal pagina 190 en/of pagina 184) en/of het houden van een (stijve) penis bij de vagina en/of anus althans het (onder)lichaam, in elk geval bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) die afbeelding(
  10. en)(aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(
  11. n)tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: _ [bestandsnaam 3] , proces-verbaal pagina 192 en/of p 185) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van het onderzoek O3Kraai, genummerd 2022082206, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 599. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 81. Pagina 86. Pagina 87. Pagina 89. Pagina 90. Pagina 91. Pagina 94. Pagina 105. Pagina 106. Pagina 107. Pagina 533. Pagina 155. Pagina 156. De verklaring van verdacht ter zitting op 1 april 2025. Pagina 153. Pagina 166. Pagina 156. Pagina 418. Pagina 420. Pagina 429. Pagina 218 en 219. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van het onderzoek Alligator, genummerd DHRBD20014, proces-verbaalnummer 2019317806, opgemaakt door de eenheid Dan Haag, Dienst Regionale Recherche, doorgenummerd pagina 1 tot en met 292. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 174 tot en met 176. Pagina 179. Pagina 180. Pagina 190. Pagina 184 en 185. Pagina 192. Pagina 185.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.